Hij is getrouwd met Lijntge Pieters van Heel.
Zij zijn getrouwd op 19 november 1630 te Rotterdam.Bron 2
Kind(eren):
http://wesp.snt.utwente.nl/~aver/kwvisscher/Voerman-de%20Kruiff_2012.pdf:
Op 30 mei 1644 verklaarde Catalijne Pietersdochter, de vermoedelijk eerste vrouw van Jan Arienszoon van Santen, tegen Jan Coenen, die 3en "beutelaertgen" boter kwam afleveren, om het maar binnen te zetten, vanwege de warme zonneschijn, en "haelt een brieffgen".
Op 17 november 1644 erkent de cuyper Pieter Abramss Duyfhuysen 800 gulden te zijn aan de backer Jan Aertss van Santen. Deze schuld is op 16 mei 1648 voldaan.
Op 3 juni 1650 herroepen backer Jan Ariensz van Santen en zijn vrouw Lijntge Pietersdr van Heel, wonende op de Meent, hun eerder gemaakte testament en benoemen elkaar tot enig erfgenaam. Aan hun evt. kinderen zal bij meerderjarigheid of huwelijk 500 gld. worden uitbetaald.
Op 2 mei 1652 erkent de backer Henrick Maertenszoon, wonend te Delfshaven, 2000 gulden schuldig te zijn aan Jan Aertsz van Santen.
Op 27 juni 1668 benoemt Lijsbeth Aertsdochter, weduwe van de cleermaker Aernout Saijmans, en wonende in de Aeckenoomensteech tot erfgenamen haar zoons Aert en Johannes Saijmans (de eerste zit in Oost-Indiën), elk voor een gelijk deel. Tot voogd benoemt zij haar mans broeder Jan Aerts van Santen.
Op 7 juni 1671 benoemt de meesterbakker Jan Aertsz (Arentsen) van Santen, wonend op de Meent, tot zijn erfgenamen zijn zoon Pieter Jansz van Santen, chchirurgijn, voor de ene helft, en de kinderen van Aeltge Jans van Santen, zijn dochter, voor de andere helft. Verder is er een uitkering van 1000 gulden voor Grietge Jans Swieringh, dochter van zijn overleden dochter Maria Jans van Santen. Voorts moet de borg van 2000 gulden voor Jan Schooneman, getrouwd met zijn dochter Aeltge Jans van Santen, hiervoor genoemd, worden voldaan. Deze borg is beschreven in een acte van notaris Hartman de Custer in 1669. Voorts wordt geregeld dat zijn dochter het vruchtgebruik krijgt van de erfenis aan haar kinderen. Voogden over zijn kleinkinderen zullen zijn: Pieter Jansz van Santen, meesterchirurgijn, zijn zoon, en Johannes Swieringh, meesterkleermaker, zijn zwager. Uitgesloten van het voogdijschap is Jan Schooneman.
In 1675 verzoekt het stadsbestuur van Rotterdam aan het ambachtsbestuur van Bleiswijk om Jan Adriaensz. van Santen op te nemen in het kohier van de 200ste penning, een soort regster voor vermogensheffing
Jan Adriaanse van Santen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
1630 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Lijntge Pieters van Heel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||