SURN Foppes
----------------------------------------
Arie Hakkert
De zoon van Arie Hakkert en Hilligje Ruinen, Werner Willem (onderwijzer) was gehuwd met de zus van mijn (paternal) grootvader Gerritdina Johanna Hendrika Muench, dus hun dochter Hilligje Gezina Hakkert (geboren in Nederlands Indie) en mijn vader Johan Muench waren nicht en neef. Mijn grootvader's naam was Lodewijk Karel Philippus Muench gehuwd met Louise Zoe Juliette Mac Gillavry. Hij was administrateur van de suiker omderneming 'Kemanglen' bij Tegal in Centraal Java. My grandparents took 'Tante Hilly' (to me) in when both her parents died on Java. 'Tante Hilly' en haar man 'Oom Jo' Moret took us in when we (my father, pregnant mother, sister and I) arrived 'berooid' in Holland from Indonesia after the War in August 1946. Hilligje Gezina Moret-Hakkert is named after both her grandmothers, Geziena Muench-van Heek and Hilligje Hakkert-Ruinen. Muench (with umlaut) was spelled Munch after the War. If you need more information, you can certainly write me in
Dutch--ik lees en versta het uitstekend, maar schrijven en spreken zijn moeilijker en gaan te langzaam.
Ingrid Frank
QUAY
bron: Joost (Jochem) Foppes (1957) over zijn vader Edske Foppes (1915).
Edske Foppes is geboren op 4 januari 1915 in Rotterdam, als enig kind van Jochem Foppes en Jacoba Kliphuis. Ze verhuisde al in 1918 naar Amsterdam, maar Eddie wist zich nog een detail uit Rotterdam te herinneren: treinen die hoog in de lucht reden, wat we later hebben kunnen terugbrengen tot treinen die over een viaduct het Centraal Station binnenreden, wat voor een baby die vanuit een appartement langs dat viaduct omhoog keek moet hebben geleken alsof ze in de lucht hingen.
In Amsterdam woonde de familie Foppes in een bovenwoning aan de Bilderdijkkade. Tijdens de lagere schooltijd trok Eddie Foppes veel op met een naamgenoot, Eddie Bayer. Eddie Foppes kon goed leren en werd daarom toegelaten tot het Barlaeus Gymnasium. In de zomervakanties ging Eddie logeren in Emmen bij zijn grootouders Kliphuis. Er was weinig contact met de Foppes-kant van de familie, met uitzondering van de familie Lonsain in Deventer. Dit betrof oudste zus van Eddie's vader Jochem Foppes, die getrouwd was met een stationschef, Jan Arie Lonsain. Hun dochter Jeanne bezocht later vaak onze grootouders.
Eddie was enig kind, wat tot de zeer beschermende houding van zijn moeder zal hebben bijgedragen. Bovendien was Europa in de greep van een economische crisis toen Eddie in 1932 eindexamen deed. Hoe het ook zij, hij bleef bij zijn ouders wonen en studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam, een studie die hij in vier jaar afrondde.
Niettegenstaande de crisis vond hij in 1936 een betrekking in Leeuwarden bij de gemeentepolitie. Het saaie en op regelhandhaving gebaseerde politiebureau beviel Eddie slecht, zodra hij kon stapte hij over naar de Kamer van Koophandel, waar hij als secretaris ook gedurende de oorlogsjaren 1940-1945 bleef werken. Tijdens deze sombere tijden zag Eddie toch kans een gezellige vriendenkring op te bouwen, die zich met name om de Leeuwarder kegelclub bewoog. Eddie maakte er vrienden voor het leven: Herman van Slooten, Fokke van der Veen, Pieter Halbertsma, Dick Osinga, etc.
Eddie's vader was inmiddels gepensioneerd en dus volgden de ouders hun enige zoon naar Leeuwarden. Ze woonden in een huis aan de Harlingerstraatweg, na de oorlog woonden ze aan de Spanjaardslaan 111.
Tegen het einde van de oorlogstijd werd Eddie met een aantal vrienden door de Duitsers ingezet voor arbeid in Groningen. Zij verbleven daar bij Willem en Trien Hoogenesch, die op een grote boerderij in Glimmen, Groningen woonden. Zij zijn altijd goede vrienden van Eddie gebleven.
Na de oorlog werd in elke provincie van Nederland een "Economisch en Technologisch Instituut" opgezet, met de taak om wederopbouw en werkgelegenheid door industrialisatie te bevorderen. Eddie werd directeur van zo'n instituut in de provincie Friesland, een functie die hij tot zijn pensioen in 1980 heeft vervuld. Er is nog een aardig interview in de Leeuwarder Courant van februari 1980 waarin Eddie terug kijkt op zijn werk en op de ontwikkeling in de provincie. Vader sprak vaak met eerbied en genegenheid over de oude heer Kuperus, directeur van de Friesland bank, die een soort mentor rol voor vader vervulde, met name in de jaren veertig en vijftig.
