Hij had een relatie met Mechteld van Wassenberg.
Kind(eren):
Hendrik II van Nassau
Hendrik II "de Rijke"
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau
Regeerperiode 1198–1247
Co-regent Rupert IV (1198–1230)
Voorganger Walram I
Opvolger Walram II en Otto I
Huis Nassau
Vader Walram I
Moeder Kunigunde
Geboren ca. 1180
Gestorven 26 april 1247, 1248, 1249 of 1250
Partner Machteld van Gelre
Religie rooms-katholiek
Wapenschild
Wapen van de graven van Nassau
Hendrik II van Nassau bijgenaamd "de Rijke" (ca. 1180[1][2] – 26 april 1247/48/49/50, vóór 25 januari 1251)[3] was graaf van Nassau.
Biografie:
Hendrik II was de oudste zoon van graaf Walram I van Nassau[1][2][4] en een zekere Kunigunde, mogelijk een dochter van een graaf van Spanheim of een dochter van graaf Poppo II van Ziegenhain.[1]
Hendrik wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde gedateerd 20 maart 1198, samen met zijn moeder en zijn broer Rupert IV.[1] Deze vermelding betekent dat hij en zijn broer toen de leeftijd van 12 jaar hadden bereikt.
Hendrik II wordt van 1198–1247 vermeld als graaf van Nassau.[1] Hij regeerde samen met zijn broer Rupert IV.[1][2][4]
Politiek en uitbreiding machtsgebied:
In de politiek van de Heilige Roomse Rijk was Hendrik een loyale aanhanger van de Hohenstaufen. Maar tussen 1209 en 1211 verdedigde hij de rivaal Otto IV van Brunswijk als keizer, waarna hij weer keizer Frederik II zou steunen. Tussen 1212 en 1214 hield hij de aartsbisschop van Trier, Theoderik II gevangen, een tegenstander van Frederik II.
Tegen het einde van de 12e eeuw had Walram I zijn machtspositie kunnen uitbreiden bij de Niederlahn. Als erfgenaam van de graven van Arnstein volgde hij deze op als de voogd van de aartsbisschop van Trier in: Koblenz, Pfaffendorf (nu deel van Koblenz), Niederlahnstein en Humbach (Montabaur). Maar rond 1230 werd de invloed van Trier in de omgeving van de Rijn en de Lahn sterk genoeg om met Nassau te concurreren. De aartsbisschop had Montabaur versterkt in 1217 om zijn bezettingen te versterken op de rechteroever van de Rijn tegen Nassau.
Hendriks vader kreeg het Königshof Wiesbaden van keizer Frederik I als dank voor zijn steun aan de keizer in de conflicten rond 1170–1180. De bezittingen van het graafschap Nassau in dit gebied werden uitgebreid rond 1214 toen Hendrik de keizerlijkevoogdij (Reichsvogtei) ontving over de stad en het gebied Koningssondergau die hij hield als leengebied.
Kasteel Sonnenberg
Rond 1200 begonnen Hendrik en zijn broer Rupert IV met de bouw van kasteel Sonnenberg op de uitloper van Spitzkippel-hoogte in het Taunusgebergte boven Wiesbaden. Dit was bedoeld als bescherming tegen de aartsbisschop van Mainz en zijn vazallen. Eenvan die vazallen waren de heren van Eppstein, die de landen aangrenzend Wiesbaden bezaten. Maar het kathedraalkapittel van Sint Martin in Mainz claimde Sonnenberg als de bezitting van Mainz. Om dit recht te zetten betaalde Nassau in 1221 30 marken aan het kathedraalkapittel in 1221 om het land van Sonnenberg te verkrijgen. Hendrik werd ook gedwongen om de aartsbisschop van Mainz te erkennen als leenheer en bezitter van Sonnenberg.
