Plaats Leiden
Datum 25-05-1891
Bron Burgerlijke stand geboren
Kind Espérance
Plaats geboorte Leiden
Datum geboorte 25-05-1891
Vader NN
Moeder Jacoba Francina Keislair
Beroep modiste
Wonende te Amsterdam
Inventarisnummer 630
Aktejaar 1891
Opmerkingen Ongehuwd, 2-7-1902 heeft moeder kind erkend.
Lastig geval voor de rechter. "Als de vader een fiets en de moeder een motor is hoe moeten we dan het kind noemen?"
Amsterdam, 31 Juli 1933
Een ingewikkelde rijwielbelastingzaak werd hedenmiddag behandeld in het zaaltje van de politierechter. Terecht stond namelijk de heer Espérance Keislair, die ervan werd verdacht gereden te hebben op een rijwiel, waaraan geen belastingmerk bevestigd was, een overtreding, die meer voor komt, doch het ging hier om het lastige probleem; Wat is een fiets ? Het ding, waarop de heer Espérance gereden had, bezat behalve twee wielen, trappers en een stuur tevens een motor. De verbaliseerende ambtenaar beweerde, het is een fiets, de eigenaar beweerde, het is een motorrijwiel en de ongelukkige politierechter, mr. N Muller, zat voor de moeilijke taak, een principieele uitspraak te doen. Ter toelichting kwamen de inspecteur der verkeerspolitie L. A. Cohen als deskundige en het corpus delictie als bewijsstuk de zaal binnen. Na voorlezing van de dagvaarding ging de politierechter wat dieper op de zaak in. Hij vergiste zich hardnekkig en sprak telkens van „dit rijwiel — ik bedoel — dit voertuig" Eigenaardig vond mr. Muller het, dat de eigenaar rijwiel en zoovoorts als motorrijtuig beschouwd wenschte te zien, omdat hij daardoor tien gulden wegenbelasting zou moeten betalen in plaats van een rijks daalder voor een rijwielplaatje. Inderdaad ziet men dergelijke edelmoedigheid tegenover de fiscus niet dagelijks. De deskundige, inspecteur Cohen, gaf als zijn meening te kennen, dat het schuldige voertuig een rijwiel was met hulpmotor en geen motor rijwiel, doch, zoo voegde hij er eer lijk aan toe, andere deskundigen kunnen met evenveel recht het tegenovergestelde zeggen. Hij grondde zijn verklaring op het feit, dat de motor hier gemakkelijk te demonteeren was en dat er dan een fiets overbleef of althans iets, wat veel op een fiets gelijkt. Voor Holland was het wel is waar dan geen nor male fiets, doch in Duitschland ziet men er vele van dit model. De verdachte bracht in het midden, dat frame, stuur en banden veel zwaarder waren dan die van een gewoon rijwiel en de verdediger, mr. Kits, merkte op dat in 1931 een fabriek nog motorrijwielen maakte waaraan zich trappers bevonden. De heer Espérance Keislair hield vol: het is een motorrijwiel, de rijksadvocaat zeide : het is een fiets, misschien een verzwaarde fiets, maar een fiets! Hij vroeg derhalve veroordeeling tot drie maal vijf gulden of driemaal een dag. De vermenigvuldiging, omdat de overtreding drie maal gepleegd was. De officier van Justitie, mr. Overbosch, citeerde uit de wet, dat een rijwiel een voertuig is hetwelk door trappen wordt voortbewogen. Dit is hier niet het geval en dus concludeerde hij, dat de vordering van den Rijksadvocaat moest worden ontzegd. Daarna kreeg de verdediger het woord en hij vond, dat het voor verdachte een raar geval was_ Voor net berijden van het voertuig waren noodig een rijbewijs, een nummer bewijs, een stel nummerborden en het afleggen van een rijvaardigheidsproef. Op een rijwielpad mocht niet gereden worden, doch alleen de rijwielbelasting zou het voertuig als fiets beschouwen. De moeilijkheid is, dat de wetgever aan een gecompliceerd voertuig als dit niet heeft gedacht. Wat het verwijderen van den motor betreft, wees mr. Rits er op, dat bij de moderne motor rijwielen ook vaak de machine gemakkelijk te demonteeren is. 'Verder liet hij het oordeel aan den politierechter over. De politierechter vond het een kwestie, waarover men verschillend kan oordeelen, dat was ook hier gebleken. Tja, zei hij, de vader was een fiets, de moeder was een motor Hoe moeten wij het kind nu noemen ? Hij voelde er iets méér voor het voertuig als fiets te beschouwen ofschoon hij gaarne toegaf, dat de argumenten voor het tegendeel óók juist waren. De woorden van u, meneer de officier, gaan echter niet op als u op dat ding gaat zitten en u trapt, dan gaat u vooruit. Mr. Muller kwam tot de conclusie, dat het voertuig een fiets was en hij ontnam den heer Espérance alle hoop, door hem te veroordeelen tot driemaal vijf gulden of drie maal een dag hechtenis. Tot mijn spijt, zoo besloot de politierechter, kan ik de boete niet lager stellen. Drie maal één gulden was mij liever geweest, doch dit laat de wet niet toe Vijf gulden is het minimum. De verdediger zeide, te zullen over wegen, of van het cassatierecht gebruik zou worden gemaakt. (De Telegraaf.)
Hij is getrouwd met Cornelia Adia Krassenburg.
Zij zijn getrouwd op 11 augustus 1926 te Den Haag, Nederland, hij was toen 35 jaar oud.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Esperance Keislair | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1926 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cornelia Adia Krassenburg | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kind Espérance
Vader NN
Moeder Jacoba Francina Keislair
Plaats Leiden
Geboortedatum 25-05-1891
Opmerkingen Ongehuwd, 2-7-1902 heeft moeder kind erkend.
Adresgegevens Amsterdam
Beroep moeder modiste
BS Leiden Akte Jaar 1891 Nummer 630