1070
Op de loswal van de Burcht in Zaandam werden drie maanden voor het eindevan de Tweede Wereldoorlog tien verzetsmannen gefusilleerd, deze week
worden ze herdacht.
Directe aanleiding voor de vergeldingsmaatregel van de bezetter was een
actie van leden van de Zaanse illegaliteit. Op 5 februari 1945 pleegden
zij kort na elkaar een aanslag op twee âfouteâ Nederlanders.
Bij de Burcht, het plein achter het toenmalige gemeentehuis van Zaandam,
werd Fred Kater doodgeschoten: enig kind van een banketbakker op de
Gedempte Gracht en twee dagen eerder 18 jaar geworden. In de nabijgelegen
De Savornin Lohmanstraat werd NSBér-onderluitenant der staatspolitie
W.N. Willemsen geliquideerd. Door de gangen van Kater na te gaan, was men
tot de conclusie gekomen dat hij een informant van de Sicherheitspolizei
(Sipo) was.
Van Willemsen vermoedde men dat hij de vervaardigers van het illegale
blad Strijd op het spoor was gekomen.
Razzia
Als eerste reactie werd in opdracht van Höhere SS- und Polizeiführer H.A.
Rauter in de ochtend van 6 februari 1945 in Zaandam een grootscheepse
razzia gehouden aan de oostkant van de Zaan, in het deel tussen de
Bloemgracht en Prinsenstraat.
Nadat de bruggen over de Zaan waren opgehaald en de wijk was afgezet door
bewapende wachtposten, kreeg een minimaal honderd man groot commando van
de Grüne Polizei en Feldgendarmerie uit Amsterdam opdracht de woningen te
doorzoeken. Gezocht werd naar wapens, materiaal tot het vervaardigen van
illegale lectuur en naar personen die deelnamen aan het verzet of zich
hadden onttrokken aan de arbeidsinzet.
Tijdens de razzia werd in de pastorie van de R.K. kerk aan de Oostzijde
een seintoestel aangetroffen en in de katholieke leesbibliotheek aan de
Zuiddijk - waar het illegale blad De Typhoon werd gezet, alvorens het in
drukkerij Vos aan de Oostzijde werd gedrukt - zetkasten en loden letters.
Ondertussen waren ongeveer driehonderd vrouwen en kinderen en tweehonderd
mannen uit hun woningen gehaald en samengedreven op de Burcht. s Middags
rond twee uur kregen zij toestemming naar hun huizen terug te keren - op
ongeveer honderd jonge mannen na. Zij werden uit de groep gehaald, van de
Burcht per schip naar Amsterdam vervoerd en in een loods aan de
Handelskade opgesloten. Een deel van hen zou twee weken later per trein
naar het Ruhrgebied worden gevoerd, waar zij werden ingezet bij het
aanleggen van loopgraven en tankversperringen.
Fusillade
Op vrijdag 9 februari 1945 volgde het tweede deel van de
represaillemaatregel. Op grond van een door W.P.F. Lages, hoofd van de
Sipo in Amsterdam, verstrekte lijst met âTodeskandidatenâ, werden in het
Huis van Bewaring aan de Amsterdamse Weteringschans tien gevangenen uit
hun cel gehaald en in een gesloten vrachtwagen geplaatst. De mannen
hadden gemiddeld twee weken vastgezeten, nadat ze waren gearresteerd in
verband met hun verzetsactiviteiten: het vervaardigen van illegale
bladen, verzorgen van onderduikers of het verbergen van gedropte wapens.
Rond half tien âs ochtends stopte de vrachtwagen in Zaandam op de loswal
van de Prins Hendrikkade en de Burcht. Nadat de directe omgeving was
afgezet, werden de tien verzetsmannen in een halve cirkel geplaatst, met
voor zich een even groot aantal mannen van de Sipo-Wachzug, het
executiepeloton, dat uit zowel Duitsers als Nederlanders bestond.
Genadeschot
De executie verliep niet zonder problemen. Terwijl Kommandoführer J.F.
