Oorlogsslachtofferwonende te Groningen
Een tiener in opstandVanaf de eerste dag van de oorlog tot aan de laatste dag van zijn leven was Wiebe 'verzet'. Toen het Duitse leger op de vroege ochtend van 10 mei 1940 Nederland binnenviel, was Wiebe een zeventienjarige jongen met een joviaal en impulsief karakter. En dat bleek weldra: omdat de Weerafdeling (WA) van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) ramen bij joden had vernield, gooide Wiebe samen met andere knapen op 26 augustus 1940 de ramen aan scherven bij een groepsleider van de NSB in Groningen. Op 28 januari 1941 werd hij hiervoor veroordeeld tot een maand tuchtschool. Die straf zat de leerling-typograaf uit van 13 januari tot 13 februari 1942 in Nieuwersluis. Met enkele andere jongeren richtte hij een verzetsgroepje op om de WA-straatacties met tegenacties te beantwoorden. Zij vestigden zich daarvoor in een huurkamertje in het Groninger stadscentrum. Daar verzamelden ze ook pro-Nederlandse afbeeldingen en anti-nazigedichten, die later verspreid werden. Op 6 juli 1941 werd Wiebe met twee van zijn vrienden aangehouden wegens het zingen van aanstootgevende liedjes tegen de NSB en het demonstratief tonen van een pamflet van de Nederlandse Unie. Hij ging onverdroten door met zijn kleine, maar felle verzetsdaden. Zo droeg hij op zijn revers een uitgezaagd dubbeltje met de beeltenis van koningin Wilhelmina, zong hij drie WA-mannen uitdagend toe, bracht de streng bewaakte kuststrook van Delfzijl in kaart en stal uit een Duitse opslagplaats twee kistjes explosieven en een legerpistool.
Wegens vordering van jongemannen in het kader van de arbeidsinzet in Duitsland, wordt het verzetsgroepje ontbonden. Wiebe wordt eind 1942 gedwongen tewerkgesteld in Hannover. Begin 1943 vlucht hij en keert in Nederland terug.
Als de Duitsers hem in april 1943 proberen te arresteren in zijn ouderlijk huis, duikt hij onder bij de landbouwer H.Poort in Siddeburen. Daarbij wordt bemiddeling verleend door het contactpunt van de illegaliteit, makelaar J.Fokkens. In september 1943 is Wiebe enige dagen thuis en opnieuw wordt huiszoeking gedaan in de ouderlijke woning. Ze treffen hem niet aan. Een situatie die zich herhaalt op 2 december 1943. Die dag doet de opsporingspolitie in burger een uitgebreide huiszoeking. Alles wordt overhoop gehaald. Kasten, laden en documenten worden nagekeken. Zelfs zakken met oud papier en lompen ontkomen niet aan hetonderzoek. Dankzij een buurvrouw weet Wiebe op het nippertje uit handen van de Duitsers te blijven. Een paar honderd meter vanaf de woning vangt ze hem op en vertelt wat er binnen gaande is. De vrouwontving de informatie via een uit het raam gegooid briefje van zijn ouders. Vader Van Alteren krijgt te horen dat hij Wiebe niet meer thuis mag ontvangen, omdat zijn zoon een terrorist is en de kogelkan verwachten. Begin december 1943 duikt Wiebe onder bij het gezin van Pieter Venema te Kiel-Windeweer. Onder de schuilnamen Wim van Dijk en Frits gaat hij door met verzet tegen de bezetter.
Wiebe wordt uiteindelijk op 21 april 1944 in Amsterdam gearresteerd en opgesloten in cel B3/18 van de gevangenis aan de Weteringschans. Zijn 'huisbaas' in Amsterdam vindt in zijn bagage een adressenlijst, die hij uit angst voor huiszoeking vernietigt. Op 3 mei 1944 komt Wiebe terecht in kamp Amersfoort. Drie dagen later ontsnapt hij met de medegevangene J. Brouwer aan zijn bewakers, als hij even buiten het kamp bij Huis ter Heide moet graven. Elf uur aaneen ligt hij plat op de grond in een met netels en braamstruiken begroeide droge sloot en vervolgens nog circa zes uren in een gierkelder bedekt met hooi. De dag hierna komt hij met hoge koorts aan bij mevrouw Roëll in Baarn. Zij verpleegt hem en zorgt ervoor dat hij via de illegaliteit onderdak krijgt bij de heer H. Koelewijn in Spakenburg.
Halverwege 1944 doet de politie opnieuw huiszoeking bij Wiebes ouders, maar sinds juli 1944 zit Wiebe weer bij Venema in Kiel-Windeweer. De Befehlshaber der SP und des SD in Den Haag vaardigt op 1 augustus 1944 een landelijk opsporingsbevel uit om Wiebe van Alteren te arresteren. Intussen vervoegt ook broer Feike zich op het onderduikadres van Venema. Wiebe wordt dan ingedeeld bij deKnokploegen (KP) en draagt voortaan als vermomming het uniform van wachtmeester der staatspolitie.
De Duitsers blijven Wiebe op de hielen zitten en doen voor de vijfde keer huiszoeking bij zijn ouders. Eind 1944 herkent een NSB’ster de geüniformeerde Wiebe in de stad Groningen. Zij stapt regelrecht naar de beruchte SD'er Robert Lehnhoff, die hem meteen laat schaduwen. Op 6 januari 1945 slaat Lehnhoff toe. Vader Van Alteren wordt na een huiszoeking gearresteerd. Vrijdag 19 januari 1945 wordt ook moeder Van Alteren aangehouden. In de auto bijt een SD'er haar toe: 'Zo, morgen zullen we datandere nest uitroeien.' Dat 'nest' is de familie Venema. Totaal vijftien SD'ers, aangevoerd in drie vrachtauto's, overrompelen inderdaad een dag later de slapende mannen bij Venema. Ze vinden onder andere een pistool, een driekantig dolkmes, enige handgranaten, gummistokken en een politie-uniform. De woning wordt in brand gestoken.
Wiebe en zijn broer Feike werden op onmenselijke wijzegemarteld en verhoord. Nog op 20 januari 1945 fusilleerden de Duitsers niet alleen Wiebe, maar ook Feike, de heer Venema en een vierde verzetsstrijder Hendrik Wichers. Wiebes laatste woorden waren: 'Ik sterf in God.' Vermoedelijk heeft hij dat mede gedaan omdat vlak voor de executie een van de SD'ers had geroepen: 'Gereformeerde zwijnjakken.'
Aanvankelijk werden allen begraven op het kerkhof van Kiel-Windeweer. Pieter Venema ligt daar nog. Evenals Wichers zijn beide broers Van Alteren herbegraven op het ereveld te Loenen. Wichers in vak E grafnummer 1204, Wiebe en Feike naast elkaar in vak A grafnummers 759 en 760. Postuum is Wiebe van Alteren het Oorlogsherinnerings- en het Verzetsherdenkingskruis toegekend.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Wijbe van Alteren | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.