Kind(eren):
- verwond bij slag a/d Ane
- Aanleiding voor de slag: In 1226 is een vete ontstaan tussen de verwante burggraaf Rudolf III van Coeverden en de Groningse prefect Egbert, beiden vazallen van het bisdom Utrecht zijn. Het lukt de bisschop, Otto II van der Lippe, niet beide heren te verzoenen. Evenmin slaagt hij erin ook maar een enkele tiende van de Drenthse boeren te innen.
Rudolf III jaagt Egbert Groningen uit, maar deze weet op zijn beurt met bevriende Friezen Rudolf III van zijn grondgebied te jagen. Niet lang daarna komt Rudolf III terug met een leger Drenthen om Groningen te belegeren. Ten einde raad vraagt de burggraaf de bisschop om hulp.
Bisschop Otto II van der Lippe roept daarop in 1226 diverse edelen op om het oproer neer te slaan en hun macht aan de boeren te laten zien. De graven van Holland, Gelre, Bentheim en Kleef bieden de helpende hand, alsmede de heer van Amstel. In de zomer van 1226 verzamelt een grote strijdmacht zich bij kasteel Heekeren bij Goor. Aanvoerder wordt Rudolf van Goor, een reus van een kerel. In de zomer van 1227 trekt de uitgelezen ridderschaar Drenthe binnen. Die zal dat armzalige troepje boeren wel even een lesje leren.
Ondertussen wacht heer Rudolf III van Coeverden met zijn legertje rustig af. Hij kent het terrein op zijn duimpje en lokt de geallieerde ridders steeds verder het moeras in. Op 27 juli 1227 loopt het zwaar bepantserde ridderleger in het moeras tussen Ane en Coevorden vast. De paarden kunnen niet meer voor- of achteruit! Rudolf III van Coeverden acht de tijd rijp om toe te slaan. Het ridderleger wordt in de pan gehakt door de boerensoldaten van Coevorden. Zowel vrouwen als mannen vermoorden de weerloze ridders; een hele dag duurt de slachting. Vijfduizend ridders verliezen hun leven, maar dat getal zal wel wat overdreven zijn.
Ook de bisschop van Utrecht wordt op wrede wijze vermoord door hem voorover in de modder te laten stikken. Vervolgens wordt zijn geschoren kruin als trofee gevild. Ook zijn broers vinden de dood.
Graaf Gerhard IV raakt slechts in gevangenschap; dat heeft hij te danken aan zijn betoonde vriendschap in de oorlog van 1225-1226, die niet vergeten is.Rudolf III toont zich een ware ridder door Gerhard IV vrij te laten, zodat hij deel kan nemen aan de verkiezing voor een nieuwe bisschop van Utrecht. Gerhard IV moet echter op zijn erewoord beloven zich na de verkiezing weer in gevangenschap te begeven. Op een "rosbaar", een draagstoel door twee paarden gedragen, wordt hij gewond en ziek naar Utrecht gebracht. Samen met Floris IV van Holland krijgt hij Wilbrand van Oldenburg op de bisschopszetel.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.