Hij is getrouwd met Hermina Josepha Maria Knaapen.
Zij zijn getrouwd op 11 augustus 1945 te Tilburg, hij was toen 24 jaar oud.
Kind(eren):
In WW2 Tewerkgesteld geweest in Duitsland
Bron Historie Tilburg
Op maandag 8 november 1943 schreef de wachtcommandant van de Gemeentepolitie in Tilburg in zijn dagrapport:
24.00 Uur. Door de opperwachtmeester Gerrits aan het bureau gebracht en in arrest gesteld:
Embrecht van Os, geboren te Tilburg 15 October 1920, klerk, wonende te Tilburg Merodeplein 17. Zit in cel 10, band 14. (S.D.)
Embrecht was op het moment van de overval niet thuis. Zijn zus wel. Zij vertelde:
Op een avond eind 1943 was Embrecht bij de overbuurman aan het schaken, toen er een overvalwagen de Merodestraat kwam ingereden.
Soldaten sprongen er uit en gingen achter de poort. Twee kwamen aan de voordeur en belden aan. Vader deed open, ze vroegen waar zijn zoon Embrecht was.
Vader was heel blij dat hij niet thuis was, maar daar namen zij geen genoegen mee.
Het hele huis werd van zolder tot kelder onderzocht, maar geen Embrecht te vinden. Ze waren woedend.
Moeder was doodzenuwachtig, want uiteindelijk moest vader dan maar mee. Hij vond dat niet erg, want hij wist van tevoren dat zij hem niet lang vast zouden houden.
Terwijl hij zijn jas aandeed, ging de voordeur open. Embrecht kwam thuis van een gezellig avondje schaken. Hij liep recht in de val.
Embrecht was opgeroepen om in Duitsland te gaan werken in het kader van de Arbeitseinsatz. Hij had het Arbeidsbureau gevraagd na te gaan of hij hiervan vrijgesteld kon worden. Hij dook niet onder en bleef werken op Publieke Werken in Tilburg. Nog voordat hij op zijn verzoek om vrijstelling een antwoord kreeg, werd hij als weigeraar gearresteerd. Of zoals hij zelf vertelde:
In September 1943 kreeg ik bericht, dat ik, niet in verband met mijn leeftijd, maar als jeugdig ambtenaar (22 jr.) in het kader van de Arbeitseinsatz van 5% van het overheidspersoneel, in Duitsland moest gaan werken. Hierover is door mij contact opgenomen met de Heren Ketelaars en Klompenhouwer van het Arbeidsbureau om na te gaan welke maatregelen genomen konden worden om mij hieraan te onttrekken.
Door inlevering van mijn distributiebescheiden en door een mij niet bekende manipulatie op t Arbeidsbureau was ik, terwijl ik mijn werkzaamheden als ambtenaar op Publieke Werken normaal bleef verrichten, voor het Duitse Gezag in Duitsland tewerkgesteld. Dit heeft ongeveer een maand geduurd, totdat ik geheel onverwacht op 8 November 43 te middernacht door de later veroordeelde en gefusilleerde S.D. handlanger Gerris met 8 man assistentie, aan huis ben gearresteerd.
Hij verbleef twee weken op het politiebureau voor ondervraging. Dat was vreemd, want arrestanten werden meestal na een of twee dagen doorgestuurd. Volgens Embrecht had dit te maken met argwaan van de Duitsers over het optreden van leden van het Arbeidsbureau. Op woensdag 24 november 1943 (hijzelf zegt op 23 november 1943) werd hij op transport gesteld naar s-Hertogenbosch om vandaar overgebracht te worden naar het concentratiekamp Amersfoort. En weer noteerde de wachtcommandant van de Gemeentepolitie in zijn dagrapport:
7.00 Uur. Is de arrestant van Os, met Opperwachtm. te Marvelde op transport naar Den Bosch voor overgave aan de transport colonne voor verder transport naar Amersfoort.
