Mogelijk is zijn (roep)naam ANTOINE. Onder die naam wordt hij in ieder geval genoemd in alle stukken die betrekking hebben op het ontzet van Leiden, waar hij als kolonel leiding had over enkele vendels hugenoten.
Hij is getrouwd met Françoise van de WERVE.
Zij zijn getrouwd te Antwerpen.
Zij zijn getrouwd op 13 december 1579 te St Jacobskerk in Antwerpen.Bron 1
Floris Prims 1943: De groote cultuurstrijd: boek. Tweede boek. De Christelijke republiek - Pagina 270:
Op maandag 19 augustus (1583) moeide zich de magistraat van den morgen tot den middag met het feit van den markgraaf Simon van de Werve. Hij had trouw aan de zijde der Staten gestaan bij de vervolging om het gruwelijk feit van den aanslag op Oranje. We hebben zijn rekening die een omstandig verslag geeft van zijn werkzaamheden, ontleed en er een zeer geordend ambtenaar in gevonden. Hij had zijn dochter ten huwelijk gegeven, mits katholieke inzegening, aan den Franschen hugenoot kolonel de la Garde, een intiemen vriend van Oranje. Sindsdien was de la Garde gedood, voor het kasteel van Viersel, bij het springen van een kanonstuk. Zolang Oranje te Antwerpen was, had men de markgraaf niet aangedurfd. Nu zet de magistraat -die hem nog te benoemen noch te ontnoemen had- den man af.
Register der Commissie tot onderhoud van de Religions-vrede te Antwerpen (1579-1581):
Huwelijk in S. Jacobs van de calvinist de la Garde met de katholieke dochter van Simon van de Werve. Minister Taffin belet Oranje en de prinses er bij te zijn ...
Prims, Floris Hubert Lodewijk
BB nummer: 13927 Antwerpen ; Brussel ; Gent ; Leuven : Standaard, 1943
Bibliotheek / plaats Barcode Uitgeleend tot
1Bibliotheek - Bibliothèque [MARC] A08697/02Niet uitleenbaar
Kind(eren):
We schrijven 1581. Een zeer roerige tijd voor het zuiden van de Nederlanden in de eerste periode van de tachtigjarige oorlog, kort na de reformatie en de beeldenstorm (1566). Spaanse en Staatse troepen hebben met wisselend succes aanvallen op elkaars bastions uitgevoerd. Grote delen van de Nederlanden zijn nu weer in handen van de Spaanse leider Farnese. Het (Noord-)Brabantse land is verscheurd; 's-Hertogenbosch en Eindhoven zijn Spaans, Breda en Bergen op Zoom, om maar twee voorbeelden te noemen, zijn Staatse Oranjebolwerken.
In Breda loopt in juni 1581 een verontwaardigde krijgsgevangene rond: Charles de Gavre, heer van Fresin. Beschuldigd van corruptie is hij opgepakt maar dankzij het aanzien van zijn broer, baron D'Inchy, is hem enige bewegingsvrijheid gegund. Daar maakt hij gebruik van om Farnese te laten weten dat de garnizoenscommandant van Breda het grootste deel van zijn troepenmacht onder kolonel La Garde heeft weggestuurd naar Eindhoven en Den Bosch.
De vesting Breda is daarmee vrijwel verlaten. Slechts vijfenvijftig soldaten zijn over gebleven om het slot en de stad te verdedigen. Daarnaast zijn er nog burgervendels. Via een droge plaats in de gracht dringen de Spaanse troepen het kasteel binnen. De soldaten worden spoedig overwonnen. De burgervendels bieden wel heftig verzet, hopend op een spoedige terugkeer van de gewaarschuwde La Garde, maar de volgende dag moeten ook zij hun tegenstand staken, als de Spaanse ruiterij de poorten binnen komt. Hoewel de Spaanse overwinnaars beloven niet te zullen plunderen, wordt vrijwel onmiddellijk daarmee en begin gemaakt.
Deze overwinning baart de nog niet bezette stad Antwerpen grote zorgen. Om de katholieke bevolking daar de nodige schrik aan te jagen en haar van alle contacten met de Spanjaarden af te houden, worden allerlei maatregelen tegen de katholieken genomen en heeft er zelfs op beperkte schaal een nieuwe beeldenstorm plaats.
