Raad voor de Scheepvaart.
Staats Courant No. 59 van 22 Maart 1956.
Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake het vergaan van motorschip Carpo tijdens zwaar stormweer bij Lizard Head.
Op 27 november 1954 is het motorschip Carpo, dat met kolen was beladen, op de reis van Swansea naar Nederland tijdens zwaar stormweer nabij Lizard Head met alle opvarenden vergaan.
Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 2 februari 1956, in tegenwoordigheid van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein, de lste stuurman en de bootsman van het Liberiaanse tankstoomschip Casino, zomede van de scheepsverklaring van dit schip, en een rapport van de rivierpolitie to Rotterdam, houdende de verhoren van een groot aantal opvarenden van de Casino, benevens enige correspondentie van de N.V. Maatschappij Zeevaart, te Rotterdam, en een foto van de Carpo, een uitspraak van het Seeamt te Hamburg, enige krantenknipsels en een zakje kolen, identiek met die, welke de Carpo vervoerde, en een afschrift van een brief van de ambassade te London en van de Hollandse Stoomboot Mij. N.V., te Amsterdam. Getuigen zijn in deze zaak niet gehoord.
Uit de bescheiden is de raad het volgende gebleken:
Het motorschip Carpo was een Nederlands schip, toebehorende aan de N.V. Maatschappij Zeevaart, te Rotterdam. Het mat 494 brutoregisterton en werd voortbewogen door een 500 pk motor. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 12 personen.
Op 25 november 1954, te 19.45 uur, is de Carpo . beladen met kolen, vertrokhen van Swansea met bestemming Nederland. Volgens het connossement bestond deze lading uit 349 ton 18 cwt group 2 antraciet stove-nuts en 290 ton 16 cwt group 2 antraciet pea-nuts. Voor deze kolen was geen gevelingschot aangebracht, na de belading waren de luiken vol. uitgezonderd de voorkant van luik l. waar nog ruimte was voor ongeveer 20 ton kolen. De N.V. Hollandsche Stoomboot Maatschappij heeft in een brief meegedeeld, dat de kolen. die in Engeland ,.anthracite' worden genoemd, meestal slechts magere kolen zijn. De grootte der kolen wordt door de benaming goed aangegeven. Daar nuts, beans en peas gevaarlijk zijn door gemakkelijk overgaan eist de rederij voor deze kolen gevelingschotten.
De rederij van de Carpo schreef, dat zij van haar agent te Swansea hoorde, dat voor deze kolen nooit gevelingschotten worden gebruikt.
De Carpo is vertrokken, doch niet te bestemder plaatse aangekomen. Doordat de Liberiaanse tanker Casino in de nabijheid was, toen de Carpo verging, is de plaats van de ramp bekend geworden, doch over de oorzaak heeft dit schip niets kunnen meedelen.
De Casino voer op 26 november 1954 in het Kanaal op de reis van New York naar Rotterdam. De wind was west 10/11. Te 23 uur zag men recht vooruit een wit licht. Nadat koers was veranderd van 80- tot 65° r.w., zag men, dat van het andere schip s.o.s. geseind werd met een lamp. De Casino heeft toen b.b.-roer gegeven om naar het andere schip, dat later is gebleken de Carpo te zijn geweest, toe te gaan.
De Casino, die een Libertytanker is met een stoommachine van slechts 2500 pk, draaide moeilijk: zij nam veel water over. Men maakte op de Casino stormleren touwen en zwemvesten gereed en trachtte de Carpo te naderen, deze aan stuurboord houdende. De kop viel af naar stuurboord en zo voer men door met de "Carpo" aan bakboord. De Casino passeerde de "Carpo" op een afstand van 200 a 300 m. Men zag in het schijnsel van een zoeklicht, dat mensen op het achterdek stonden en dat een boot met twee man te water werd gelaten. Toen de Carpo dwars was, verloor men het schip uit zicht; de lichten verdwenen. De kapitein van de Casino nam aan, dat de ..Carpo" was vergaan, en besloot de reis voort to zetten.
Op klacht van een groot aantal opvarenden, die niet meer met deze kapitein wilden varen
en zijn afgemonsterd, heeft het Seeamt te Hamburg een onderzoek ingesteld naar de wijze, waarop de Casino heeft getracht hulp to verlenen aan de ,.Carpo .
Het Seeamt komt tot de conclusie, dat de kapitein van de Casino te spoedig het gebied van het ongeval heeft verlaten, ofschoon hij, zonder zijn schip in gevaar te brengen, langer daar had kunnen blijven. Het is echter onzeker of men opvarenden van de Carpo had kunnen redden. De Casino heeft van 0.56 tot 1.01 uur langzaam gestoomd, doch overigens steeds volle kracht, zodat van drijven laten, zoals de kapitein heeft verklaard, geen sprake is. Ook onder de bestaande omstandigheden van weer en zee had de Casino kunnen bijdraaien: het schip manoeuvreerde nog voldoende. Het Seeamt is van oordeel, dat zowel de kapitein als de dekofficieren een geheel gemis van besluitvaardigheid hebben getoond. Na het zinken van de Carpo heeft de Casino haar positie vastgesteld op 49°44' N 5°21' W.