Stöver nog bezig was de geboeide slachtoffers mee te delen waarvoor zij
zouden worden gefusilleerd, begonnen twee Nederlandse leden van de
Wachzug (M. Kuiper en W.C. Mollis) al te schieten met hun (op het verzet
buitgemaakte) stenguns. Het gevolg was dat sommige slachtoffers vielen en
anderen nog bleven staan, waardoor niet meer goed kon worden gericht.
Uiteindelijk stierven sommigen door een genadeschot van Stöver.
Na de fusillade werden de tien mannen per vrachtwagen naar het duingebied
bij Overveen vervoerd en daar, ongekist, in een ondiepe grafkuil
begraven.
Drie weken na de bevrijding werd het graf gevonden. Bij de schouwing
bleek dat sommige lijken tot acht kogelgaten bevatten.
In de kleding van enkele slachtoffers werden hun initialen of naam
aangetroffen. Op grond van het schouwingsrapport en stukjes kleding vond
in juli de identificatie plaats door familieleden.
Op verzoek van zijn familie werd Jan Bakker herbegraven op de
Zuiderbegraafplaats in Groningen.
Janssen rust op het Nederlands Ereveld in Loenen.
De overige acht mannen werden eind november 1945 in het bijzijn van
koningin Wilhelmina herbegraven op de Eerebegraafplaats te Bloemendaal.
LocatiePrins Hendrikkade
1501 AA Zaandam (Zaanstad)
Herdachte groep(en)
- burgerslachtoffers Nederland
- verzet Nederland
Zaandam, monument aan de Prins
HendrikkadeOmschrijvingGeschiedenisFoto'sGoogle mapsVorm en materiaal
Het monument aan de Prins Hendrikkade in Zaandam (gemeente Zaanstad) is
een plaquette van witte natuursteen.
Tekst
De tekst op de plaquette luidt:
'OP 9 FEBRUARI 1945
VIELEN OP DEZE PLAATS
VOOR DE VRIJHEID
JAN BAKKER - AMSTERDAM
STEPHANUS J.P. BAKKER - AMSTERDAM
CATRINUS DOUMA - SLOOTDORP
JACOB I. DE HAAN - AMSTERDAM
JAN D. JANSSEN - HILVERSUM
JOHAN DE JONGE - AMSTERDAM
JAN OVEREEM - AMSTERDAM
JOHANNES RUIJTER - BEEMSTER
GERRIT C. STAPEL - AMSTERDAM
GERARDUS J. VAN WETERING - HILVERSUM'.
Locatie
Het monument bevindt zich op de hoek Prins Hendrikkade/Burcht te Zaandam
(gemeente Zaanstad).
Bron
Sta een ogenblik stil... in Zaanstad - Herdenkingsmonumenten in Zaanstad
1940-1945 van Rob Vreeken (Zaandam, Elkaland Drukkerij V.O.F., 2001).
Het monument aan de Prins Hendrikkade herinnert de inwoners van Zaandam
(gemeente Zaanstad) aan de tien verzetsmensen die hier op 9 februari 1945
door de bezetter zijn gefusilleerd.
De namen van de tien slachtoffers luiden:
Jan Bakker, Stephanus Bakker, Catrinus Douma, Jacob de Haan, Jan Janssen,
Johan de Jonge, Jan Overeem, Johannes Ruijter, Gerrit Stapel en Gerardus
van Wetering.
De fusillade was een vergelding voor een gebeurtenis eerder die week in
Zaandam. Verzetslieden hebben toen tweemaal een verrader bij het oude
stadhuis neergeschoten. Deze bakkerszoon en politieman hielpen de
bezetter met het opsporen van mensen die in het verzet zaten.
Een dag voor de fusillade heeft de bezetter een razzia in de buurt tussen
de Prinsenstraat en de Bloemgracht gehouden. Alle bewoners (mannen,
vrouwen en kinderen) werden uit hun huizen gehaald en op de Burcht
samengedreven. Bijna honderd mannen werden uit de groep gehaald en
afgevoerd om als dwangarbeider in Duitsland te werken.
Over de achtergronden van het neerschieten van de tien verzetsmensen
heeft de Zaanse journalist Wim Swart een verslag gemaakt. Hij was in 1945
nog een schooljongen en woonde in die buurt. Zijn eigen ervaringen heeft
hij verwoord in het opstel Toen mijn moeder melk ging halen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen