Stamboom Lobé en verwanten. » Willem I "de Zwijger" (Willem I "de Zwijger") van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht (1533-1584)

Persoonlijke gegevens Willem I "de Zwijger" (Willem I "de Zwijger") van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht 

Bronnen 1, 2, 3
  • Roepnaam Willem I "de Zwijger".
  • Hij is geboren op 24 april 1533 in Dillenburg, Giessen, Hesse, Germany.
  • Beroep: Prins Willem "de Zwijger" ("The Silent") van Oranje, Graaf van Nassau (Stadtholder of the United Provinces of the Netherlands), Prince of Orange, Fürst von Oranien (1544 - 1584) Graf von Nassau, 1577 Generalstatthalter in den Niederlanden.
  • Geloof: Rooms Katholiek.
  • Hij is overleden op 10 juli 1584 in Prinsenhof te Delft, hij was toen 51 jaar oud.
  • Hij is begraven op 3 augustus 1584 in Het lichaam van de prins wordt in het koor van de Nieuwe Kerk in Delft bijgezet in een tijdelijk grafmonument. Op een onbekend tijdstip is de kist met het lichaam van de prins in een kelder onder het koor bijgezet. Deze kelder is nu deel van de Koninklijke Grafkelders van de Oranjes onder en achter het tussen 1614 en 1623 gebouwde praalgraf van Willem van Oranje.Het hart van de prins blijkt bij de balseming apart te zijn gehouden. Het werd in een kleine loden doos teruggevonden onder de gisant.
  • Een kind van William I The Rich Count of Count of Nassau-Dillenburg en Juliana Stolberg Werningerode

Gezin van Willem I "de Zwijger" (Willem I "de Zwijger") van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht

(1) Hij is getrouwd met Anna von Sachsen.

Zij zijn getrouwd op 24 april 1583, hij was toen 50 jaar oud.


Kind(eren):



(2) Hij is getrouwd met Anna van Buren.

Zij zijn getrouwd op 8 juli 1551 te Buren, GE, NLD, hij was toen 18 jaar oud.


Kind(eren):



(3) Hij is getrouwd met Charlotte de Bourbon-Montpensier.

Zij zijn getrouwd op 24 april 1575 te Brielle, hij was toen 42 jaar oud.


Kind(eren):



(4) Hij is getrouwd met Louise de Coligny.

Zij zijn getrouwd op 24 april 1583, hij was toen 50 jaar oud.

Echtgeno(o)t(e): Willem I "de Zwijger" van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht

Kind(eren):



Notities over Willem I "de Zwijger" (Willem I "de Zwijger") van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht

bekend als Willem van Oranje of onder zijn bijnaam Willem de Zwijger, en in Nederland vaak Vader des Vaderlands genoemd, was aanvankelijk stadhouder voor de koning van Spanje doch later de initiator, opstandelingenleider van de Opstand tegen de landsheer van de Nederlanden, Filips II.

 

De Opstand staat bekend als de Tachtigjarige Oorlog en leidde ertoe dat de Noordelijke Nederlanden zich van de Zuidelijke afscheidden en uiteindelijk onafhankelijk werden. In de kronieken, brieven en documenten van de 16e eeuw wordt soms gesproken over de Opstand. In de hedendaagse literatuurwordt het begin van de Tachtigjarige Oorlog veelal weer aangeduid met de Opstand of de Nederlandse Opstand.[1]

 

Een politieke uitspraak van Willem van Oranje was: Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hun de vrijheid van geloof en godsdienst ontnemen. Willem deed deze uitspraak op 31 december 1564 in de Raad van State om het conflict met Filips II te verwoorden.

 

De lijfspreuk van de prins was Je maintiendrai (Ik zal handhaven). Aan het eind van zijn leven breidde de prins deze uit: Je maintiendrai l'honneur,la foy, la loi de Dieu, du Roy, de mes amis et moy (Ik zal de eer, het geloof en de wet van God, van de koning, van mijn vrienden en mij handhaven).

