Notitie bij Beije: Leenman van Putten(1455-1485), schepen van Poortugaal(1458-1462), stichter van een memorie te Nieuw Rhoon. Neef van Olaert HENRICKSZ. Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143, Ons Voorgeslacht 1972 bldz.142, Hollandse Studieën 3 bldz.105. In 1457 leenmangetuige en op 10 Okt 1458 vermeld als schepen van Poortugaal. In 1454-1455 leenmangetuige voor de heer van Putten. Beleend op 11 Sep 1452 met het leenland van zijn vader. Neemt op 8 Dec 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, nl. de latere Kruisdijk en de dijk gelegen langs de korenmolen, die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen. Juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate, waarvoor jaarlijks één kapoen moet worden betaald. Deze betaling geschiedt van 1459 tot 1469 door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige eigenaar de Thomashofstede genoemd. In deze periode is hij 32sc. 6d. aan jaarlijkse accijns verschuldigd voor 4 gemet 1 lijn land bij de kerk en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land, genaamd de Grote Weyde. Op 1 Jul 1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge. Pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal. In 1466 wordt Wouter PIETERSZ zijn zwager(=schoonzoon) genoemd. Zegelt op 1 Mei 1465 voor zijn neef Olaert HENDRICKSZ. Vestigt samen met zijn oudste zoon Aert BEIJENSZ een memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Doen. Deze laatste wordt na de dood van zijn vader op 8 Jan 1485 beleend met diens lenen. Van 1459 tot 1465 betaalt hij 18sc. hollands voor de quade 6 gemet. Van 1461 tot 1465 pacht hij de droge dijk tussen het Oostdorp en de Driendijk, de plaats waar zijn leendijken bij de boerderij beginnen, tegen 2 pond 16 1/2, in 1466 tegen 20sc. In 1461 pacht hij tienden van Waddenswaert tegen 7 pond 10 1/2 sc. en in 1465 die voor het dorp tegen 10sc. en de lammertiende tegen 4 pond 1sc. Van 1459 tot 1462 pacht hij samen met Jan MATTENSZ de staalvisserij van Battenoert tegen 37 pond hollands en van 1466 tot 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij tegen 5 1/2 pond. De zwaandrift in Poortugaal pacht hij van 1466 tot 1468 tegen 2 pond 5sc. en in 1469 tegen 2 pond. Hij houdt van 1466 tot 1469 2 gemet land aan de Puddikepoelseweg tegen 28sc. samen met Claisz GOUT en Wouter PETERSZ het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster Nieuwlicht in pacht tegen 283 rijnsguldens 9 st.
- (a) De parenteel van doen beyensz; OV 4.2 blz XXXIII; Rotterdam 1989
- (b) Kwst DE HEK Deel II 1979 blz 209 kwnr 143.056
=(c) Kwst Wijshake
Notitie bij overlijden van Bije Doens: Zijn zoon Doen werd op 8-1-1485 met Beije´s leengoederen.
Notitie bij Bije Doens: Neef van Olaert HENRICKSZ. Stichter van een memorie te Nieuw Rhoon. Beije Doens neemt op 8 Dec 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, nl. de latere Kruisdijk en de dijk gelegen langs de korenmolen, die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen.
Juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate, waarvoor jaarlijks één kapoen moet worden betaald. Deze betaling geschiedt van 1459 tot 1469 door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige eigenaar de Thomashofstede genoemd. Vestigt samen met zijn oudste zoon AertBEIJENSZ een memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te verstervenop zijn zoon Doen.
Beroepen:
vanaf 1455 tot 1485 Leenman van Putten.
vanaf 1458 tot 1462 Schepen van Poortugaal.
203504. Beije Doensz. [Beye], pledged with the lands of his father 11-9-1452, tenant witness for the lord of Putten 1454-1455, pledged with the dyke located near the mill of Poortugaal and the Zweerdijkse Dijk 8-12-1455, tenant witness 1457, alderman of Poortugaal 10-10-1458, tutor over the children of his son Ariaentge 1-7-1461,[45] leased a tenth partin Poortugaal 1462, 1464 Wouter Pietersz. mentioned as his son-in-law, sealed 1-5-1465 for his cousin or nephew Olaert Hendricksz.,[46] aldermanof Poortugaal, instituted a memory ('memorie') on 2 'gemet' land with his eldest son Aert Beijensz., died prior to 28-1-1485, married:
203505. Lijsbeth, instituted her memory: Lijsbet Beye Doensz. weduweheeft haer eeuwige memorie met Cornelis Beyensz. haer soon mit een missete weecke op 6 gemeeten lants leggende bij Arien Dircz in Pernis; Ende dese memorie sal men altijt doen op Sinte Michielsdach (29 september) endesal doen Doen Beyensz haar soon; in de marge: Dese memorie is affgecoft aen de Heyligen Geest van Poortugael bij Doen Willemsz. ende meester Pieter Cornelisz.