De inspecteur-generaal voor de scheepvaart voerde aan, dat het motorschip Carpo" met man en muis is vergaan, zonder dat bekend is wat zich aan boord heeft voorgedaan. Het Liberiaanse stoomschip Casino heeft iets van de ramp gezien.
De Carpo was een goed schip en voer onder een bekwame kapitein. Het had een lading van stove-nuts en pea-nuts. Volgens artikel 97, lid 5, van het Schepenbesluit moet bij het laden van nootjeskolen de kapitein beslissen of hij een gevelingschot wil plaatsen. Bij de rederij van de Carpo was het niet de gewoonte dit te doen bij het vervoer van deze kolen; bij een andere rederij werd dit altijd gedaan. Er is echter geen enkele aanwijzing, dat de lading van de Carpo over zou zijn gegaan. Het schip was goed vol getrimd en had alleen enige ruimte aan de voorkant in bet ruim. De inspecteur-generaal betwijfelt of in dit geval een gevelingschot iets zou hebben geholpen en meent, dat het voorschrift thans geen wijziging behoeft. De rederij heeft dezelfde lading met motorschip Walcheren" naar Rotterdam vervoerd. Bij aankomst bleek deze lading in het geheel niet te zijn ingezakt; deze kolen schijnen niet te werken.
Het Liberiaanse stoomschip Casino zag op 26 november 1954 de Carpo, die noodseinen gaf. Toen de Casino dit schip tot op 200 a 300 m had genaderd, zag men, dat de Carpo zware koplast had en een weinig slagzij over bakboord. De Carpo had wel op de bak een waterdicht luik, maar dat zal niet van invloed zijn geweest bij het krijgen van koplast. Voorop stonden twee afneembare paddestoelkokers. Het kan gebeuren, dat, wanneer de kokers zijn afgenomen en de potten zijn afgedekt, deze afdekking wordt stukgeslagen. Deze methode van afsluiting is vrij goed, maar zij vereist goede aandacht. De kettingkokers waren wel afgesloten met kleedjes, maar deze kunnen licht scheuren, waarna water in de kettingbak kan lopen. Op nieuwe schepen komen de kettingkokers zo hoog op de bak uit, dat ze goed kunnen worden afgesloten. De luiken van de Carpo hadden sluitbalken, drie op elk luik. Het is niet zeker, dat een sluitbalk de luikafdekking heeft vernield. De Carpo heeft blijkbaar niet de gelegenheid gehad het ongeval naar de wal te melden; het is mogelijk, dat de antenne gebroken was. Voor het voorkomen van deze beschadiging is misschien de oplossing een antenne, die slechts aan een mast is bevestigd.
De Casino is opgedraaid en heeft de Carpo vrij dicht benaderd. Het is begrijpelijk, dat dit schip geen sloep heeft gestreken. Het had kunnen trachten verbinding te krijgen door middel van een lijnkanon; dit schip had een goede inrichting aan boord moeten hebben om een lijn over te schieten. Het is echter erger, dat dit schip is doorgevaren. Uit het machinekamerjournaal blijkt, dat slechts gedurende 4 minuten langzaam is gevaren, doch dat overigens steeds volle kracht is gestoomd. Dit is niet goed te praten. De inspecteur-generaal verklaart het geheel eens te zijn met de vernietigende uitspraak van het Seeamt te Hamburg over kapitein Krammer van de Casino. Men heeft op de Casino gezien, dat van de Carpo enkele mensen in de boot gingen, en heeft enkele schepelingen zien zwemmen, doch na enige ogenblikken zag men niets meer. De inspecteur-generaal wijst erop, dat in dit geval zwemvesten met lichtjes nuttig zouden zijn geweest; gedurende de oorlog werden dergelijke zwemvesten veel gebruikt.
De inspecteur-generaal merkt op, dat over deze ramp niets meer vast te stellen is; hij heeft slechts enige gissingen kunnen maken.
De inspecteur-generaal betuigt voorts zijn deelneming en medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers.
Het oordeel van de raad luidt als volgt:
Het motorschip Carpo is in de nacht van 26 op 27 november 1954 in het Kanaal bezuiden Lizard Head bij zwaar stormweer door onbekend gebleven oorzaak vergaan, waarbij alle 12 opvarenden zijn omgekomen.
Het schip was zeewaardig en stond onder bekwame leiding. Het was op 25 november met een lading anthracite stove-nuts" en anthracite peanuts" uit Swansea vertrokken; de ruimen waren vol, behoudens ruimte voor 20 ton aan de voorzijde van luik I.