Ook voor de nabuurstad Bergen op Zoom worden voorzorgsmaatregelen genomen. De Staten-Generaal zenden de Franse kolonel De La Garde met 8 vendels daar naar toe met de bedoeling deze stad een sterke bezetting te geven, teneinde de strategisch zo belangrijke vesting tegen eventuele Spaanse overvallen te beschermen. Op 10 juli rukken de Fransen soldaten de stad binnen.
In de tijd die daar op volgt boekt La Garde enig succes met een mars door noordelijk Brabant. Het kasteel van Baarle, twee versterkingen in Tilburg en de plaatsen Hoogstraaten en Turnhout heeft hij al veroverd. Nadat de tegenslag van Breda door het Staatse leger is verwerkt, wordt op 9 september alsnog Eindhoven op Farnese veroverd na een nachtelijke overval. Het toneel dat daar volgt is geen gevecht, maar een slachting. Vanuit dit nieuwe bastion hervatten de prinselijke soldaten het onedele bedrijf van uitplundering van het arme boerenvolk, hetgeen hun tegenstanders zojuist noodgedwongen hadden gestopt. Het hele platteland tussen Breda en Maastricht heeft ernstig van deze stroperijen te lijden.
Lang zal de Staatse heerschappij in het Kempenland overigens niet duren. In oktober beginnen nieuwe stormlopen op Eindhoven, nu weer van Spaanse zijde. Na korte tijd staan weer huizen in brand, liggen gewonden in de straten en moet een onbekend aantal doden worden begraven.
Eind 1582 vallen Staatse (Oranje)troepen als eerste weer Eindhoven binnen. Dit vanwege de gunstige ligging en om zo te trachten het bestuur in verschillende steden in Vlaanderen en Brabant opnieuw in handen te krijgen. De Staatse bolwerken in het zuiden worden echter ook meer dan ooit tevoren bedreigd door onenigheid binnen de Oranjepartij.
Prins Willem zelf wenst de banden met het katholieke Frankrijk, een bondgenoot waarvan hij ook steun krijgt in de vorm van soldaten, niet door te snijden. Zijn protestantse onderdanen vertrouwen deze bondgenoot echter niet. In de katholieke steden groeit tegelijk ook het misnoegen over de calvinistische agressie. In die bedorven sfeer wijkt de prins van Oranje, pas hersteld van een te Antwerpen op hem gepleegde aanslag, uit naar Delft. Daar wordt hij op 10 juli 1584 vermoord door de fel katholieke Balthasar Gerards uit Franche-Comté. Die doet zich eerder voor als een hugenoot (een franse protestant) en komt naar Delft, waar hij van dichtbij met twee pistolen de dodelijke schoten afvuurt op de prins. De laatste woorden van de prins zijn opgetekend in het resolutieboek van de Staten Generaal: "Mon Dieu, ayez pitié de mon âme... Mon Dieu, ayez pitié de ce pauvre peuple" (God wees mijn ziel genadig... God ontferm u over dit arme volk)
De bezetting van Breda duurt tot 1590 als de Spanjaarden met instemming van prins Maurits door de truc met het turfschip uiteindelijk weer worden verdreven. Het is dan weer het eerste militaire sukses sinds de dood van Willem van Oranje. Het gaf de opstandelingen weer moed in hun strijd tegen de Spanjaarden. Een strijd die nog lang doorging.
Soldaten hadden in die tijd nog geen pensioenvoorzieningen, maar het is niet ongebruikelijk dat zij na hun diensttijd een stuk land krijgen toegewezen, zodat zij zelf verder in hun onderhoud kunnen voorzien. Nederland was toen nog niet zo dichtbevolkt en er was ook nog ruim voldoende grond beschikbaar. Zo heeft de franse tak van La Garde zich mogelijk ook hier gevestigd.
Kolonel De La Garde is dan wellicht de stamvader van alle Lagarde's die sinds die tijd in Nederland wonen. De naam Lagarde komt immers kort daarna (in het Land van Maas en Waal) voor het eerst voor in de Doop- Trouw- en Begraafregisters van de kerken. Een directe familieband van de kolonel met Frederik Lagarde, de eerste persoon in die registers, kon echter (nog) niet worden vastgesteld, maar is wel waarschijnlijk. Mogelijk is Frederik een kleinzoon van de kolonel.