ref: [45]WKA. Rotterdam, inv. nr. 577, fol. 66-67, and inv. nr. 578, fol. 63-66f.
ref: [47]Nederlandsche Leeuw, 1974: 219
http://mythopedia.info/ancestry-15-28.htm
beleend op 11-9-1452 met het leenland
- (a) De parenteel van doen beyensz; OV 4.2 blz XXXIII; Rotterdam 1989
- (b) Kwst DE HEK Deel II 1979 blz 209 kwnr 143.056
http://gw1.geneanet.org/index.php3?b=uijtterlinde
Geboren omstreeks 1408. Schepen van Portugaal in 1458 en 1462. Beleend op 11 sep 1452 met het
leenland van zijn vader, in 1454-1455 leenmangetuige voor de Heer van Putten, op 8 dec 1455
beleend met de dijk gelegen aan de molen van Poortugaal en Zweerdijkse dijk, in 1457
leenmangetuige, op 10 okt 1458 vermeld als schepen van Poortugaal, 1 jul 1461 voogd over de
kinderen van zijn zuster Ariaentge, pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal, in 1464
wordt Wouter Pietersz zijn zwager (=schoonzoon) genoemd, zegelt 1 mei 1465 voor zijn neef Olaert
Hendricksz, schepen van Poortugaal, vestigt samen met zijn (oudste) zoon Aert Beijensz. een
memorie op 2 gemet land te Nieuw-Rhoon, overl. voor 28 jan 1485
In 1457 leenmangetuige en op 10-10-1458 vermeld als Schepen van Poortugaal. In 1454-1455
leenmangetuige voor de Heer van Putten. Overl. 1485. Beleend op 11-9-1452 met het leenland van
zijn vader. Neemt op 8-12-1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, n.l. de latere Kruisdijk
en de dijk gelegen langs de korenmolen , die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te
liggen. Juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij
tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate, waarvoor jaarlijks 1 kapoen moet worden betaald.
Deze betaling geschiedt van 1459-1469 door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige
eigenaar de Thomashofstede genoemd. In deze periode is hy 32 sc. 6 d. aan jaarlijkse arftijns
verschuldigd voor 4 gemet 1 lijn land by de kerk en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land,
genaamd de Grote Weyde. Op 1-7-1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge. Pacht in
1462 een tiende gelegen tot Poortugaal. In 1466 wordt Wouter Pietersz zijn zwager (= schoonzoon)
genoemd. Zegelt op 1-5-1465 voor zijn neef Olaert Hendricksz, Vestigt samen met zijn (oudste)
zoon Aert Beijensz een memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon
Doen. Deze laatste wordt na de dood van zijn vader op 8-1-1485 beleend met diens lenen, zodat
deze omstreeks Van 1459-1465 betaalt hy 18 sc hollands voor de quade 6 gemet. Van 1461-1465 pacht
hy de droge dijk tussen het Oostdorp en de Driendijk, de plaats waar zijn leendijken bij zijn
boerderij beginnen tegen 2 pond 16 1/2, in 1466 tegen 20sc. In 1461 pacht hy tienden van
Waddenswaert tegen 7 pond 10 1/2 sc. en in 1465 die voor het dorp tegen 10 sc. en de lammertiende
tegen 4 pond 1 sc. Van 1459-1462 pacht hy samen met Jan Mattensz de staalvisserij van Battenoert
tegen 37 pond hollands en van 1466-1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij tegen 5
1/2 pond. De zwaandrift in Poortugaal pacht hy van 1466-1468 tegen 2 pond 5 sc. en in 1469 tegen
2 pond. Hy houdt van 1466-1469 2 gemet land aan de Puddikepoelseweg tegen 28 sc. samen met Gout
Claisz en en Wouter Petersz het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster
Nieuwlicht in pacht tegen 283 rijnsgulden 9 st. Beye Doedijnsz. neemt op 8 december 1455 twee
droge dijken te Poortugaal in leen, n.1. de latere Kruisdijk en de dijk langs de korenmolen, die
achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen . Juist ten noorden van de plaats, waar de
beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate,
waarvoor jaarlijks 1 kapoen moet worden betaald. Deze betaling geschiedt van 1459 tot en met 1469
door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige eigenaar de Thomashofstede genoemd. In
dezelfde periode is hij 32 sc. 6 d. aan jaarlijkse erftijns verschuldigd voor 4 gemet 1 lijn land
bij de kerk en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land, genaamd de Grote Weyde. Van 1459 tot en met
1465 betaalt hij 18 sc. hollands voor de quade 6 gemet. Van 1461 tot 1465 pacht hij de droge dijk
tussen het Oostdorp en de Driendijk, de plaats waar zijn leendijken bij zijn boerderij beginnen,
tegen 2 pond 16 1/2, in 1466 tegen 20 sc.. In 1461 pacht hij de tienden van Waddenswaert tegen 7
pond 10 1/2 sc. en in 1465 die voor het dorp tegen 10 sc. en de lammertiende tegen 4 pond 1 sc.