 

ot zijn elfde levensjaar kreeg Willem een opvoeding in lutherse zin op het stamslot Dillenburg in Duitsland want zijn moeder was overtuigd protestant en bracht dat over op haar kinderen. In 1544 stierf een neef van Willem: René vanChalon, die in 1530 door een erfenis onder meer het in naam onafhankelijke prinsdom Orange in Frankrijk verworven had. De 26-jarige René had bij testament bepaald dat Willem van Nassau zijn opvolgerzou worden. Ook keizer Karel V stemde hiermee in. De elfjarige Willem erfde hierdoor het prinsdom Orange met de prestigieuze titel van Prins. Naast de lijfspreuk Je maintiendrai Chalon dus ook de titel prins van Oranje. Aan dit prinsdom waren ook zeer belangrijke voorrechten en bezittingen in de Nederlanden verbonden. Karel V verbond aan deze erfenis wel de voorwaarde: overgang tot het rooms-katholieke geloof en opvoeding aan het hof in Brussel. Om het familiebelang van de Nassaus gingen de ouders en Willem hiermee akkoord. Aan het hof van keizer Karel werd het kind, de prins van Oranje, ingewijd tot diplomaat. Er ontstonden contacten op allerlei niveaus. Alva, Granvelle en Filips II leerde hij kennen. Het bleek dat de jonge prins van Oranje zich uitstekend wist te redden. Zijn levenshouding werd gekenmerkt door optimisme en welsprekendheid. Hij bleek over diplomatieke gaven te beschikken. Hij kreeg zijn bijnaam de Zwijger niet vanwege zwijgzaamheid, maar vanwege zijn gewoonte nooit het achterste van zijn tong te laten zien.

 

Op 8 juli 1551 trad de 18-jarige prins Willem in het huwelijk met Anna van Egmont. Het huwelijk was, zoals gebruikelijk in zijn kringen, gebaseerd op berekening en familiebelang. Door dit huwelijk vergrootte Willem van Oranje zijn belangen in de Nederlanden. De Nederlanden bestonden in die tijd uit 17 gewesten. Karel V was heer over die 17 gewesten. Op 19 december 1554 werd zijn eerste zoon geboren: Philips Willem van Oranje.

 

De ster van de jonge prins Willem aan het hof van Karel V rees gestaag. Hij werd een van de belangrijkste edelen aan het hof. Toen Karel op 25 oktober 1555 terugtrad als koning van Spanje, keizer van Duitsland en heer der Nederlanden, leunde hij bij deze plechtigheid op de schouder van deze 22 jaar jonge prins. Hieruit sprak een groot vertrouwen van Karel V in Willem van Oranje. Tegen zijn zoon Filips II zei Karel over prins Willem: Houd deze jongeman in ere, hij kan je waardevolste raadgever en steun zijn. In deze tijd toonde Willem van Oranje zich een trouw zoon van de rooms-katholieke kerk.

[bewerken] Raadsman van Filips II (1555-1559)

Filips II

 

In 1555 werd Filips heer der Nederlanden, het jaar daarop ook koning van Spanje, waar hij overigens al vanaf 1539 als regent voor zijn vader optrad. Filips II was een overtuigd aanhanger van de rooms-katholieke kerk. Hij zag het als zijn opdracht om zijn onderdanen voor de kerk te behouden of terug te winnen. De reeds in 1550 ingevoerde strenge 'plakkaten' tegen de aanhangers van Maarten Luther hadden zijn volledige instemming. Hij was oprecht en zag het als zijn levensdoel om één groot rijk te scheppen met slechts één godsdienst, het rooms-katholicisme. Op dit punt wilde Filips van geen wijkenweten. De koning was een vroom, ernstig en sober mens. Hij was ook achterdochtig en kon slecht delegeren. Prins Willem was daarentegen opgewekt, sociaal vaardig en ambitieus. Hoewel trouw zoon van derooms-katholieke kerk, had hij waardering voor de kritische humanist Erasmus. De koning trachtte nadrukkelijk Willem van Oranje aan zich te binden. In 1556 werd Willem ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Mede in verband met de oorlog tegen Frankrijk kreeg Willem van Filips belangrijke diplomatieke opdrachten. Hij werd betrokken bij de onderhandelingen die leidden tot de vrede van Cateau-Cambrésis. Daardoor leerde hij de groten van Europa kennen. Hij ontmoette de keizer van Duitsland, de koning van Frankrijk en was samen met de hertog van Alva een van de belangrijkste raadsheren van Filips. Echter, tussen Filips en de Nederlandse adel boterde het niet erg. Filips maakte liever gebruik van raadgevers van elders, zoals de Spanjaard Ruy Gómez de Silva en de topdiplomaat van Franse afkomst Nicolas Perrenot de Granvelle, die zijn vader al zo goed gediend had. Toen Filips in het najaar van 1559 naar Spanje vertrok, was geen enkele Nederlandse edelman daar echt rouwig om. Volgens niet geheel bevestigde bronnen zou hij prins Willem bij het afscheid hebben toegevoegd: Niet de Staten, maar gij, gij, gij. Dit wijst ook op een gebrek aan persoonlijk vertrouwen van Filips in Willem. Ze zouden elkaar nooit meer zien.

