Zij is getrouwd met Cornelis Jansz Boer.
Zij zijn getrouwd op 6 maart 1622 te Langerak.
Kind(eren):
Aeltgie Aeryensdr. . Geboren te Langerak.. Zij zet een kruisje. 31-12-1674 Test.zij Als Wed. Bij Not Q.v. Strijen., overleden voor 20-04-1675 te Mookhoek,
Uit dit huwelijk:name="ID425">(zie: 320).orm: none; float: none; color: #9a0000; text-align: left; font: 500 24px/26px 'Helvetica Neue',Helvetica,Arial,sans-serif; orphans: 2; display: inline !important; letter-spacing: normal; background-color: transparent; text-indent: 0px; -webkit-text-stroke-width: 0px;">http://people.zeelandnet.nl/lagendijk/gd-hoofd.htm
ver. tussen 1675 en 15-10-1677.
Aeltgen was mogelijk een dochter van Adriaen Sandersz.
Cornelis Jansen Boer, ziek te bedde liggende, en zijn huisvrouw Aeltgen Aryens, maakten op 11-8-1664 ten hunnen huize onder de heerlijkheid Strijen een testament op de langstlevende voor een notaris uit Dordrecht. Aangezien zij hun
vijf getrouwde kinderen Willem, Sent, Pleuntgen, Bastiaen en Niesken, bij hun huwelijk elk 1500 Car. gld. en een uitzet met kleding e.d. hadden meegegeven, bepaalden zij dat hun nog ongehuwde zoon Aryen Cornelissen bij mondigheid of eerder huwelijk een gelijk bedrag met nog 150 gld. voor een uitzet uitgereikt zou krijgen. Indien hij dit bij leven van de langstlevende nog niet ontvangen zou hebben, diende dit eerst aan hem uit de boedel te worden uitgereikt. Na overlijden van delangstlevende zouden hun kinderen en de kinderen van hun overleden dochter Pleuntgen erfgenamen zijn. Tot voogden over de minderjarigen benoemden zij hun vier zonen. Indien zoon Aryen nog onmondig zou zijn, diende de boedel gescheiden te worden ten overstaan van de heer Mr. Adriaen van der Mast uit de oudraad der stad Dordrecht. De testateur plaatste met onzekere hand zijn handtekening; zijn vrouw plaatste haar handmerkje.
Aeltie Aeryensdr., weduwe van de dijkgraaf Cornelis Jans Boer, verkreeg op 13-9-1666 voor de som van 1800 Car. gld. van Leendert en Aryen Jacobs Poortegael, als executeurs van het testament van wijlen Willem Poortegael,
ca. 2 morgen 200 roeden weiland in de Kleine Zuidkavel van den Broek overgedragen. Noordelijk was dit land belend aan ’den dijck van Nieubonavontuyra’ en zuid en west ’ommegaende den dijck van de cleyne zuytcavel’.
Bij akte van 6-5-1667 verklaarde de onder Strijen wonende Aeltgen Aryens, weduwe
van Cornelis Jansz. Boer, 1000 Car. gld. schuldig te zijn aan Mr. Nicolaes Stoop, oudraad van Dordrecht. Haar zoon Bastiaen Cornelisz. Boer stelde zich daarbij borg. Op 4-5-1674 compareerde Aeltgen en toonde de obligatie met kwitantie, waarna de schuldbrief geroyeerd werd.
Aeltgen Ariens, weduwe en boedelhoudster van Cornelis Jans Boer, wonende onder de heerlijkheid Strijen, lag op 17-5-1668 ziek te bed toen zij een notaris uit Dordrecht ontbood. Zij opprobeerde het met haar man gemaakte testament van 11-8- 1664 en liet vervolgens een akte opmaken waarin zij bepaalde dat haar zoon Cent Cornelis Boer niet eerder over zijn erfdeel zou mogen beschikken aleer hij haar boedel zo hebben bevrijd van 6000 Car. gld. aan gestelde borgtochten, alsmede nog 500 gld. hoofdgeld ten behoeve van Jan Cornelis de Visser op ’s-Gravendeel. Aeltgen plaatste haar handmerkje onder de akte.
Op 9-2-1674 kocht Aeltgie Aeryens voor 950 gld. op een openbare verkoop ten stadhuize van Dordrecht de geëxucuteerde boerenwoning van haar zoon Cent in Nieuw-Bonaventura.
