DTB 1736-1757, boek 329/331, img 88
Getuigen: Antonius Martijn,
De toren naast de kerk, ook wel bekend als de "Haagse toren", werd gebouwd met steun van hertog Jan van Beieren tussen 1420 en 1424, waarschijnlijk als losse zeskantige wachttoren (een in Nederland zeldzame vorm) naast een kleine kerk, vergelijkbaar met de belforten die we voornamelijk in België en Noord-Frankrijk zien. De toren was waarschijnlijk al vanaf het begin voorzien van een uurwerk, luiklok en carillon.[1]
Er wordt wel gesteld dat de achtkantige toren van de abdijkerk in Middelburg als voorbeeld zou hebben gediend. Maar ook een van de torentjes van de Ridderzaal is zeshoekig.
De toren brandde in 1539 voor het eerst gedeeltelijk af door blikseminslag. Ook 40 huizen rondom de kerk werden door de brand verwoest. Keizer Karel V droeg bij aan de herbouw en schonk de bijna 6000 kilo wegende grote luiklok, de zogenaamde "Jhesusklok". Daarop is het eerst bekende voorbeeld van de Haagse ooievaar te zien. De klok werd gegoten door Jan en Jasper Moer in 's-Hertogenbosch in 1541. In 1542 was de wederopbouw voltooid. De afgebrande houten gotische spits was vervangen door een renaissancistische.
In 1665 meldde Constantijn Huygens dat hij vanaf de toren de zeeslag kon zien die het begin werd van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog.
In 1702 sloeg de bliksem nogmaals in. De burger Abraham Streng beklom de brandende toren, 321 treden hoog, om het vuur te doven met zijn nachthemd.
De spits werd in 1861 vervangen voor een veel zwaardere gietijzeren neogotische, die in de volksmond 'De slaapmuts' werd genoemd. Door het gewicht van deze spits begonnen de zware bakstenen muren van de toren al snel scheuren te vertonen. In 1957 werd de met koper beklede houten renaissancistische spits gereconstrueerd, zij het wat groter om het inmiddels uitgebreide carillon te herbergen. Bij deze restauratie werden ook betonnen tussenverdiepingen gemaakt die de wanden weer in verband trokken.
Door de hoogte, en de vorm van de spits, is de toren gemakkelijk te herkennen in de skyline van Den Haag, ook als silhouet.
DTb Boek, img Genver 252, ongehuwd. 16 1/2 jaar oud.
De auteur van deze publicatie heeft toestemming van de persoon in kwestie (voor zover het een levende persoon betreft) voor het vermelden van de gegevens.
Bronnen geven aan dat al in de 13e eeuw een (waarschijnlijk houten) kerk op deze plaats stond. In 1335 spreken de bronnen van de grote kercke, wat duidt op een stenen gebouw.
Tot aan de Beeldenstorm in 1566 was de kerk alleen in gebruik voor de katholieke liturgie, daarna alleen voor protestantse diensten, al doen de preekstoel met zijn renaissancistische houtsnijwerk, de wapenborden en twee ramen van de Goudse glazeniers Dirck en Wouter Crabeth nog terugdenken aan de katholieke periode.
De kerk werd oorspronkelijk als kruiskerk gebouwd. Tussen 1434 en 1455 werd het schip echter uitgebreid met zijbeuken, waardoor de kruisvorm verloren ging. Deze vergroting maakte de St. Jacob tot het eerste voorbeeld van het Haagse hallentype, een type hallenkerk dat daarna in met name het graafschap Holland op grotere schaal zou worden ingevoerd. Bij dit type hallenkerk zijn de traveeën van de zijbeuken elk voorzien van een hoge topgevel met een eigen kap die dwars staat op het dak van de middenbeuk. Deze constructie maakte het mogelijk de zijbeuken van grote vensters te voorzien.
Vanwege de afname van het aantal kerkdienstbezoekers wordt het gebouw nu ook gebruikt voor culturele evenementen, zoals orgelconcerten, beurzen en tentoonstellingen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Adriana Martijn | ||||||||||||||||||
Akteplaats: 's-Gravenhage,ZH,NLD
Gezindte: Rk
Archief: Genver img 88
Doop van Adriana Martijn op 06-06-1743 te 's Gravenhage.
Archiefnaam: Haags gemeente archief
Gebeurtenissen 6 juni 1743
Gezindte: RK
Akteplaats: 's-Gravenhage,ZH,NLD
Begraaf inschrijving van Adriana Martijn op 29-09-1759 te 's Gravenhage.
Archief: Begrafenis 1746-1774
Archiefnaam: Genver img 255
Gebeurtenissen 29 september 1759