Let op: Partner (Hendrik Gerbens van der Heide) is 46 jaar ouder.
(1) Zij is getrouwd met Fokke Freerks Weening.
een zoon met 3 kinderen
een zoon is getrouwd met van der Ploeg - 2 kinderen
een zoon is getrouwd met Bosma dit is Willem: 2 kinderen
een zoon met 2 kinderen
een zoon is getrouwd met Hamstra dochter van Siebe 1926-2006
Zij zijn getrouwd op 5 juni 1947 te Achtkarspelen, Friesland, Netherlands, zij was toen 25 jaar oud.
bron: facebook oude foto's Harkema huwelijk was 1943
Kind(eren):
(2) Zij had een relatie met Hendrik Gerbens van der Heide.
Albertje werd verkracht door haar Pake.
Kind(eren):
Gebeurtenis (MYHERITAGE:REL_OTHER).
bron Willem Weening (spitkeet) in boek De laatste dagen van een dorpsgek van Anne-Goaitske Breteler
Albertje raakte zwanger.
De familie deed er alles aan om het ongeboren kind te aborteren. ‘Naar wat voor kwakzalver ze gingen weet ik niet, maar ze werd gedwongen om een of ander goedje op te drinken,’ vertelde Willem. Het lukte niet om de zwangerschap te beëindigen en er werd een zoon geboren. De jongen zou opgroeien in het gezin van Albertjes vader en stiefmoeder. Voor haarzelf was daar nog altijd geen plek, dus bleef ze op de boerderij van haar grootouders.Daar ging het weer mis. ‘Verdomme. Pake (opa) vergreep zich weer aan haar.’ Willems moeder raakte opnieuw zwanger. Negen maanden lang hield ze de groei van het kind tegen door haar buik in te zwachtelen, zodat niemand ervan af kon weten. Toen de weeën kwamen werd Albertje naar Groningen gestuurd, waar ze beviel van een dochter.
Het meisje zou opgroeien bij een tante in een ander deel van Friesland om te voorkomen dat de omgeving iets in de gaten zou krijgen. Maar het was te laat, want de geruchten deden al de ronde. De schuld werd bij Albertje neergelegd. ‘Ze werd door iedereen met de nek aangekeken,’ zei Willem.
In de winter, tijdens de Tweede Wereldoorlog, bezocht een boer uit de buurt van Leeuwarden de familie. Via via had hij gehoord dat een jonge vrouw twee onechtelijke kinderen had gekregen en hij vermoedde dat de familie haar daarom graag kwijt zou willen.
Een goede kracht voor hem op de boerderij, ‘want’, verklaarde Willem, ‘er werd altijd gezegd van vrouwen zoals mijn moeder, dat die wel wilden werken’.
De boer nam Albertje mee naar zijn boerderij, waar ze van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat werkte. Ze haalde het vee van het land, melkte de koeien en de schapen en hielp mee in het huishouden. Maar het duurde niet lang of ook de boer kon zijn handen niet thuishouden. Willem sprak van ‘gallige rotboeren’ die erom bekendstonden dat ze zich vergrepen aande dienstmeiden zodra er een nakomeling was verwekt.
Weer moest Albertje weg, naar een boerderij vlak bij Drachten, maar ditmaal wachtte haar een betere tijd. Ze ontmoette er Willems vader, een boerenarbeider. Albertje vertelde hem eengroot deel van wat ze had meegemaakt, maar hield toch ook informatie achter.
In de periode die volgde kwam Albertjes leven in rustiger vaarwater terecht. Ze trouwde Willems vader en kreeg zes kinderen met hem. Niemand van hen wist af van het bestaan van hun oudere halfbroer en -zus. Aan Albertje konden ze niets merken, al werd zij wel geteisterd door fysieke kwalen. De vele ziekenhuisbezoeken die Willem en zijn vrouw met haar zouden afleggen, leverden maar geen diagnose op.
‘Mijn moeder kon er maar slecht over praten. Dat waren dingen die lagen heel gevoelig,’ zei Willem. Albertje had haar zielsleed letterlijk proberen te verwerken, zo legdehij uit, door alsmaar bezig te zijn. Maar het verleden bleef haar achtervolgen.
Pas toen Willem via andere familieleden achter het bestaan van zijn halfbroer en halfzus kwam, en vervolgens verhaal ging halen bij zijn moeder, veranderde er iets. Albertje besloot om niet alleen haar kinderen, maar ook haar man ruim vijftig jaar na dato alles uit de doeken te doen. Het hielp, want haar fysieke klachten verdwenen.
Toch werd Albertje tot op hoge leeftijd nog geconfronteerd met haar pijnlijke jeugdjaren. De grootvader die verantwoordelijk was voor het misbruik had in de omgeving de bijnaam ‘de Koekoek’ verworven. Een naam die gelinkt bleef aan de familie, en die te pas en te onpas opdook.
In het bejaardenhuis waar Albertje tot aan haar dood woonde, verspreidde een dorpsgenoot geruchten over Albertjes onechtelijke kinderen van ‘de Koekoek’. Willem zorgde ersamen met het verplegend personeel voor dat de roddels stopten.