Door de bemanning van bet Liberiaanse tankstoomschip Casino, dat in de rampnacht in de nabijheid is geweest, is waargenomen, dat het schip voorover lag, maar weinig slagzij had. Het is niet bewezen, en ook niet waarschijnlijk, dat lading overgegaan is. Het aanbrengen van gevelingschotten is niet verplicht voorgeschreven; dit moet zo nodig" geschieden (artikel 97, lid 5, Schepenbesluit) en wordt voor deze soort kolen door sommige rederijen wel, door andere niet toegepast. De raad sluit zich aan bij de mening van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart, dat op dit ogenblik een wijziging van het voorschrift niet nodig is.
Het schip is niet plotseling gezonken, want het is door de bemanning van de Casino, een Libertytanker, langer dan anderhalf uur in zinkende toestand waargenomen, terwijl de lichten brandden en een deel der bemanning in de boot ging. Omtrent de oorzaak van de ramp geeft dit geen bruikbare aanwijzing. Het meest waarschijnlijk komt het de raad voor, dat het schip bij de heersende zeer ongunstige weersomstandigheden, gierend voor de zuidwestelijke stormwind varende, veel water over het voorschip heeft gekregen en dat daarbij de sluitmiddelen van de voorste luiken zijn losgeslagen of zelfs de luiken ingeslagen. Wellicht is ook water door de kettingkokers in de kettingbak geraakt. Het is onmogelijk hierover met zekerheid iets te zeggen. Ook is niet bekend of de Carpo was opgedraaid voordat de Casino haar bereikte en misschien daarna weder in oostelijke richting is gedreven of gevaren.
Wat de mogelijke oorzaak van het zinken betreft, is het aan de raad uit andere zaken bekend, dat inmiddels ingrijpende maatregelen tot verbetering van de bevestiging van luiken genomen zijn.
Wat het stoomschip Casino betreft, ontleent de raad belangrijke gegevens aan de verhoren door de Rotterdamse rivierpolitie en aan de uitspraak van het Seeamt te Hamburg. Hieruit is gebleken, dat van de Casino af te 23 uur een licht is waargenomen, dat daarna als een noodsein is herkend, waarna te 23.35 uur door de Casino een radiobericht is uitgezonden, dat men was approaching for eventual rescue". De Casino heeft, van dat zij de Carpo naderde, volle kracht gestoomd en langzaam slechts van 0.56 tot 1.01 uur. Tevoren, toen zij zich tussen 0.34 en 0.50 uur tijdelijk tot op een afstand van 200 a 300 m van de Carpo bevond, zag men, dat een boot met twee man werd te water gelaten. Ook hebben sommige leden van de bemanning der Casino enkele mensen zien zwemmen. Hoewel reddingmiddelen gereed werden gehouden, is van de brug af geen ernstige maatregel tot hulp of redding genomen of bevolen. Het op de Carpo gerichte zoeklicht moet daar de indruk hebben gewekt, dat men bereid en in staat was te helpen. Aangenomen mag worden, dat de Casino bij dit weer moeilijk te besturen was, maar dit belette haar niet op de plaats van de ramp te blijven. Zij is echter, nadat zij enige minuten na 0.50 uur de Carpo en de reddingboot uit het zicht had verloren, om 1.10 doorgevaren. Het is ook niet uitgesloten, dat het zicht verloren word, doordat men zich verder van de Carpo verwijderde. Het Seeamt heeft het gedrag van de kapitein van de Casino onderzocht en in een uitvoerig gedocumenteerde uitspraak geoordeeld, dat deze kapitein de plaats van de ramp zonder noodzaak te vroeg verlaten heeft, maar dat het onzeker is of andere schipbreukelingen gered zouden zijn, zodat oorzakelijk verband tussen het gedrag van de kapitein en de dood der zeelieden niet kon worden vastgesteld.
De raad is het daarmee eens en meent, dat de kapitein van de Casino veel te vroeg en ten onrechte is doorgevaren en zodoende een goede en gevestigde zeemanstraditie en morele plicht heeft geschonden. Ook heeft de kapitein, zolang zijn schip zich nog in de nabijheid bevond, nagelaten de door zijn bemanning gereedgehouden middelen tot redding van de schipbreukelingen daadwerkelijk toe te passen en ook overigens de hem ter beschikking staande middelen tot redding van de schipbreukelingen niet volledig uitgeput. Opgemerkt wordt, dat volgens de Nederlandse wet, die overeenkomt met wat ook in andere landen geldt, een kapitein verplicht is aan personen, die in gevaar verkeren, de hulp te verlenen, waartoe hij bij machte is, zonder zijn schip en de opvarenden daarvan aan ernstig gevaar bloot te stellen. Van zodanig gevaar is geen sprake geweest.
De raad veroordeelt de houding van de kapitein van de Casino en van de 1ste officier, die hem daarbij heeft gesteund.
De raad spreekt zijn deelneming uit met de in hun plichtsvervulling omgekomen opvarenden van de Carpo en met het verlies, dat de nabestaanden hebben geleden.
Oorzaak: verdrinking
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De toegang tot de afbeeldingen van de publicatie is door de auteur beperkt.
Als u bent uitgenodigd door de auteur dan kunt u inloggen en het besloten deel inzien.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.