Eddie was een soort self-made econoom, door zelf-studie maakte hij zich de principes van de economie eigen. Hij las altijd veel en was altijd goed op de hoogte van nieuwe trends, nieuwe concepten en wist die altijd in beknopte, heldere stijl door te geven. Hij was politiek vooruitstrevend georienteerd, geloofde in een betere toekomst, maar heeft zich nooit actief met de politiek bemoeid. De schaduw-kant van Eddie's scherpe intellect was dat hij zeer raak en kritisch uit de hoek kon komen, met name domme opmerkingen kon hij niet goed velen en liet dat duidelijk merken.
Eddie was wat we tegenwoordig een "knowledge networker" zouden noemen. Friesland schakelde over van een boeren-samenleving naar een provincie waar de meeste mensen hun brood verdienden in industrie en dienstenverlening. Eddie's instituut was de enige bron van informatie over werkgelegenheid en allerlei andere vestigings-factoren waar nieuwe bedrijven om vroegen. Eddie had een enorm brede kring van contacten door de talrijke nevenfuncties in allerlei commissies en besturen voor het opzetten van vakonderwijs, industrie-hallen en het organizeren van uitwisselings-bijeenkomsten.
Het is moeilijk om de effecten van dit soort kennisbemiddeling te meten. Ik kan alleen maar zeggen dat zoveel mensen me dingen hebben verteld die ze waardeerden in mijn vader als raadgever of organisator, in de volgende trant: "Jouw vader heeft mij toen (vijf of tien of twintig jaar geleden) ooit eens gezegd, waarom probeer je dit of dat niet...en dat was het beste wat ons bedrijf of mijn instituut ooit heeft gedaan..." etc. De lange rij van mensen die vader's afscheidsreceptie op het provincie-huis in Leeuwarden bezochten maakte een diepe indruk op mij.
Eddie trouwde op zijn 39ste in 1954 met de acht jaar jongere Corrie Arendz, een inspectrice van de arbeid. Ze kochten een huis aan het Engelseplein 11. Al heel gauw kochten zij eveneens een oud boerderijtje in Duurswoude (tegenwoordig Wijnjewoude) waar zij de meeste weekenden en vakanties doorbrachten. Eddie besteedde vrijwel al zijn vrije tijd met zijn familie. Hij was een enthousiast wandelaar en fietser, zo hebben wij veel hoeken en gaten van Friesland leren kennen. Later hadden wij een karretje voor achter de auto waarmee je fietsen mee kon nemen. Daarmee gingen we meestal naar Drenthe, waar vader als kind al vakantie vierde en waar hij bijzonder op de mensen en het landschap gesteld was.
Wij hadden relatief weinig contact met de familie van mijn vader. Hij was erg gesteld op zijn oom Lupko Kliphuis, huisarts in St Anna Parochie. Oom Lupko was een wijze man, die de kwesties van het leven met zijn basstem in een mooi Gronings accent uiteen wist te zetten, als hij ons bezocht nam hij altijd een mandje appels uit eigen tuin mee.
Het sociale leven was dus minder op familie, sterk op het gezin en sterk op vrienden gebaseerd. Een belangrijk onderdeel van Eddie's sociale leven was de Rotary, een club die wekelijks lunch-bijeenkomsten organiseerde. Vanuit deze club stammen goede vrienden zoals Eddie en Katja Evenhuis, Dirk en Nan Talsma, Bert en Koosje Eenkema van Dijk etc.
Na zijn pensionering diende Eddie in 1980 een jaar als gouverneur voor zijn district in Noord-Nederland. In dat kader reisden Corrie en Eddie naar de Verenigde Staten waar Rotary International eens per jaar alle gouverneurs van de hele wereld bij elkaar haalde. Zij genoten van bezoeken aan diverse Rotarians in Utah en andere plaatsen. Ze bezochten toen ook Eddie's achternicht Elizabeth A. Foppes in Massachuchets, en een vriendin van Corrie, Hennie Schemering-Reels, die met haar man Jim in Boston woonde.
Eddie en Corrie woonden vanaf 1980 in Wijnjewoude, waar zij het oude boerderijtje met een-steens muurtjes inmiddels hadden vervangen door een modern huis in boerderij-stijl met een rieten dak. Eddie genoot van het buitenleven aan de rand van het Duurswoudse bos. Toen ik in 1988 met een stevige geelzucht uit Nigeria terugkwam, heeft vader mij nog geweldig verzorgd tot ik na drie maanden weer op kon staan. Later dat jaar overleed vader onverwacht aan een hartaanval op 73-jarige leeftijd, tijdens een afscheidsreceptie van een collega in Leeuwarden.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.