Het staat er zo koel, maar het was het begin van een lijdensweg vol emoties, die pas eindigde toen Embrecht na een verblijf in het:
- Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (24 november 1943 tot en met 17 april 1944),
- het concentratiekamp Buchenwald (20 april 1944 tot en met 2 november 1944 en
- een gedwongen tewerkstelling onder toezicht van de SS in Langenstein (4 november 1944 tot en met 10 april 1945) in en bij het vernietigingskamp Zwibergen,
- op 9 mei 1945 weer thuis terugkeerde. Of zoals hij het zelf kort vertelde:
Ondergetekende, Embrecht van Os, wonende Merodeplein 17 te Tilburg,geboren 15 October 1920 is op 8 November 1943 in het ouderlijk woonhuis, Merodeplein 17, door Piet Gerritsen gearresteerd op grond van het zich onttrekken van tewerkstelling in Duitsland. Op 23 November 1943 is hij van het Politiebureau te Tilburg overgebracht naar het Polizeiliches Durchgangslager te Amersfoort en aldaar veroordeeld tot 8 maanden kampstraf, welke kwijt gescholden zouden worden indien hij zich meldde voor SS-frontarbeider, hetgeen hij met nog enkele anderen geweigerd heeft. Op 18 April 1944 is hij echter met een transport naar Duitsland gezonden om zg. in vrijheid te gaan werken, doch is met dit transport op 20 April in Buchenwald aangekomen, alwaar hij tot 2 November 1944 is verbleven. Vandaar uit is hij met ±120 andere hollandse gevangenen ontslagen om tewerk gesteld te worden op een geheime Baustelle onder toezicht van de SS in de nabijheid van Halberstadt.
Daar werden wij tewerkgesteld onder de grond, om met behulp van 4000 gevangenen van een buitencommando van Buchenwald een fabriek te bouwen. (K.L. Zwibergen)
Op 11 April werden wij door de Amerikanen bevrijd, nadat op 10 April de SS gevlucht was.
Op 9 Mei 1945 ben ik thuis teruggekeerd.
Eenmaal weer thuis heeft hij zijn ervaringen in Amersfoort, Buchenwald en Langenstein opgeschreven in drie delen.
Het eerste deel: P.D.A. Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort beschrijft zijn verblijf in Amersfoort. Het is met de hand geschreven.
Het tweede deel: 47447 (het gevangenennummer van Embrecht in Buchenwald) gaat over zijn verblijf in Buchenwal. Dit deel is getypt.
Het derde deel: Burger-Häftling bespreekt zijn ervaringen in Langenstein.
De drie delen hebben wij (vanwege de leesbaarheid) van tussenkopjes voorzien, een enkele keer een voetnoot ter verduidelijking toegevoegd en samengevoegd tot één bronnenpublicatie, getiteld:
Alles was gericht op vernedering. Tilburger Embrecht van Os onder curatele van de SS, 1943-1945
Daarbij is de oorspronkelijke spelling, inclusief taal- en spelfouten, gehandhaafd.
Met een scherp opmerkingsvermogen observeert Embrecht wat hij gezien en ondergaan heeft. Gezien en ondergaan, want hij was geen toeschouwer, maar iemand die direct betrokken was bij de wreedheden en vernederingen door de SS. Hij was geen willoos slachtoffer, maar een gevangene die steeds zocht naar geestelijke en niet-geestelijke ontsnappingsmogelijkheden uit de ellende die hij ondervond. Geestelijk door zijn rotsvast geloof in de Katholieke godsdienstige opvattingen en waarden, niet-geestelijk door zich waar mogelijk te onttrekken aan de regels van de SS en door sabotage tijdens de (dwang)arbeid.
De eerste ervaringen met het optreden van de SS in Amersfoort roepen bij hem vragen op als:
Is dit werkelijkheid? Bestaat zoiets in de beschaafde 20e eeuw? Blijft dit zo doorgaan?
