Zij is getrouwd met Evert Segersen.
Zij zijn getrouwd
Samenvattingen protocollen van vrijwillige rechtspraak, Elburg 1676
Fol. 33 Verschenen Evert Segersen en Fennetje Jans echtel. verkopen aan Gerrit Dijck ontvanger dezer stad en Fennetje Daendels echtel. hun huis staande in de Oldestraat tussen Teunis Jacobsen en de Gasthuisstege en een hof voor de Goorpoort enz. en ¼ deel van een akkertje in de Nieuwstad gemeen met zijn broer zuster en haar kind enz waarbij het haar vrij blijft staan die percelen weer terug te kopen voor f 350,- Stellende tot onderpand een stuk land onder Oostendorp waaraan oostw Dirk toe Water, zuidw de weg naar het Eekt westw de weg naar de Zandweg en noordw Machteltien Lambert gelandet is actum 6 april 1676
Transcriptie Criminalia (1549) 1558 1709 te Elburg: 1677
Paul Jansen Vrijlinck ende Evert Segersen daer toe ex officio gebodet ter instantie van de Magistraet verklaerden, dat sij bij gelegenheit om de kuipen te herstellen geweest sijnde ten huyse van Henrick Jansen tot Apperloo, na gedaen werck ter gelaege sijn geseten geweest in de kuecken, daer mede present sijnde Eibert van Coot, ende de twe schutten, met naemen Henrick van Essen ende Goetfrijdt.[ ], yeder sijn gelach hebbende, ende dat onderwijlen mede in de kuecken gekoomen is Dirck Willemsen cuiper daer oock plaets nemende met de hoedt op de knyen; dat vervolgens Eibert van Coot Henrick van Essen op de rugge geslagen heeft; seggende dese formalia: Henrick van Essen Landt-drost van Veluwen, ick brenge het u een reis (welcke laetste woorden nochtans te weten ick brenge het u een reis, Paul Jansen segt niet gehoort te hebben) en dat daer op Dirck Willemsen cuiper na d'aerde voor hem nedersiende, gesegt heeft: hondeslager, sonder nochtans yemant te noemen, waer op Henrick van Essen gaende nae 't vuyr om een pijpe tabacks aen te steecken, vraegde, wat segt ghij daer, ende Dirck Willemsen niet anders seggende als dese woorden: hondeslagers, dat aenstonts op die woorden de schut Godefrijdt een kanne opgenomen, ende Dirck Willemsen tot twemael toe daer mede op de kop geslagen heeft, ende voor de derdemael de selve met volle kracht uit de handt op het voorhooft boven het ooge van den voornoemde Dirck Willemsen gesmeten heeft,
soo dat de smeet klonck als een klock, ende een gat maeckten, als een halve maen, ende de randt van't onderste van de kann geheel ingebogen was, dat vorder den selven Godefrijdt na sijn roer gegrepen, ende den haen over overgehaelt heeft vloeckende, ende dreigende verscheiden maelen den voornoemde Dirck Willemsen te doorschieten; ende dat Paul Jansen, het roer om hooch slaende hem met gevouwen handen gebeden heeft, dat hij hem niet doorschieten soude, alsoo hij genoegh hadde, gelijck oock veele andere soo vrouwen als mannen deden; maer dat hij met sijn gebeden op hem niets vermocht heeft, ende voor sich selven mede bevreest sijnde van daer gegaen is, sich retirerende op het kelder-kamerken; doch dat d' heer van Putten op het gerucht inkoomende hem Godefrijdt met bidden ende smeecken het roer noch uit de handen gekregen hadde.
Paul Jansen Vrijlinck en Evert Segersen verklaerden dese haere depositien waer ende waerachtich te wesen, ende oerbodich te wesen de selve ten allen tijden, soo noodich met eede te bekrachtigen. Actum in pleno Senatu praesentibus omnibus excepto Hegeman, den 5 junii 1677.
Kind(eren):
Fennetje Jans | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Evert Segersen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.