 

In juni 1559 zou Willem van Oranje in verband met de vrede tussen de Hendrik II van Frankrijk en Filips II – het zogenoemde Verdrag van Cateau-Cambrésis – een ontmoeting hebben gehad met de Franse koning. De beide vorsten zouden deze vrede hebben gesloten waardoor zij de handen vrij kregen om in Frankrijk en in de Nederlanden met instemming van de paus de lutherse ketterij flink aan te pakken. In zijn Apologie uit 1580 kwam Willem op deze ontmoeting terug. De Franse koning zou hem mededelingen hebben gedaan over het gezamenlijke plan van Hendrik en Filips om door middel van inquisitie, vervolging, tirannie en plakkaten de protestantse ketterij in Frankrijk en Nederland uit te roeien. Willem van Oranje geeft in zijn Apologie aan dat naar aanleiding van dit gesprek zijn weerstand en verzet tegen Filips zouden zijn ontstaan. Hierin lezen we over deze zaak het volgende: Ik wil gaarne toegeven dat ik toen een grote mate van medelijden voelde met zovele mensen van eer die aan de dood overgeleverd waren; tevens voelde ik mee met dit land, waarmee ik zozeer verbonden ben en waar men dacht een zekere vorm van inquisitie in te voeren die wreder zou zijn dan de Spaanse. Sommige geschiedkundigen betwijfelen de historiciteit van deze ontmoeting sterk. Klink stelt in Opstand, politiek en religie bij Willem van Oranje dat de argumenten voor ontkenning niet sterk zijn.[2] Tot 1559 zou prins Willem koning Filips in ieder geval nog loyaal dienen. De weerslag daarvan is te lezen in het Nederlandse volkslied: Den koning van Hispanje heb ik altijd geëerd.

[bewerken] In de oppositie (1559-1566)

Granvelle

 

Filips II benoemde in 1559 Margaretha van Parma tot landvoogdes voor de Nederlanden, wat zij zou blijven tot haar aftreden in 1567 vanwege de komst van Alva, die een eind zou maken aan haar verzoeningsgezinde beleid. De feitelijke machthebber was echter een vertrouweling van Filips, Antoine Perrenot de Granvelle als adviseur van Margareta, die in 1561 bovendien aartsbisschop van Mechelen werd. Er was ook een Geheime Raad waarin vertrouwelingen van Filips waren opgenomen. Filips voerde strenge plakkatenvoor de vervolging van de protestanten in. Op het punt van het rijksbestuur streefde hij naar een krachtig centraal gezag, ten koste van lokale privileges, waaronder bijvoorbeeld de eigen belastingpolitiek van de Staten-Generaal. Vooral de invoering van de Tiende Penning riep heel wat spanning en weerstand onder de burgers op. De politiek inzake de religie en het landsbestuur gaf ook spanning metde adel in de Nederlanden. Onder de hoge adel kwamen onder anderen Filips van Montmorency, graaf van Hoorne, Lamoraal, graaf van Egmont en Willem van Oranje in verzet. Op 11 maart 1563 stuurden prinsWillem, Hoorne en Egmont een scherpe en waarschuwende brief aan koning Filips II. Het resultaat van dergelijke brieven was echter averechts. Het deed Filips II zich nog meer vastbijten in zijn voorgestane intimidatiepolitiek.

 

De achterdocht van Filips II tegen prins Willem werd bovendien gevoed door Willems huwelijk na het overlijden van Anna van Egmont in 1558 met Anna van Saksen op 25 augustus 1561 in Leipzig. Uit het oogpunt van familiebelangen was dit huwelijk nauwkeurig overwogen. Door dit huwelijk kreeg prins Willem belangrijke relaties onder de Duitse vorsten. Willem van Oranje was in deze tijd weliswaar nog steeds rooms-katholiek, maar Anna was een dochter van de lutherse keurvorst van Saksen, Maurits van Saksen.