Uit de correspondentie van Willem van Oranje: (http://www.inghist.nl/) of ( http://resources.huygens.knaw.nl/wvo)
3024
Datum brief 30-8-1573. Correspondent: Aan N.N. Verzendplaats Dordrecht. Inhoud: Opdracht zich met de La Garde naar Waterland te begeven en zich onder het bevel van de gouverneur aldaar te stellen. Opmerkingen: De brief is gericht aan 'Messieurs et bons amys'.
3402
Datum brief 30-8-1573. Correspondent: Aan magistraten van de steden in het Noorderkwartier Verzendplaats Dordrecht. Inhoud: Mededeling dat versterking van de troepen onderweg is, waarover de la Garde nader zal berichten. Opmerkingen: Geadresseerde op grond van de inhoud. De brief was medeondertekend door N. Brunynck. De geauthentiseerde kopie Regionaal Archief Alkmaar gewaarmerkt door Coren en met aantekening van de overhandiging door de la Garde in de vergadering van de Staten van het Noorderkwartier.
3401
Datum brief 30-8-1573. Correspondent: Aan magistraat van Alkmaar. Verzendplaats Dordrecht. Inhoud: Bericht dat versterking van de troepen onderweg is, waarover De la Garde nader zal berichten. Opmerkingen: In een brief van 23 augustus (nr. 9367) aan de magistraat van Alkmaar wordt de komst van de troepen aangekondigd.
5874
Datum brief 28-9-1574. Correspondent: Aan Hendrik III koning van Frankrijk. Verzendplaats Delft. Inhoud: Gelukwens met de aanvang van zijn regering. Zal gaarne kapitein de la Garde zenden voor overleg, mits hem een paspoort wordt verstrekt. Opmerkingen: Op de zegelstrook van het origineel de aantekening: 'Fault faire une honneste responce et bailler le passeport ce que le Roy a commandé'. Het origineel is mogelijk niet uitgegaan. De minuut is ongedateerd, de contemporaine kopie op 27 september, waarop ook Groen van Prinsterer, Archives d'Orange-Nassau dateert. Bijgevoegd is de instructie aan De Revest. Zie nr. 5875.
3221
Datum brief door bewerker bepaald tussen 1-12-1574 en 31-12-1574. Correspondent: Aan Hendrik III koning van Frankrijk. Verzendplaats Middelburg. Inhoud: Dankt voor zijn brieven en het paspoort voor De la Garde en steunt zijn streven naar vrede in de christenheid. Opmerkingen: Zonder datum. Gedateerd op grond van de inhoud en de plaats in het brievenboek. De la Garde werd begin jan. 1575 afgezonden, waaraan de paspoortverlening in dec. 1574 voorafging.
1809
Datum brief 5-1-1575. Correspondent: Aan de la Garde, superintendent van Schoonhoven. Verzendplaats Middelburg. Inhoud: Opdracht om bij koning Hendrik III de inbeslagname van de goederen van de Bouchart, geboren te Dieppe, ongedaan te maken. Opmerkingen Instructie voor een remonstrantie bij Hendrik III.
1847
Datum brief 21-3-1575. Correspondent: Aan De Fregouse. Verzendplaats Dordrecht. Inhoud: Dankbetuiging voor zijn goede genegenheid. Ayant au retour de Mons.r de la Garde entendu la bonne affection en laquelle…
1850
Datum brief 22-3-1575. Correspondent: Aan Catharina de Medici. Verzendplaats Dordrecht. Inhoud: Betuiging van respect, gelukwens met het huwelijk koning Hendrik III en bericht over de vredesbesprekingen te Breda. Retournant le s.r de la Garde pardeca, il m'a faict entendre comme il a pleu…
1849
Datum brief 22-3-1575. Correspondent: Aan Hendrik III koning van Frankrijk. Verzendplaats Dordrecht. Inhoud: Dankt voor de gunstige reactie op de voorstellen door De la Garde overgebracht en bericht over de vredesbesprekingen te Breda.
1888
Datum brief 22-4-1575. Correspondent: Aan Philippes Martin de Mannay. Verzendplaats Dordrecht: Inhoud: Commissie als 'seigneur' van De la Garde en maitre de camp van de Franse troepen in de plaats van kapitein Aultran.. Opmerkingen: Vgl. nr. 1878.
