(1) Hij is getrouwd met Trijntje Rienksdr.
Zij zijn getrouwd.
Doetje en Susanna zijn in 1772 gehuwd en wonwn niet meer in Blessum.
(2) Hij is getrouwd met Fokje Sybrensdr.
Toestemming voor het huwelijk is 17 november 1726 verkregen te Leeuwarden.
Kind(eren):
(3) Hij is getrouwd met Maaike Jurjensdr.
Zij zijn getrouwd op 4 mei 1777 te Blessum, hij was toen 79 jaar oud.
Op het kerkhof van Blessum ligt hij begraven. Bron: grafinscripties van Hessel de Walle, in mijn bezit. Er is ook een boek: Grafschriften en andere genealogische en heraldieke merkwaardigheden in en om de kerken tussen Flie en Lauwers, deel IV (Menaldumadeel), Leeuwarden 1959, pagina 39 en 40. Auteur: D.J. van der Meer. Grafnummer: 1379. Op de steen staat: 1784 den 23 juny is in den heere gerust den eerzame Albert Sytses Hemricain leven mederegter van Menaldumadeel ontvanger van Boxum en Blessum in den ouderdom van 86 jaren en heeft te Blessum als organist en de schooldienst 70 jaren waargenomen en leit alhier begraven. Hij was dus ontvanger (belastingen), rechter, organist en schoolmeester. Bron voor de kinderen:Nederlandsche Leeuw. In 1748 was hij te rekenen tot de Doelisten. Een Doelist was een aanhanger van een democratische partij die in 1747 in de Kloveniersdoelen in Amsterdam vergaderde. Er was toen een oproerige beweging tegen de drukkende belastingen en de wijze van verpachting hiervan. De Doelisten kwamen in Leeuwarden bijeen, eerst in de Grote Kerk en later in de Doelen. Hun voorstellen tot verbetering hebben mede geleid tot het Reglement Reformatoir van 1748.
In het Tresoar is er een missive van de grietman van Menaldumadeel voor mederechter Hemrica betreffende de onderhoudsplicht van de Boksumerdam. (326/ 2869/ familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.)
Bij de doop van de kinderen is hij schooldienaar en dorpsrechter.
Zijn periode te Blessum staat in het schoolmeestersboek van Tresoar, nr 151, leeszaal. Hij kwam in november 1715 als schoolmeester, organist. Hij was tevens boer en huurde land van de kerk. Zijn vrouw hield een winkel in kleedbare waren. In 1715 was Trijntje Rienksdr zijn vrouw en vanaf 1726 was dat Fokje Sybrensdr. In Blessum was Albert een man van betekenis, die het volste vertrouwen van zijn medeburgers bezat. Jarenlang was hij Bijsitter of Mederechter in het Nedergerecht van de Grietenij Menaldumadeel: al in 1756 en nog steeds in 1783. Hij ging over de lagere rechtspraak, maar ook over het bestuur van de grietenij. In de praktijk werd de school sinds 1770 door een familielid, S. Hemrica, waargenomen, maar de oude heer bleef wel de verantwoordelijke persoon. In augustus 1784 ( na zijn dood) werd het tractement ook aan zijn weduwe en later aan zijn erven uitbetaald. De school was toen een winterschooltje, omdat de kinderen in de zomer op het land werkten. Trouwens: de meeste schoolmeesters waren in de zomer ook boer.
In 1722 kreeg Albert een zoon: Sietse Hemrica. Van hem is niets bekend, maar misschien is hij wel die S.Hemrica die vanaf 1770 waarnam.
In de personele kohieren te Blessum: staan zijn te betalen belastingen: in 1721 291-11/ in 1724 320/ in 1726 500/ in 1741 800/ in 1742 1000/ in 1748 1250/ in 1760 2000, evenals in 1764. (TIE S17.271/ S22 14.28.)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Albert Sytses Hemrica | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Trijntje Rienksdr | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) 1777 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.