 

De Geheime Raad kreeg steeds meer invloed op de feitelijke gang van zaken. De Raad van State werd als regeringscollege amper serieus genomen. De prins protesteerde door van juni 1563 tot augustus 1564 uit de vergaderingen van de Geheime Raad weg te blijven. Najaar van 1564 wendde de Raad van State zich opnieuw tot Filips over de gevolgen van de gevoerde politiek. In de besluitvorming over de brief aan de koning sprak prins Willem op 31 december 1564 een beroemde rede uit. In deze urenlange rede voerde hij nu openlijk en duidelijk een pleidooi voor gewetensvrijheid van de onderdanen. Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over degewetens heersen. Op 18 januari 1565 bracht Egmont de wens van de Raad van State over aan Filips II. In de beruchte Brieven uit het bos van Segovia wees Filips het verzoek van de Raad van State radicaal af. De plakkaten werden zelfs verscherpt, mede naar aanleiding van de besluiten van het Concilie van Trente dat de protestanten vervloekte in 126 'anathema's'. Bovendien moesten de belastingmaatregelen zo nodig met geweld worden ingevoerd. De centralisatie van de besluitvorming werd doorgedrukt. Het conflict tussen Filips en prins Willem was een feit. De aanloop naar de Opstand was begonnen. De rede van prins Willem op 31 december 1564 behoort tot de hoogtepunten in de Nederlandse geschiedenis, maar slechts delen van deze rede zijn bewaard gebleven. Op 25 december 1565 werd het Verbond derEdelen opgericht.[3] Willem wachtte de komst van Alva echter niet af en vluchtte in april 1567 met zijn gezin naar Duitsland. Alleen zijn 13-jarige zoon Filips Willem bleef achter in Leuven, waar hijstudeerde. Willem zou hem nooit meer terugzien.

[bewerken] Strijd vanuit Duitsland (1567-1572)

Willem van Oranje op latere leeftijd

 

Op 13 maart 1567 vond bij Antwerpen de Slag bij Oosterweel plaats. Philips van Lannoy, Heer van Beauvoir (kapitein van de lijfwacht van Margaretha van Parma) versloeg in deze slag een leger van de Geuzen onder leiding van Jan van Marnix,Heer van Toulouse. De overlevende gevangen genomen Geuzen werden niet als krijgsgevangenen maar als ketterse rebellen beschouwd en als zodanig behandeld. Ze werden ter dood gebracht op het rad of aande galg. Willem van Oranje was o.a. burggraaf van Antwerpen, weigerde zelf en verbood ook de Antwerpenaren om vanuit de stad deze Geuzen te hulp te komen in hun hopeloze strijd. Toch viel op 16 december 1567 in de Raad van Beroerten het besluit om ook prins Willem van Oranje zelf te vervolgen. De dagvaarding werd al in januari 1568 openbaar gemaakt. Al zijn bezittingen in de Nederlanden werden verbeurd verklaard en zijn zoon Philips Willem werd naar Spanje afgevoerd om daar een degelijke katholieke opleiding te krijgen. De prins begon vanuit de Dillenburg in Duitsland met het aanwerven van troepen en nam de wapens op tegen de hertog van Alva. Willem van Oranje rechtvaardigde zijn verzet tegen de koning en weersprak de beschuldiging en veroordeling door de Raad van Beroerten in de volgendedocumenten:

 

1. La justification du prince d'Oranges (de Verantwoordinge). Op het titelblad van dit document staat een Bijbeltekst uit Psalm 37, De goddeloze beloert de rechtvaardige, en zoekt hem te doden. Maar de Heere laat hem niet in diens handen vallen en houdt hem niet voor onrechtvaardig, ook al wordt hij geoordeeld (Psalm 37:32-33). Een Bijbeltekst die in verdedigingsgeschriften vaak voorkomt.

2. Summarische Anzeige.

3. Printzische Entschuldigung. Recent onderzoek van Klink heeft aan het licht gebracht dat in de Printzische Entschuldigung verzetsmotieven van Luther en Calvijn terugkomen.