Rond de klok van 4 uur in de namiddag van 31-12-1674 maakte de ziek te bed liggende Aeltgie Aryensdr., weduwe van de dijkgraaf Cornelis Jans Boer, wonende in Nieuw-Bonaventura ’ontrent de moockhoeck’ een nieuw testament. Zij herriep haar voorgaande disposities, met name haar testament voor notaris Smits te Dordrecht, en benoemde vervolgens tot haar universele erfgenamen haar kinderen Willem Cornelis Boer, Cent Cornelis Boer, Bastiaen Cornelis Boer, Aryen Cornelis Boer, Niesge Cornelis Boer, huisvrouw van Hendrick Pieters Winter, en de kinderen van Pleuntgie Cornelis Boer geprocreerd bij Leendert Cornelis Exkeen in hun moeders plaats, en dat in alle goederen: ’huys, hoff, haeffel(ijke) en meuble goederen, bouw en molck gereetschappen’, goud, zilver gemunt en ongemunt etc. Zij stelde de voorwaarde dat zoon Cent alleen zijn legitieme portie mocht ontvangen en dat de rest van zijn portie diende te versterven op zijn kinderen, waarbij de jaarlijkse opbrengsten moesten worden aangewend tot het voldoen van de gemene- en buren lasten en tot onderhoud van zijn gezin en dat zonder dat zijn crediteuren op het vruchtgebruik aanspraak mochten doen. Alvorens tot scheiding van haar nalatenschap te komen dienden haar kinderen datgene aan de gemene boedel te voldoen hetgeen zij daar aan schuldig waren; met name Cent die geld aan de boedel schuldigwas. Zoon Willem, in funktie als voogd van de kinderen van Pleuntgie Boer, had 2000 Car. gld. met interesten voor de boedel te eisen waarvan geen obligatie van was opgemaakt. Indien de kinderen van Pleuntgie Boer wat betreft hun grootmoeders erfdeel onvoorzien zouden blijven van ’goede opsight ende voogdye’, stelde Aeltgie tot hun voogd aan Jan Jans van Strien, secretaris van St.Anthoniepolder. In bijzijn van de getuigen Deneys Aerts van Proeyen en Japhet Jacobs Polderman, respektievelijk haar dorser en dienstknecht, plaatste Aeltgie haar merkje onder de akte.
Op 15-10-1677 compareerden te Dordrecht Bastiaen Cornelisz. Boer, Aryen Cornelisz. Boer, Hendrick Pietersz. Winter, weduwnaar en erfgenaam van Niesgen Cornelisdr. Boer, Pleuntgen Jansdr., weduwe en boedelhoudster van Willem Cornelisz. Boer, en Jacobus Leendertsz. Visscher, getrouwd geweest zijnde met Jorisge Leendertsdr. Exkeen, nagelaten dochter van Pleuntge Cornelisdr. Boer, tevens Bastiaen Boer als oom maternel en bloedvoogd van de twee minderjarige kinderen van de voornoemde Pleuntgen Cornelisdr. Boer, met name Cornelis en Jan Leendertsz. Exkeen, allen tezamen kinderen (en kleinkinderen) en erfgenamen van zaliger Aeltgen Aryensdr., in leven weduwe van Cornelis Jansz. Boer. Zij verklaarden dat zij met Cent Cornelisz. Boer, respektievelijk hun broer, zwager en behuwd oom, tot een akkoord waren gekomen betreffende de verdeling van de nagelaten boedel van Aeltgen.
- Leendert Arens ’t Jongh, getrouwd met Grietie Cente Boer, Cornelis Cente Boer,
- Jan Cente Boer,
- Anthonis Stadshoeck, getrouwd met Teuna Cente Boer, en
- Jan Arens, getrouwd met Lijsbeth Cente Boer. Zij zijn allen kinderen van Cent Cornelis Boer en Maeyke Cornelis; allen voor henzelf en namens hun voornoemde moeder.
Zij compareerden op 11-12-1690 voor de notaris te Strijen en gaven te kennen dat zij uit hoofde en erfenis van Aeltie den Boer (= hun grootmoeder Aeltie Aryensdr.) met elkaar hadden gekaveld in twee partijen een huis met toebehoren en landerijen, zoals door hun vader Cent was bezeten. Moeder Maeyke, Tonis Stadshoeck en Leendert t Jongh kregen ieder voor een derde part de ’huysinge, schuyr, keete ende erve’ in de Mookhoek onder Strijen’ en Cornelis en Jan Cente Boer en Jan Arens (tekent als: Vervooren) kregen ieder voor een derde part 3 morgen 575 roeden in de Mookhoek onder ’s-Gravendeel toebedeeld. Alle mannelijke comparanten, met uitzondering van t Jongh die zijn merkje zette, plaatsten hun handtekening.
Aeltgie Aerijens van Langerak | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1622 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cornelis Jansz Boer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.