5813
Datum brief 19-6-1581. Correspondent Aan magistraat van Heusden. Verzendplaats Amsterdam. Inhoud: Verzoekt aan Gerard Prouninck genaamd Deventer buskruit te leveren in verband met de verdere verovering op de vijand van het fort te Vlijmen en de gehele Langstraat door kolonel de la Garde.
7465
Datum brief 1-11-1581
Correspondent Aan Philippe de Mornay, heer du Plessis-Marly. Verzendplaats Gent (Gand). Inhoud: Verzoek aan de kapiteins en officieren van de Franse compagniën onder De la Garde te schrijven dat zij tot tevredenheid zullen worden betaald. Opmerkingen: Van de prins en de Landraad.
Philippe du Plessis-Mornay
Duplessis-Mornay
Philippe du Plessis-Mornay (Buhy, 5 november 1549 - La Forêt-sur-Sèvre, 11 november 1623), soms ook geschreven als Philippe du Plessis Mornay, of Philippe Duplessis-Mornay, of Philippe de Mornay, seigneur du Plessis–Marly of Philippe Mornay du Plessis, was een Frans protestants theoloog en staatsman, leider van de hugenoten en een prominente monarchomach.
In 1572 overleefde hij ternauwernood de Bartholomeusnacht.
Hij schreef mee aan de Apologie van Willem van Oranje in 1580. Mogelijk is hij ook de auteur van Vindiciæ contra tyrannos uit 1579. Met deze werken wordt hij beschouwd als een van de grondleggers van de Nederlandse onafhankelijkheid.
Garde, de la
Parijs, ? - Viersel (ten oosten van Antwerpen), april 1583
De la Garde - zijn voornaam is onbekend - stond als kolonel aan het hoofd van een regiment Fransen dat zich verdienstelijk maakte bij het ontzet van Leiden. Hij was zijn loopbaan begonnen in het protestantse La Rochelle, waar hij Lodewijk van Nassau had leren kennen. Na de Bartholomeusnacht vluchtte hij naar Holland, waar hij dienst nam in het leger van de prins van Oranje. Al bij het ontzet van Alkmaar voerde hij in september 1573 het bewind over acht vendels in Waterland. Bij het ontzet van Leiden voerde hij het commando over de transportschepen in de vloot van Louis de Boisot. Vervolgens werd hem het commando over Schoonhoven gegeven, maar op 24 augustus 1575 was hij gedwongen, op eervolle voorwaarden, de stad over te geven aan de koninklijke stadhouder Hierges. Hij trok met de prins, die zeer op hem gesteld was, naar het Zuiden, waar hij in Brabant en Vlaanderen diende. Hij sneuvelde bij de inname van het kasteel te Viersel, ten noorden van Lier, in april 1583. Verg. Pieter Bor, II, 366a: De Prince van Orangien wasser seer droevig om, want hy een seer goed en vroom soldaet was geweest, hebbende langen tijd in 't heetste van de oorloge in Holland en Zeland gedient, als ook in het Noorder-Quartier, hebbende hem altyd seer eerlyk en wel gedragen, en in menigen aenslag, schermutsingen, en belegeringe geweest'.
Anton van der Lem
Uit Breda (Stadsarchief) kreeg ik deze informatie: In het artikel van V.A.M. Beermann en J.L.M. de Lepper, "De lotgevallen van de stad" in Geschiedenis van Breda deel II. Aspecten van de Stedelijke Historie 1568-1795 (Schiedam, 1977) 1-86 komt op pag. 38 de kolonel in Staatse Dienst, genaamd De La Garde, inderdaad voor, nml. als commandant van 8 vendels gestuurd naar Bergen op Zoom om deze strategisch gelegen plaats te versterken en te beschermen tegen Spaanse overvallen. Gezien de verrassing van Breda vlak ervoor lag dit binnentrekken van Staatse troepen in Bergen op Zoom op 10 juli 1581 in de lijn der verwachting.
De la Garde komt als commandant in Staatse dienst in het standaardwerk over het Staatse Leger van F.J.G. ten Raa en F. de Bas Het Staatse Leger 1568-1795 (Breda, 1911-1950, 7 dln.) diverse malen voor in deel I bevattende o.a. de periode van de Furie van Haultepenne (Breda, 1911). Hierbij wordt verwezen naar resoluties van de Staten Generaal aanwezig op het Nationaal Archief in Den Haag. Met vriendelijke groet, Harrie Lagarde 25-01-2005