 

Hierna lanceerde Oranje zijn eerste invasie in de Nederlanden. Op 25 mei 1568 leverde een legertje van Oranje, onder leiding van zijn broer Lodewijk, slag tegen de koningsgezinden onder leiding van Arenberg in de Slag bij Heiligerlee. Het was een overwinning voor de opstandelingen, maar hier sneuvelde wel Willems broer Adolf. Alva wist het effect te neutraliseren door de onthoofding op 6 juni 1568 op de markt in Brussel van Egmont en Hoorne. Daarna ging het slecht met de krijgsverrichtingen van Oranje. Hij verloor in 1568 de Slag bij Jemmingen in het noordwesten van Duitsland. Ook in Brabant verloor hij de slag tegen Alva op 22/23 oktober 1568. Alles bij elkaar leverde het jaar 1568 militair-strategisch slechts winst voor de Spanjaarden, en de financiële middelen van de prins waren eigenlijk uitgeput. Wel trachtte Willem in de volgende jaren, 1569-1571, slag te leveren, maar blijvende winst of opstand onder de bevolking leverde dit alles niet op. De door de prins verwachte steun vanuit Duitsland was ook zeer gering. Zijn hoop op steun van de Hugenoten, die te lijden hadden onder de Spaanse interventie in de Hugenotenoorlogen in Frankrijk, bleek ijdel te zijn. Van een opstand onder de gewone bevolking in de Nederlanden was ook geen sprake. Wel ontving de prins enige steun van her en der verspreide en vervolgde calvinisten, hoewel hijzelf nog geen calvinist was. Dezen woonden in Emden (Oost-Friesland), Londen, Frankfurt, Straatsburg, etc., waar vluchtelingengemeenten waren. Militaire steun kreeg de prins van de watergeuzen, wier bezittingen ook geconfisqueerd waren. Aan hen reikte hij kaperbrieven uit om Spaanse schepen te plunderen.

[bewerken] Strijd in Holland en Zeeland (1572-1576)

 

De druk op de bevolking nam toe. Alva voerde de Tiende Penning in, een vorm van belasting die enorm veel verzet opriep. De Nederlanden werden in 1571 door de pest geteisterd. Duizenden calvinisten vluchtten het land uit. In 1572 werden het Noord-Nederlandse Naarden en het Zuid-Nederlandse Mechelen uitgemoord door Alva's troepen, bij wijze van intimidatie, die echter averechts werkte. Zelfs in het katholieke zuiden, in Brussel, ontstond een winkelstaking tegen de belastingvoorstellen van Alva.

 

Tijdens toenemende spanningen veroverden de watergeuzen op 1 april 1572 Den Briel. Weliswaar gingen deze watergeuzen wel vaker aan land om te roven en te plunderen, maar op 1 april 1572 besloten ze bij toeval in Den Briel te blijven en hesen de geuzenvlag boven Den Briel. De invloed op latere ontwikkelingen van deze verovering van Den Briel waarbij, ondanks Willems verbod, ook negentien monniken werden vermoord, kan moeilijk worden overschat. Het was een signaal voor een algemene volksopstand waar Oranje en zijn broers al vijf jaar op uit waren. Onmiddellijk riep de prins de bevolking in een schrijven van 14 april 1572 [4] op tot verzet. Op 6 april 1572 verklaarde Vlissingen zich voor de prins. Op 1 mei volgde Terneuzen, op 3 mei Veere, en 21 mei Enkhuizen, dat strategisch was gelegen aan de Zuiderzee. Binnen twee maanden schaarden 26 steden in Holland en Zeeland zich achterde prins. In het najaar van 1572 waren in Holland en Zeeland alleen Amsterdam, Middelburg en Goes nog in Spaanse handen. Andere steden kozen tegen de koning, voor de prins. Het jaar 1572 vormde zo een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van de Opstand.

Marnix van Sint Aldegonde

 