Zijn antwoord is dan:
Heel het systeem was erop gericht de Häftlingen murw te maken, te vernederen en hen een zodanige angst voor deze verschrikkingen bij te brengen, dat zij zich in de toekomst wel zouden wachten iets tegen het nationaal-socialisme en zijn handlangers te ondernemen, hetgeen toch vaak een averechtse uitwerking heeft gehad.
Het klinkt afstandelijk, maar dat zijn zijn memoires zeker niet. Wat moet men zich bij deze verschrikkingen voorstellen? In het verslag staan hiervan tientallen, soms afgrijselijke voorbeelden. Om er enkele te noemen: urenlange appèls in regen en koud, vloeken en tieren door SSers, afranselingen, het martelen van gevangenen tot de dood erop volgde, het opzettelijk martelen en neerschieten van gevangenen tijdens het verrichten van dwangarbeid, het misbruiken van gevangenen voor dodelijke medische proeven, het laten verongelukken van gevangenen bij dwangarbeid door onervarenheid en gebrek aan veiligheidsmaatregelen enzovoort.
Mensenlevens waren niets waard. Sarcastisch merkt Embrecht op dat wanneer een SSer zijn hond op je afstuurde, je beter met die hond te maken kon hebben dan met de SSer.
En dan hebben we het nog niet over de jammerlijke huisvesting, de primitieve hygiënische verzorging en het zeer slechte, dikwijls bedorven voedsel.
Een onuitwisbare indruk maakte op hem het onmenselijke werken in de steengroeve bij Buchenwald, waar tevoren vastgestelde gevangenen in koelen bloede werden neergeschoten.
Onuitwisbaar waren ook de indrukken van verminkte doden en gewonden na een geallieerd bombardement op een fabriek naast Buchenwald, waar hij bij de bouw was ingezet.
Begin november 1944 werd Embrecht ontslagen uit het concentratiekamp Buchenwald. Hij was in april 1944 met ongeveer 500 gevangenen vanuit Amersfoort op transport gezet naar Rheine om daar te gaan werken. Maar omdat men daar niet op de komst van hem en zijn metgezellen voorbereid was, werd het transport doorgestuurd naar Buchenwald.
Oudgediende gevangenen in Buchenwald, die werkten op de Politieke Afdeling in het kamp, vertelden dat het verblijf in Buchenwald maar tijdelijk zou zijn. Hij werd met nog ongeveer 120 Nederlandse medegevangenen uit Buchenwald ontslagen en op transport gezet naar Langenstein om daar tewerkgesteld te worden in een onderaardse fabriek in aanleg, waar al 4000 gevangenen van het vernietigingskamp Zwibergen (een buitencommando van Buchenwald) onder erbarmelijke omstandigheden werkten.
Embrecht is dan geen concentratiekampgevangene meer, maar werkte wel onder toezicht van de SS. Het gevaar dreigde - en het is ook gebeurd - dat de vrijgelatenen uit Buchenwald veroordeeld werden tot het concentratiekamp Zwibergen. Hij was toen niet meer in de hel, maar werkte als metselaar in een onderaardse fabriek op de rand ervan, onder omstandigheden die verre van normaal waren.
Later, als assistent-landmeter bij de burgerlijke Bauleitung van het fabrieksproject in Langenstein, wist hij meer afstand te scheppen tussen zichzelf en de SS en zijn leefomstandigheden te verbeteren.
Het laatste deel van zijn memoires gaat over de naderende bevrijding: de geallieerde bombardementen op Halberstadt, vlak bij Langenstein, het wegtrekken van de SS, Wehrmacht, Volkssturm en Hitlerjugend, de ontmoeting met de Amerikaanse bevrijders en de roes van de bevrijding. Uiteindelijk beschrijft hij de toestand in het verzamelcentrum in Halberstadt, vanwaar hij naar Tilburg terugkeerde.
Maar dan eindigen plots zijn aantekeningen. Zijn zus schreef daarin achteraf de tekst:
Dit boek heeft nooit een einde gekregen, waarom niet? Hij had er genoeg van, van al die ellende.
De samensteller
Ad de Beer
Embrecht van Os | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
1945 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hermina Josepha Maria Knaapen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.