Myemeester tot Brugghe.
De auteur van deze publicatie heeft toestemming van de persoon in kwestie (voor zover het een levende persoon betreft) voor het vermelden van de gegevens.
Hij is een partner van Anne Francoise Benedictine le Febure.
Ze werden partners te Brugghe, West-Vlaanderen, België.
Zij zijn getrouwdEen meier was vanaf de vroege middeleeuwen tot aan het einde van het Ancien Regime een beambte in dienst van een lands- of dorpsheer. De naam komt van het Latijnse adjectief maior (/'m??j?r/), dat "grotere" of oudere betekent (vgl. E. mayor).
De term bleef in het hertogdom Brabant in gebruik voor de hoge bestuurlijke functie van bewindhebber, onder meer in de Meierij van 's-Hertogenbosch. Van 1629 tot 1795 lag dit gebied in Staats-Brabant en werd het als een generaliteitsland bestuurd vanuit Den Haag. De Noordelijke Staten-Generaal stelden in plaats van de meier een hoogschout aan.
Verwante Latijnse termen waren villicus, advocatus, conductor, dispensator, gastaldio, gastaldus, magister, massarius, oeconomus, officialis, officiatus, procurator, provisor, scultetus (schult, schout), curiae, syndicus.
Een meier was in de middeleeuwen dikwijls uitbater van de vroonhoeve en beheerde het land ('saalland' of 'salland') van andere boerenhofsteden die eigendom waren van een landsheer (saalhoeven).
Als rentmeester inde hij de pachten en heerlijke belastingen (cijns) in. Ook delgde de meier als delger de schulden aan de heer en hield hij toezicht over karweien en belastingen in natura aan de heer.
Het meiersambt bleef bestaan tot en met de afschaffing ervan door de Fransen op het einde van de 18e eeuw.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.