De Staten van Holland vergaderden van 15 tot 29 juli in Dordrecht. De prins zond Filips van Marnix van Sint-Aldegonde als zijn gezant naar deze vergadering. Hij gaf Marnix een duidelijke instructie, d.d. 13 juli 1572, mee.[5] Oranje hoopte weer op steun van de Franse Hugenoten, maar na de Bartholomeüsnacht, ofwel de Bloedbruiloft (24 en 25 augustus 1572), leek dit uitgesloten. Ook door financiële tekorten verliep de strijd in Brabant desastreus. Alva wist in het najaar zonder slag of stoot Mechelen te nemen. De prins trok zich daarop terug naar Holland. Op 20 oktober 1572 was hij in Enkhuizen. In december 1572 begon het beleg van Alva rond Haarlem. In de jaren 1572-1576 wist de prins de steden te bewegen tot een opstand tegen Filips. In december 1573 hield de prins een toespraak tot de kapiteins van de Zeeuwse vloot. Zo diep was de indruk die zijn woorden maakten, dat de officieren als één man uitriepen te zullen vechten tot de laatste druppel bloed, al zouden ze een jaar geen geld ontvangen en ook alles verliezen wat zij bezaten.[6]Bij de protestanten kon de prins geen kwaad doen; de katholieken echter bleven terughoudend. De prins ging eind 1573 weer over naar het protestantisme. Hij bezocht in deze periode verschillende steden in Holland en Zeeland. De situatie bleef wankel. Haarlem gaf zich in juli 1573, na een beleg van 9 maanden, over aan de Spanjaarden. Alkmaar wist echter een Spaans beleg te doorstaan, tot op 8 oktober 1573 Alkmaar door de watergeuzen werd ontzet. Op 18 december 1573 verliet Alva het land. Zijn missie was mislukt. Volgens Voltaire heeft de Spaanse hertog in zijn campagne ruim 15.000 Nederlanders ter dood laten brengen. Zijn opvolger wasRequesens. In april 1574 sneuvelden de jongere broers van Willem, Lodewijk en Hendrik, in de Slag op de Mookerheide, maar werd de Spaanse vloot op de Zuiderzee in mei verslagen door de watergeuzen, onder leiding van admiraal Lodewijk van Boisot. Middelburg werd door de geuzen ingenomen en Leiden werd op 3 oktober 1574 door admiraal Boisot ontzet. Oranje legde in oktober 1574 in de Staten van Holland belangrijke verklaringen af over de voortgang en het doel van de Opstand. Via zijn netwerk zocht hij in Engeland, Frankrijk en onder de Duitse vorsten steun.

 

Zijn huwelijk met Anna van Saksen was inmiddels ontbonden, omdat zij krankzinnig geworden was; in 1568 was zij wel de moeder geworden van prins Maurits. Op 12 juni 1575 trouwde de prins met Charlotte de Bourbon. In tegenstelling tot de andere huwelijken, zo blijkt uit zijn briefwisseling, ging het hier niet om een huwelijk uit berekening maar om wederzijdse genegenheid. Op 11 juli 1575 droegen de Staten van Holland en Zeeland aan prins Willem de Hoge Overheid op.[7]

[bewerken] Het onbereikbare ideaal (1576-1579)

De Unies van Utrecht en Atrecht

 

In maart 1576 overleed landvoogd Requesens plotseling, terwijl Spanje in ernstige financiële moeilijkheden verkeerde. De onrust nam in de loop 1576 in alle 17 gewesten toe doordat de Spaanse soldaten, die geen soldij kregen, aan het muitensloegen. De prins speelde hierop in en wist in deze periode in alle gewesten een goede positie te verwerven. Begin 1576 riep bijvoorbeeld Gent de hulp van de prins in tegen de Spanjaarden. De muiterij bereikte een dieptepunt met de Spaanse furie, toen Antwerpen op 4 november zwaar te lijden had van plundering en brandschatting. De afkeer van Spanje was toen algemeen, zowel onder protestanten als katholieken. Op 8 november 1576 kon Willem daardoor zijn grootste politieke succes boeken met de Pacificatie van Gent. Deze legde de bestaande toestand in alle 17 gewesten van de Lage Landen op het terrein van de religie vast en verenigde die tegen het Spaanse gezag. Op 22 september 1577 werd Oranje feestelijk onthaald in Brussel.[8] Op 18 september 1577 was Oranje in Antwerpen, de grootste stad van de Lage Landen. De macht en invloed van Oranje bereikten een hoogtepunt. De nieuwe landvoogd Juan van Oostenrijk moest met lede ogen de intocht van Oranje in Brussel aanzien. 'Als was hij de Messias in eigen persoon', zei Don Juan.

 

Verzoening met koning Filips en vrijheid van godsdienst voor de calvinisten waren echter niet te combineren. De Pacificatie van Gent liep op een mislukking uit. De calvinisten, die heer en meester waren in Holland en Zeeland, wilden geen vrijheid voor de katholieken. De katholieken wilden in de gebieden waar zij de overhand hadden, geen vrijheidvoor de calvinisten. Met de Unie van Atrecht en de Unie van Utrecht in 1579 gingen Noord- en Zuid-Nederland ieder hun eigen weg. Oranjes ideaal (één land met één landheer en religievrijheid) bleek te hoog gegrepen. Het noorden, verenigd in de Unie van Utrecht, vervolgde onder leiding van de prins en Holland en Zeeland de weg van de Opstand. Verschillende vredesbesprekingen, onder andere in Keulen, liepen op niets uit. Filips wilde onder geen beding vrijheid van godsdienst toestaan.