Van 1459 tot en met 1462 pacht hij samen met Jan Mattenz. de staalvisserij van Battenoert tegen
37 pond hollands en van 1466 tot en met 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij
tegen 5 1/2 pond. De zwaandrift in Poortugaal pacht hij van 1466 tot en met 1468 tegen 2 pond 5
sc. en in 1469 tegen 2 pond. Op 10 october 1458 en 10 juli 1463 is hij schepen aldaar. Beye
Doyenz. houdt van 1466 tot en met 1469 2 gemet land aan de Puddikepoelse weg tegen 28 sc. samen
met Gout Claisz. en Wouter Petersz. het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster
Nieuwlicht in pacht tegen 283 rijnsgulden 9 st. Hij vestigt zijn memorie en die van zijn zoon
Aert op 2 gemet in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Doen (M. 105). Deze laatste wordt
na de dood van zijn vader op 8 januari 1485 beleend met diens lenen, zodat deze omstreeks 1484 is
overleden. Zelf sterft hij omstreeks 1543, daar zijn zoon Anthuenis Doensz. hem op 7 januari 1544
opvolgt.
[[ ROOT=D:\
Doen_Beijensz_ea.htm ]]
Leenman van Putten (1455-1485), schepen van Poortugaal (1458-1462), stichter van een memorie te Nieuw Rhoon. Neef van Olaert HENRICKSZ. Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143, Ons Voorgeslacht 1972 bldz.142, Hollandse Studieën 3 bldz.105. In 1457 leenmangetuige en op 10 Okt 1458 vermeld als schepen van Poortugaal. In 1454-1455 leenmangetuige voor de heer van Putten. Beleend op 11 Sep 1452 met het leenland van zijn vader. Neemt op 8 Dec 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, nl. delatere Kruisdijk en de dijk gelegen langs de korenmolen, die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen. Juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk opde dijkzate, waarvoor jaarlijks één kapoen moet worden betaald. Deze betaling geschiedt van 1459 tot 1469 door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige eigenaar! de Thomashofstede genoemd. In deze periode is hij 32sc. 6d. aan jaarlijkse accijns verschuldigd voor 4 gemet 1 lijn land bij de kerk en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land, genaamd de Grote Weyde. Op 1 Jul 1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge. Pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal.In 1466 wordt Wouter PIETERSZ zijn zwager(=schoonzoon) genoemd. Zegelt op 1 Mei 1465 voor zijn neef Olaert HENDRICKSZ. Vestigt samen met zijn oudste zoon Aert BEIJENSZ een memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Doen. Deze laatste wordt na de dood van zijn vader op 8 Jan 1485 beleend met diens lenen. Van 1459 tot 1465 betaalt hij 18sc. hollands voor de quade 6 gemet. Van 1461 tot 1465 pacht hij de droge dijk tussen het Oostdorp en de Driendijk, de plaats waar zijn leendijken bij de boerderij beginnen, tegen 2 pond 16 1/2, in 1466 tegen 20sc. In 1461 pacht hij tienden van Waddenswaert tegen 7 pond 10 1/2 sc. en in 1465 die voor het dorp t! egen 10sc. en de lammertiende tegen 4 pond 1sc.Van 1459 tot 1462 pacht hij samen met Jan MATTENSZ de staalvisserij van Battenoert tegen 37 pond hollands en van 1466 tot 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij tegen 5 1/2 pond. De zwaandrift in Poortugaal pacht hij van 1466tot 1468 tegen 2 pond 5sc. en in 1469 tegen 2 pond. Hij houdt van 1466 tot 1469 2 gemet land aan de Puddikepoelseweg tegen 28sc. samen met Claisz GOUT en Wouter PETERSZ het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster Nieuwlichtin pacht tegen 283 rijnsguldens 9 st.