In 1224 kreeg Hendrik steun van de aartsbisschop van Keulen, Engelbert II. Hij benoemde Hendrik als zijn Maarschalk en Schenk (een titel die oorspronkelijk kop-drager betekende). Maar in ruil voor zijn bescherming tegen de aartsbisschoppen van Mainzen Trier moest Hendrik de helft van Siegen afstaan aan Keulen. Niet aangetast door deze manier van regeren behield Nassau zijn rechten op de regio om Siegen: de hoge juridictie (Hohe Gerichtsbarkeit) en wildrecht (Wildban) uitdrukkelijk tot 1259.
Hendrik nam in 1228 deel aan de Zesde Kruistocht van keizer Frederik II.[5] In 1231 woonde Hendrik de Rijksdag van Worms bij en in 1232 was hij bij de keizerlijke vergadering in Ravenna van keizer Frederik II.[1]
Hendriks broer, Rupert IV was lid van de Duitse Orde in 1230. Bij zijn dood in 1239 liet hij zijn erfenis na bij de Duitse Orde. Hendrik kwam onmiddellijk in geschil met de orde, hij wilde niet dat zijn rijk werd verdeeld.
Hendrik had ook de voogdij over het bisdom van St. George in Limburg an der Lahn tijdens de bouw van de kathedraal in Limburg. In 1239 verhuisde hij – op aanraden van zijn vazal Friedrich van Hain – het inkomen van de Netphen gemeente naar de premonstratenzer kapel abdij nabij Hilchenbach. Zijn afstammelingen namen het beschermheerschap over van het klooster.
De politiek van Hendrik in de omgeving van Herborn, maakte de lokale aristocratische families boos. Rond 1240 bouwde Hendrik het slot Dillenburg[1] om de afvalligen beter te kunnen onderwerpen. In 1248 begon de eeuwenlange Dembacher vete, waarin ookHessen werd betrokken alsook in de context met de Thüringse opvolgingsoorlog.
Hendrik bouwde tijdens zijn regering de burcht Ginsburg.[4][5]
In 1247 steunde Hendrik de keuze van de tegenkoning Willem II van Holland. Deze bevestigde alle keizerlijke bezittingen en gaf hem het recht om munten te slaan.
Huwelijk en kinderen:
Hendrik huwde vóór 11 december 1215[6] met Machteld (of Mechteld) van Gelre en Zutphen († 28 oktober, 1247 of later),[7] een dochter van graaf Otto I van Gelre en Zutphen en hertogin Richardis van Beieren.[1][8]
Met haar kreeg hij de volgende kinderen:[9]
1.Rupert († 19 september vóór 1247).[1][2] Werd door de aartsbisschop van Trier beleend met allodiaal goed in Diez en Ober-Lahnstein.[4][10] Ridder van de Duitse Orde.[1]
2.Walram (ca. 1220–24 januari 1276), volgde zijn vader op als graaf van Nassau, is de stamvader van de Walramse linie van het Huis Nassau.
3.Otto († tussen 3 mei 1289 en 19 maart 1290), volgde zijn vader op als graaf van Nassau, is de stamvader van de Ottoonse linie van het Huis Nassau.
4.Hendrik († 28 mei na 1247),[2] was monnik in de abdij van Arnstein.[1][2]
5.Elisabeth (ca. 1225–na 6 januari 1295), huwde met Gerhard III heer van Epp(en)stein († 1252).[2]
6.Gerhard († tussen 7 april 1312 en 20 september 1314), was geestelijke.[11]
7.Jan († Deventer 13 juli 1309), was geestelijke, o.a. elect van het Sticht Utrecht.[1][2]
8.Catharina († 27 april 1324), werd in 1249 abdis van het klooster Altenberg bij Wetzlar.[1]
9.Jutta († 1313), huwde omstreeks 1260 met Jan I heer van Cuijk († 13 juli 1308).[2]
10.? Irmgard († 1 augustus 1297), was abdis van Val-Benoît.[2]
Hendriks zonen Walram en Otto verdeelden op 16 december 1255[12] de Nassause landen. Deze eerste verdeling van de Nassause landen staat bekend als de Prima divisio. Hiermee ontstonden de Walramse en Ottoonse linie van het Huis Nassau
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Hendrik Ii "de Rijke" graaf van Nassau En Wiesbaden | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Mechteld van Wassenberg | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.