[bewerken] Laatste levensjaren (1579-1584)

[bewerken] Parma slaat terug; Acte van Verlatinghe

Alexander Farnese

 

De laatste jaren van zijn leven waren voor de prins moeilijk. In 1579 kwam de hertog van Parma, Alexander Farnese, de zoon van Margareta van Parma die later hertog van Parma zou worden, als landvoogd naar de Nederlanden. De hertog van Parma was een geduchte tegenstander, die door militaire en politieke behendigheid het zuiden grotendeels voor de koning wist te behouden. Daardoor verliep voor de prins ten slotte het tij. Op 15 maart 1580 tekende hij een vogelvrijverklaring van de Prins van Oranje.[9] De prins verdedigde zich hiertegen in zijn Apologie. DeStaten gaven op 17 december 1581 toestemming de Apologie te laten drukken en uit te geven. Op Willems initiatief werd de Franse kroonprins, de Hertog van Anjou, naar de Nederlanden gehaald; hij zou als een soort boegbeeld de soevereiniteit op zich moeten nemen, met als bedoeld effect dat Frankrijk een bondgenoot zou worden tegen de gemeenschappelijke vijand Spanje. Dit liep (uiteraard) uit op eenheftige competentiestrijd uit tussen de hertog van Anjou en de Staten-Generaal, die de feitelijke macht wilde blijven uitoefenen. Op 5 juli 1581 droegen de Staten van Holland en Zeeland de Hoge Overheid opnieuw op aan de prins van Oranje. Op 26 juli 1581 aanvaardden de Staten de Acte van Verlatinghe, het officiële geboorte-uur van de Nederlandse natie. Het noorden koerste naar een gematigde calvinistische republiek. In 1583 bezette de hertog van Anjou Antwerpen om zijn machtspositie te versterken, maar dat liep op een ramp uit. De wantrouwende Antwerpse bevolking vreesde een 'Franse furie' en slachtte 1500 man van zijn Franse troepen af. Daarop hield Anjou het voor gezien en keerde terug naar Frankrijk. Het idee van Willem om Anjou binnen te halen werd hem algemeen kwalijk genomen.

De kogelgaten in de muur, stille getuigen van de moord op Oranje

Enkele uren na de moord werd in Delft een vergadering van de Staten Generaal gehouden. In de kantlijn van het verslag schreef iemand de laatste woorden van Willem van Oranje: "Mon dieu ayez pitie de mon âme Mon dieu ayez pitie de ce pauvre peuple" (Mijn god, heb medelijden met mijn ziel. Mijn god, heb medelijden met dit arme volk)[10]

 

Na Willems vogelvrijverklaring werden er verschillende aanslagen op het leven van de prins gepleegd. Op 18 maart 1582 pleegde Jean Jaureguy in Antwerpen een mislukte aanslag. Op 5 mei 1582 overleed Charlotte de Bourbon die hem ten koste van haar eigen gezondheid verpleegd had. De prins huwde op 12 april 1583 met Louise de Coligny, dochter van de leider van de Hugenoten in Frankrijk. Op 29 januari 1584 werd Frederik Hendrik geboren. De toestand in de Nederlanden werd echter zienderogen moeilijker. Parma wist op allerlei gebied het initiatief te krijgen. Op 22 juli 1583 moest Oranje Antwerpen verlaten. In mei 1584 verzoende Brugge zich met Parma. De zuidelijke Nederlanden kwamen weer onder Spaanse heerschappij.

[bewerken] Moord en terechtstelling van de moordenaar

 

Op 10 juli 1584 pleegde de Fransman Balthasar Gerards zijn fatale aanslag. Oranje dineerde die avond met Rombertus van Uylenburgh, burgemeester van Leeuwarden[11] in de Prinsenhof te Delft. Oranje wilde van deze Friese rechtsgeleerde in het bijzonder informatie over het unieke Friese rechtssysteem. Na dit diner liep Oranje de trap af, en werd van zeer korte afstand door Gerards met een pistool doodgeschoten. Oranje's laatste woorden zouden zijn geweest: 'Mijn God, Mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk'.

