Hij is getrouwd met Ymck.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
Laurens Janszoon Coster is de naam die wordt toegeschreven aan een Haarlemse koster die in de 15e eeuw zou hebben geleefd, en die met name in Nederland eeuwenlang beschouwd werd als de uitvinder van de boekdrukkunst.Er is echter twijfel gerezen aan de historiciteit van het personage Coster. Algemeen wordt aangenomen dat Johannes Gutenberg uit het bisdom Mainz (destijds onderdeel van het Heilige Roomse Rijk) de echte uitvinder van de boekdrukkunst in Europa geweest is, en wel in 1452.
De drukpers als instrument bestond in de vijftiende eeuw al honderden jaren en dat daarmee teksten gedrukt konden worden, was algemeen bekend en gebruikelijk. Door een 'houtsnede' van zowel een afbeelding als een bijbehorende tekst te maken, konden bladen gedrukt worden. Door deze bladen aan elkaar te plakken en bijeen te binden werd een blokboek gevormd. Deze manier van drukken beperkte door slijtage van de houtsnede het aantal afdrukken tot hooguit enkele honderden.
De innovatie van de boekdrukkunst die aan Coster werd toegeschreven zit in het werken met losse letters, in plaats van een houtsnede voor een hele pagina. Hierdoor werden voordelen behaald ten opzichte van het blokboek, zoals herbruikbaarheid van de letters en gemakkelijkere en goedkopere correctie en redactie.
Overlevering
Costers betrokkenheid is voornamelijk gebaseerd op mondelinge overlevering uit het begin van de zestiende eeuw. Er zijn twee Haarlemmers met denaam Laurens Janszoon geweest.[1] De eerste (1370-1439) was koopman en heeft nooit de achternaam Coster gebruikt. De tweede (1410-1484) gebruikte die achternaam wel en is eigenaar geweest van het huis op de Grote Markt 33 in Haarlem, dat in 1929 door de gemeente Haarlem is afgebroken. Dit huis stond een paar deuren verwijderd van wat het Costerhuis (Grote Markt 25) is gaan heten. Voor de hypothetische uitvinding in 1423 zou deze dus veel te jong zijn geweest.De enige aanwijzing voor vroeg drukwerk in Nederland stamt uit de Keulse Kroniek uit 1499. Daarin vermeldt de eerste Keulse drukker Ulrich Zell, een drukkersleerling uit Keulen, toen tussen de 60 en 69 jaar oud, dat de boekdrukkunst in 1450 in Mainz werd toegepast, maar dat voor die tijd al Vurbyldung in de Nederlanden was geweest, waar men het gebruikte om teksten over Latijnse grammatica te drukken (Donatus).[2] De naam Coster wordt hier echter niet genoemd.
In ultimo is de "Costerlegende" gebaseerd op een enkele bron, namelijk het zeventiende hoofdstuk van Batavia, een werk van de Haarlemmer Hadrianus Junius uit de zestiende eeuw. Dit hoofdstuk heeft de vorm van een klassieke pleitrede tegen de aanhangers van Gutenberg.[3] Volgens de overlevering deed Coster de uitvinding bij toeval in het stadsbos de Haarlemmerhout, toen hij in een park stukjes beukenschors in de vorm van letters sneed, die op het moment dat ze op de grond vielen een afdruk in het zand achterlieten. Deze voorstelling van zaken is echter vrijwel zeker a-historisch.
Laurens Jansz Coster | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Ymck | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.