‘Het rare is dat veel omstanders het verhaal blijken te kennen, terwijl wij er in de familie niet eens allemaal van wisten. Daar werd het zoveel mogelijk in de doofpot gestopt,’ merkte Willem op.
Toen de gebeurtenissen aan het licht waren gekomen, bracht dat veel teweeg in de familie. Niet alleen het mentale welzijn van Albertje was erdoor getroebleerd, ook dat van Willem en zijn broers en zus. Willem besloot professionele hulp te zoeken.
Die gesprekken hielpen hem en maakten dat hij het verhaal over zijn moeder graag recht wilde doen: ‘Dat ik dit vertel is een eerbetoon aan haar, want ze is altijd nagewezen, terwijl ze juist geestelijk zo sterk is geweest. Ik ben trots op haar,’ besloot Willem aangedaan.
uit Epliloog
Willem wilde mij het complete verhaal over zijn moeder toevertrouwen, maar daarvoor zouden we dieper de Friese Wouden in moeten trekken. Ik sprak met hem af en samen reden we naar een klein buurtschapje grenzend aan een vaart, waarvandaan vroeger de afgestoken turf met pramen naar Drachten werd vervoerd.Zwijgend liepen we de zandweg op. ‘Het is wel dertig jaar geleden dat ik hier voor het laatst ben geweest,’ doorbrak Willem de stilte. We volgden het pad dat leidde naar een vervallen boerderij. Willem bleef staan bij het voorhuis en vertelde dat het drama zich hier had voltrokken. Het was de woning van zijn overgrootvader geweest; ‘de Koekoek’ die zijn moeder Albertje Weening jarenlang misbruikte.
‘Mijn moeder dacht dat ze het hier beter zou krijgen na de dood van haar moeder en de komst van haar stiefmoeder. En die vieze oude man maakte er gebruik van.’ De bron van nog veel meer ellende voor Willems moeder lag aan deze weg, verscholen tussen weilanden en boomranden.
Willem liep verder, totdat we een nieuw erf passeerden. Wederom een huis in bouwvallige staat, maar dit keer kleiner. Het was de plek geweest waar Albertje geboren werd en waar ze later telkens naartoe zwalkte om haar kind de borst te geven. ‘In droeve tiid’ (een droeve tijd) noemde Willem de eenzame jonge jaren van zijn moeder.
We keerden ons naar de vaart die langs het pad liep. Willem keek ernaar en zei toen: ‘Je moet je voorstellen, ze gaf het jongetje nog de borst toen haar opa haar alweer zwangerhad gemaakt. Mijn moeder wist niet meer hoe ze daarmee om moest gaan, ze zat opgesloten.’
Albertje, nog geen twintig jaar oud, kon de wanhoop niet keren. Ze voelde hoe de omgeving de schuld van het misbruik, van de onwettige kinderen, bij haar neerlegde en ze vroeg zich zelfs af of dat niet terecht was.
Op een koude dag was ze de vaart in gelopen. ‘Tot aan de nek toe stond ze hier in het water,’ zei Willem. Bibberend had ze zich beraad op het einde. Het kon zo niet langer doorgaan, maar van een andere uitweg was geen sprake.
De wilskracht om haar zoontje niet alleen te laten, en om het leven in haar buik een kans te geven, deed haar anders besluiten. Ze klampte zich vast aan de boomwortels en wist zichzelf bij de kant op te hijsen. Onderkoeld en druipend van het veenwater liep ze het pad af, terug naar de boerderij van haar opa en oma. Tegen beter weten in, hopend op een andere toekomst.
‘Weet je nog dat ik zei dat ik blij was dat mijn moeder haarzelf niets had aangedaan?’ zei Willem aangedaan. ‘Toen kon ik je nog niet vertellen waarom. Maar nu wilde ik dat wel. Daarom heb ik je hier mee naartoe genomen.’ Hij had zijn moeder bezworen om nooit te praten over haar zelfdodingspoging. Maar Willem voelde de zwaarte van zijn moeders levensloop nog dagelijks op hem drukken. ‘Als zij niet zo sterk was geweest, dan zou ik hier nu niet staan.’
Het was Albertje Weening die voorkwam dat de tijd zou stokken voor haar en haar nageslacht. Maar het is ook haar zoon Willem die besluit om het gedeelde zielsleed niet, zoals zovelen, mee de diepte in te nemen. Een gedeelde aftocht die daardoor minder eenzaam stemt, maar waar ongekende moed voor nodig is.
NB de opa/pake moet Sjoerd Hendriks de Graaf zijn 1895-1974. De andere pake is overleden 11 nov 1922, valk nat geboorte van Albertje.
Stamboom Stuivenberg https://www.genealogieonline.nl/stamboom-stuivenberg/I5711.php
Albertje had twee voorkinderen van Hendrik (koekoek) van der Heide. zij zijn beide afgestaan.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Albertje Sjoerds de Graaf | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1947 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Fokke Freerks Weening | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendrik Gerbens van der Heide | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Albertje De Graaf<br>Geboorte: 22 dec 1921<br>Datum overlijden: 29 nov 2015<br>Begraafplaats: Netherlands<br>Begraafplaats: De Harkema, Netherlands<br>Leeftijd: 93<br>Echtgenoot: Fokke Weening<br>Begrafenis / Crematie: Begraven