De auteur van deze publicatie heeft toestemming van de persoon in kwestie (voor zover het een levende persoon betreft) voor het vermelden van de gegevens.
Joannes COBBEN, gedoopt op 3 februari 1723 te Wijnandsrade, overleden op 18 januari 1806 te Nuth op 82-jarige leeftijd.
RAL-LvO 1760, 176r: Op 25 januari 1769 verkochten Francis Cobben, ongehuwd, Ludovicus Cobben, gehuwd met Alet Henderix, Willem Cobben, ongehuwd, Reijner Cobben, gehuwd met Elisabeth Douven, Paulus Cobben, ongehuwd, en Lambertus Cobben, ongehuwd, aan hun broer Joannes Cobben, gehuwd met Elisabeth Gorissen, hun huis met huisweide, plaats en moestuin, groot een halve bunder en gelegen te Hunnecum onder Nuth, afkomstig van hun vader Willem Cobben, grenzend aan Jacobus Raemeckers, schout Meijs, Peter Cobben en de dorpstraat, belast met twee koppen rogge aan de kerk van Nuth. Hun moeder Elisabeth Raemeckers zou haar verdere leven in het huis mogen blijven wonen. De koper verplichtte zich haar kost en inwoning te verschaffen. De koper nam als betaling van de koopsom van 1000 gulden een aantal schulden over, te weten 100 pattacons aan Steven Coenen met 40 gulden verlopen rente, 100 gulden aan de armen van Nuth, 350 gulden die broer Francis Cobben nog op te eisen had, en voorts nog "eenige gereijde schulden". Het restant was bestemd voor hun moeder. Indien hun broer Jacobus Coenen, die afwezig was, bezwaar zou maken tegen de verkoop, zou diens deel teruggegeven moeten worden. Hij zou dan wel moeten bijdragen in de schulden en in het onderhoud van zijn moeder. Jacobus Cobben, gehuwd met Helena Coenen, verklaarde echter op 3 februari 1769 de verkoop goed te keuren.
RAL-LvO 1760, 277r: Op 8 juni 1775 verklaarde Joannes Cobben, inwoner van Hunnecum-Nuth en gehuwd met Elisabeth Gorissen, dat zijn zwager Nicolaes van Can, wonende op de hof Wingersbergh onder Geul en gehuwd met Maria Gorissen, 1300 gulden tegen 4% geleend had van juffrouw van der Vrecken, wonend in het klooster achter de St.-Servatiuskerk van Maastricht. DEze lening was op 27 mei 1775 vastgelegd bij notaris Hupkens. Deze lening werd nu door Joannes Cobben overgenomen. Tot onderpand dienden:
a) huis met bijgebouwen en huisweide te Hunnecum onder Nuth, grenzend aan Jacobus Raemeckers, schout Meijs en de dorpstraat, een halve bunder groot en belast met een half vat rogge aan de kerk van Nuth;
b) 176 kleine roeden weiland te Tervoorst onder Nuth, grenzend aan Servaes Spijckers, de erfgenamen Meulenbergh en de straat, belast met het derde deel in een half vat rogge en het derde deel van een kan smout aan de kerk van Nuth;
c) ca. een halve bunder akkerland achter de Curfsweide onder Wijnandsrade, grenzend aan de weduwe Lendert Limpens, de weduwe Vaes Spijckers en Jacob Paes, belast met twee gulden aan advocaat Limpens van Aalbeek;
d) 87 kleine roeden akkerland uit een groter stuk aan de Ludderweg onder Wijnandsrade, grenzend aan Peter Paes en de weg;
e) 57 kleine roeden akkerland aan de Ludderweg onder Wijnandsrade, grenzend aan Christiaen Lahaije en de weduwe Limpens, belast met een half vat rogge aan de schutterij van Wijnandsrade;
f) 112 kleine roeden akkerland in het Hellebroekerveld onder Nuth, grenzend aan Jan Nuchelmans en Jan Drummen.
Deze lening werd op 10 juni 1779 overgenomen door Martinus Cobben.
RAL-LvO 1761, 131v: Op 10 juni 1779 verkocht Joannes Cobben, inwoner van Hunnecum-Nuth en gehuwd met Elisabeth Gorissen, aan de ongehuwde Martinus Cobben, eveneens wonend te Hunnecum, 197 kleine roeden huis met bijgebouwen, moestuin en huiswei, gelegen te Hunnecum en grenzend aan Jacobus Raemeckers, secretaris Meijs, Martinus Cobben en de dorpstraat, voor 1950 gulden. Martinus Cobben nam als betaling twee schulden over, te weten 1300 gulden aan Nicolaas van Can en 100 gulden aan de Armenkas van nUth, staande op de huiswei, en betaalde het restant ter plaatse aan de verkoper. Verder werd nog bepaald dat de verkoper de goederen nog tot 1 mei 1780 mocht gebruiken, op voorwaarde dat hij de lasten zou betalen. Tevens werd bepaald dat Elisabeth Raemeckers, moeder van de verkoper, haar leven lang vrije in- en uitgang zou behouden.
RAL-LvO 1761, 172r: Op 19 februari 1780 leende Joannes Cobben, inwoner van Hunnecum-Nuth en gehuwd met Elisabeth Gorissen, 400 gulden tegen 4 1/2% van het Beggaerdenklooster te Maastricht. Tot onderpand stelde hij:
a) 176 kleine roeden weiland te Tervoorst onder Nuth, grenzend aan Dirck Meulenberg, Joannes Spijckers en de Voorstraat, thans bebouwd met een nieuw huis;
b) 100 kleine roeden weide aan de Putweg, grenzend aan Baltus Campo en Jacobus Paes;
c) 161 kleine roeden akkerland achter de Curfsweide, grenzend aan de weduwe Limpens, de erfgenamen Servaes Spijckers en Martinus Cobben.
Zoon van Wilhelmus COBBEN (zie IV.21) en Elisabeth RAMECKERS.
Gehuwd voor de kerk op 26-jarige leeftijd op 9 november 1749 te Sittard (getuige(n): Petrus Knoren, Maria Elisabeth Leistens), met dispensatie in de derde graad en met toestemming van de pastoor van Nuth gehuwd bij de Predikheren met Elisabeth GORISSEN, 24 jaar oud, gedoopt op 31 oktober 1725 te Nuth (getuige(n): Joannes Quaetackers, Catharina Crins (tante)), dochter van Georgius GORISSEN, schepen, en Elisabeth CRINS.
Joannes Cobben | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.