Hij trouwde met Lijsbeth (?).
Kinderen:
1. Aert BEIJENS, overleden voor 28 Jan 1485.
2. Doen De Jonge BEIJENS, geboren rond 1434, overleden voor 16 Dec 1515 in Poortugaal. Hij trouwde met (1) Neeltje Wollebrant Jansdr BOOT, kerkelijk huwelijk rond 1485, geboren rond 1450. Hij trouwde met (2) Aeskin (?), ook bekend als Haesken/Haasje.
3. Cornelis BEIJENS.
4. Marritgen BEIJENS. Zij trouwde met Wouter PIETERSZ.
5. Maria BEIJENS. Zij trouwde met Willem Van BEAUMONT
Hij is getrouwd met Lijsbeth.
Zij zijn getrouwd rond 1433 te Poortugaal.Bron 3
Kind(eren):
o.a. schepen van Poortugaal 10-10-1458 en overleden voor 10-10-1458
Beijen DOENSZ, ook bekend als Beije DOEDIJNSSOEN, geboren voor 1452, overleden voor 28 Jan1485. Leenman van Putten(1455-1485), schepen van Poortugaal(1458-1462), stichter van een memorie te Nieuw Rhoon. Neef van Olaert HENRICKSZ. Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143, Ons Voorgeslacht 1972 bldz.142, Hollandse Studieën 3 bldz.105. In 1457 leenmangetuige en op 10 Okt 1458 vermeld als schepen van Poortugaal. In 1454-1455 leenmangetuige voor de heer van Putten. Beleend op 11 Sep 1452 met het leenland van zijn vader. Neemt op 8 Dec 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, nl. de latere Kruisdijk en de dijk gelegen langs de korenmolen, die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen. Juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate, waarvoor jaarlijks één kapoen moet worden betaald. Deze betaling geschiedt van 1459 tot 1469 door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige eige!
naar de Thomashofstede genoemd. In deze periode is hij 32sc. 6d. aan jaarlijkse accijns verschuldigd voor 4 gemet 1 lijn land bij de kerk en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land, genaamd de Grote Weyde. Op 1 Jul 1461 voogd over de kinderen van zijnzuster Ariaentge. Pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal. In 1466 wordt Wouter PIETERSZ zijn zwager(=schoonzoon) genoemd. Zegelt op 1 Mei 1465 voor zijn neef Olaert HENDRICKSZ. Vestigt samen met zijn oudste zoon Aert BEIJENSZ een memorie op2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Doen. Deze laatste wordt na de dood van zijn vader op 8 Jan 1485 beleend met diens lenen. Van 1459 tot 1465 betaalt hij 18sc. hollands voor de quade 6 gemet. Van 1461 tot 1465 pacht hij de droge dijk tussen het Oostdorp en de Driendijk, de plaats waar zijn leendijken bij de boerderij beginnen, tegen 2 pond 16 1/2, in 1466 tegen 20sc. In 1461 pacht hij tienden van Waddenswaert tegen 7 pond 10 1/2 sc. en in 1465 die voor het do!
rp tegen 10sc. en de lammertiende tegen 4 pond 1sc. Van 1459 tot 1462 pacht hij samen met Jan MATTENSZ de staalvisserij van Battenoert tegen 37 pond hollands en van 1466 tot 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij tegen 5 1/2 pond. Dezwaandrift in Poortugaal pacht hij van 1466 tot 1468 tegen 2 pond 5sc. en in 1469 tegen 2 pond. Hij houdt van 1466 tot 1469 2 gemet land aan de Puddikepoelseweg tegen 28sc. samen met Claisz GOUT en Wouter PETERSZ het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster Nieuwlicht in pacht tegen 283 rijnsguldens 9 st. Hij trouwde Lijsbeth (?).
Beleend te Poortugaal 11 sep 1452, beleent met de dijk gelegen aan de molen van Poortugaal en Zweerdijksedijk 8 dec 1455, hulde met ledige hand 27 apr 1467, schepen van Poortugaal 10 okt 1458, pachtte aldaar tiende 1462, stichtte een memorie op 5 gemet land te Nieuw-Rhoon.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen