Hij is getrouwd met Gertrude van Saksen Billung.
Zij zijn getrouwd
Graaf van Vlaanderen.
Graaf Robert I van Vlaanderen
"box-sizing: border-box; font-size: 16px; font-family: 'Helvetica Neue', Helvetica, Arial, sans-serif; white-space: normal; word-spacing: 0px; text-transform: none; font-weight: normal; color: #333333; font-style: normal; border-left: #eeeeee 5px solid; orphans: 2; widows: 2; margin: 0px 0px 10px 2px; letter-spacing: normal; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; font-variant-ligatures: normal; font-variant-caps: normal; -webkit-text-stroke-width: 0px; text-decoration-style: initial; text-decoration-color: initial; padding: 10px;">Robert I de Fries was in 1063 gehuwd met Geertruid van Saksen, weduwe van Floris I van Holland. De eerste jaren tot 1071 hebben Robert en Geertruid in Holland gewoond aangezien Robert de voogdij over Geertruids kinderen uitoeffende. In 1071 werden ze uit Kennemerland verdreven en zochten toen hun toevlucht in Gent. Bij deze verhuizing zijn ook de kinderen van Geertruid bij Floris mee naar Gent gegaan. In Vlaanderen heeft Robert I vervolgens de macht gegreven en is graaf geworden. Rond 1071/72 zal dan daar ook wel het huwelijk tussen Bertha van Holland en Philips I van Frankrijk geregeld zijn. Aangezien Geertruid in Vlaanderen is blijven wonen zullenhaar kinderen bij haar, hun schoonvader en hun halfzussen gewoond hebben. Zoon Dirk is pas ergens in 1076 er in geslaagd om naar Holland terug te keren. In 1076 zal het jongste kind van Floris I en Geertruid minimaal 14 jaar zijn geweest. En dat was voor een meisje al twee jaar ouder dan haar huwelijkse minimum- leeftijd. Het lijkt me derhalve heel goed mogelijk dat er een huwelijk Guines-Hollandheeft plaatsgevonden. Hoogstwaarschijnlijk echter pas na het huwelijk 1071/72 van zus Bertha. Het boek van Duby toont dat hij behoorlijk ingevoerd is in de middeleeuwen. Ik denk dat je derhalve er wel van kunt uitgaan dat het huwelijk behalve mogelijk ook echt heeft plaatsgevonden. Graaf van Vlaanderen Robrecht de Fries was de tweede zoon van graaf Boudewijn V van Vlaanderen en van Adela van Frankrijk. Als jonge man trok hij naar Spanje om in de gevechten tegen de Moren een eigen graafschap te verwerven, maar zonder succes. Na zijn huwelijk in 1063 met Geertrui van Holland, weduwe van graaf Floris I van Holland, vestigde hij zich in Holland (vanouds een deel van Frisia, vandaar "de Fries") en deed afstand van zijn aanspraken op Vlaanderen ten gunste van Arnulf III de Ongelukkige, de zoon van zijn oudere broer Boudewijn VI. Wel erfde Robrecht na de dood van zijn vader het Land van Aalst, de Vier Ambachten en het graafschap Zeeland.
Na het overlijdenvan Boudewijn VI kwam Robrecht terug op zijn afstand van Vlaanderen en greep de macht in het graafschap, ten koste van zijn neef Arnulf die de rechtmatige erfgenaam was. Arnulfs moeder, Richilde van Henegouwen, hertrouwde snel met de machtige Normandische edelman Willem van Breteuil, earl van Hereford (Engeland). Hierdoor kreeg zij belangrijke Normandische steun. Ook kreeg ze steun van koning Filips I die de belangen van zijn rechtmatige vazal verdedigde. Richildes machtige leger werd echter verrassend verslagen in de Slag bij Kassel op 22 februari 1071. Arnulf sneuvelde.
Nauwelijks een maand na de nederlaag bij Kassel trok Richilde met een gezamenlijk Henegouws en Frans leger ten strijde tegen Robrecht de Fries. Sint-Omaars werd geplunderd en platgebrand. Robrecht was in het defensief, maar haalde toen een slimme diplomatieke zet uit. Hij had voordien in Kassel Eustachius, graaf van Boulogne, gevangengenomen. Deze was tevens de broer van Godfried,bisschop van Parijs en kanselier van Filips I. Door een goed woord van laatstgenoemde bij de Franse koning en de vrijlating van Eustachius, zag Filips I af van zijn steun aan Richilde. Robrecht de Fries verzoende zich met de Franse koning en gaf hem in 1073 zijn stiefdochter Bertha tot vrouw.
Hij herstelde tevens zijn relatie met de paus door het bouwen (of vernieuwen) van een dertigtal kerken of kapellen, allen toegewijd aan de heilige Petrus, zoals in Oostende en Brugge.
Richilde vormde een nieuw bondgenootschap met de bisschop van Luik, Godfried III met de Bult, hertog van Neder-Lotharingen, Willem I, bisschop van Utrecht, en de bisschoppen van Verdun en Kamertijk en ook de aartsbisschop van Keulen. Robrecht besloot echter om keizer Hendrik IV te huldigen voor Rijks-Vlaanderen. In ruil daarvoor zorgde Hendrik er voor dat zijn vazallen en bisschoppen Richilde niet meer steunden. Richilde viel met haar Henegouws leger het graafschap Vlaanderen binnen. Robrecht trok in de tegenaanval en viel plunderend Henegouwen binnen. Tenslotte verpletterde hij het kleine leger van Richilde. Bij de vrede die werd geslotenkwam Dowaai bij Vlaanderen.
Strijd tegen de bisschop van Utrecht
Samen met zijn stiefzoon Dirk V van Holland streed hij met succes tegen het gezag van de bisschop van Utrecht. Volgens onbevestigde bronnen zouden zij beiden zelfs de hand hebben gehad in de moord (1076) op Godfried met de Bult, gespietst op een ijzeren staaf.Uiteindelijk slaagden zij erin de vroeger verloren gebieden van het graafschap Holland te heroveren.
Betrokkenheid bij de Engelse troon
De betrekkingen met de Engelse koning Willem de Veroveraar waren verre van vriendschappelijk. Deze had indertijd zelfs een contingent Normandiërs gestuurd om Richilde te steunen in haar strijd tegen Robrecht. Robrecht steunde de aanspraken van zijn schoonzoon Knoet IV van Denemarken op de (verloren) Engelse troon. Samen zouden ze een vloot van 1600 boten naar Engeland sturen. Het kwam echter nooit zover, door een broedertwist tussen de twee Deense prinsen Knoet IV en Olaf. Olaf werd gevangengenomen en naar Robrecht gestuurd. Maar kort daarop, op 10 juli 1086, werd Knoet IV vermoord. Olaf werd teruggestuurd naar Denemarken, na betaling van een aanzienlijke som losgeld.
Pelgrimstocht naar Jeruzalem
Robrecht de Fries had het plan opgevat om op pelgrimstocht naar Palestina (het "Heilige Land") te trekken (10861091) (dus voor de Eerste Kruistocht). Hij liet het bestuur van het graafschap in handen van zijn zoon, de latere Robrecht II. Robrecht de Fries verbleef twee jaar in Jeruzalem. Bij zijn terugkeer knoopte Robrecht betrekkingen aan met de Byzantijnse keizer Alexius Comnenus, aan wie hij militaire hulp verleende in diens strijd tegen de Seltsjoeken.
Hervormingen
Robrecht de Fries staat bekend om zijn binnenlandse hervormingen die hem in staat stelden met de steun van de steden het grafelijk gezag te verstevigen, ten nadele van de voorrechten van de adel en de geestelijkheid. Dit ging niet vanzelf. Arnoldus, bisschop van Soissons en latere stichter van de abdij in Oudenburg, ging in 1083 op reis door het graafschap om de vrede te herstellen tussen de graaf en de adel. Arnoldus zou sterven op 15 augustus 1087 te Oudenburg gedurende een tweede vredestocht. Robrecht de Fries voerde het ambt in van grafelijke kanselier en bevorderde de ontluikende handel.
Hij maakte van Brugge een Europees handelscentrum. Door de begrippen godsvrede en -bestand na te leven, bevorderde hij ook de vrede met naburige graafschappen. Brugge werd ook een politiek centrum en hierdoor verplaatste zich het overwicht van het meer Gallicaanse Zuiden naar het meer Dietse Noorden. Hij verbleef vaak in Brugge en bouwde ook een kasteel in Wijnendale waar hij vaak verbleef. Daarnaast verbleef hij ook soms in het kasteel van Veurne.
Graf en opvolging
Robrecht kreeg mogelijk zes kinderen:
Adela van Vlaanderen, gehuwd met Knoet IV van Denemarken, en de ouders van Karel van Vlaanderen de Goede
Robrecht II van Vlaanderen
Filips, vader van Willem van Ieper
mogelijk Ogiva, abdis van Mesen
mogelijk Boudewijn
Gertrudis, in haar tweede huwelijk getrouwd met Diederik van Opper-Lotharingen, en de ouders van Diederik van de Elzas
Robrecht liet in Kassel in 1072 de Sint-Pieterskerk bouwen op de Terrasse du Château (het platform boven op de Kasselberg) om zijn overwinning op de Franse koning te vieren die hij het jaar voordien op de naamdag van Sint-Pieter hadbehaald. Robrecht werd in 1093 in een crypte onder de kerk begraven. In 1787 begon men met de afbraak van de kerk. Tijdens de Franse Revolutie werden zijn asresten opgegraven en in een goot gegooid.
Robrecht werd opgevolgd door zijn zoon, Robrecht II van Jeruzalem, aan wie hij reeds vóór zijn vertrek op pelgrimstocht gedeeltelijk het bestuur van zijn graafschap overdroeg (sinds 1080).
Made a pilgrimage to Jerusalem aft 1080. On his way back from pilgrimage he passed through Burgundy and arranged the marriage of his son Robert with Clemence, daughter of the count Guillaume I of Burgundy.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Robert I van Vlaanderen (de Fries) | ||||||||||||||||||
Gertrude van Saksen Billung | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.