 

De moordenaar werd na een wilde achtervolging gegrepen en veroordeeld tot de zwaarste lijfstraf die er beschikbaar was:

 

"Zijn rechterhand waarmee hij het moorddadige feit gepleegd heeft, zal met een gloeiende tang afgeknepen worden; vervolgens zal men met gloeiende tangen op verscheidene plaatsen op zijn lichaam het vlees afknijpen tot op het bot. Vervolgens vierendele men hem levend waarna het hart uit zijn borstkas gesneden en hem in het gezicht geworpen zal worden. Tenslotte zal men zijn hoofd afhakken waarna zijn vier uiteengetrokken delen op de Haagpoort, Oostpoort, Ketelpoort en de Waterslootsepoort tentoongesteld dienen te worden. Zijn hoofd moet op een staak gespietst en vervolgens bij het voormalige huis van de prins geplaatst worden."

 

Gerards tartte desondanks zijn beulen, die daardoor meenden dat ze met de duivel zelf te maken hadden. Het hoofd prijkte enige tijd als afschrikwekkend voorbeeld op de stadsmuur tot de priester Sasbout Vosmeer - hij was apostolisch vicaris in Delft - het meenam naar de bisschop van Keulen, die er overigens weinig prijs op stelde. Filips II hield zijn belofte en bevoorrechtte de familie van Gerards met geld en titel.

 

Twee weken na de moord op Willem van Oranje, werd er op 25 juli 1584 in de Sint-Janskathedraal van 's-Hertogenbosch uit dankbaarheid het Te Deum gezongen door kanunniken. De blijdschap was echter van korte duur. Diezelfde avond sloeg de bliksem in de toren en ontstond er grote schade aan de kathedraal. De hoge middentoren brandde geheel af, klokken vielen uit de toren, altaren en het orgel van Hendrik Niehoff uit 1533 werden onherstelbaar beschadigd. De schilder Hans van de Ven heeft dit tafereel op doek vastgelegd [12]

Graaf Van Nassau, Katzenelnbogen, Vianden En Diez) Hij was Graaf van Nassau Dillenburg en

grondlegger van het Huis van Oranje.

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Willem I "de Zwijger" (Willem I "de Zwijger") van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Willem I "de Zwijger" (Willem I "de Zwijger") van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Afbeelding(en) Willem I "de Zwijger" (Willem I "de Zwijger") van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht

Voorouders (en nakomelingen) van Willem I "de Zwijger" van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht


Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

Bronnen

  1. stamboomvandam Web Site, Willem Frederik van Dam, Willem Van Oranje Nassau, xxx-template
    Toegevoegd door een Smart Match te bevestigen
    Stamboom op MyHeritage.com
    Familiesite: stamboomvandam Web Site
    Stamboom: stamboomvandam
  2. Cardinaal Web Site, Nick Cardinaal, Willem ( de Zwijger) van Nassau Dillenburg, xxx-template
    Toegevoegd door een Smart Match te bevestigen
    Stamboom op MyHeritage.com
    Familiesite: Cardinaal Web Site
    Stamboom: car8810
  3. Website van de familie's van Veen en de Wilde, Jan van Veen, Willem (de Zwijger) van Oranje, xxx-template
    Toegevoegd door een Smart Match te bevestigen
    Stamboom op MyHeritage.com
    Familiesite: Website van de familie's van Veen en de Wilde
    Stamboom: vanveende wilde3

Aanknopingspunten in andere publicaties

Deze persoon komt ook voor in de publicatie:

Historische gebeurtenissen

  • Graaf Karel II (Oostenrijks Huis) was van 1515 tot 1555 vorst van Nederland (ook wel Graafschap Holland genoemd)
  • In het jaar 1533: Bron: Wikipedia
    • 25 januari » Hendrik VIII van Engeland trouwt Anna Boleyn, zijn tweede vrouw.
    • 30 maart » Thomas Cranmer wordt aartsbisschop van Canterbury.
    • 23 april » De Anglicaanse Kerk ontbindt het huwelijk tussen Catharina van Aragon en Hendrik VIII.
    • 4 mei » Willem van Oranje wordt gedoopt.
    • 11 juli » Koning Hendrik VIII van Engeland wordt geëxcommuniceerd.
    • 21 december » Hernando de Grijalva ontdekt de Revillagigedo Archipel.


Dezelfde geboorte/sterftedag

Bron: Wikipedia

Bron: Wikipedia


Over de familienaam Van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht


Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Gé Lobé, "Stamboom Lobé en verwanten.", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-lobe/I5165.php : benaderd 4 januari 2026), "Willem I "de Zwijger" (Willem I "de Zwijger") van Nassau-Dillenburg, Prins van Oranje, Stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht (1533-1584)".