Getuige: Petrus Jacobus Melchior, medicina doctor te Keppel.
Lidmaat te Cothen 23-4-1821.
Hij overleed aan de gevolgen van een bloedspuwing en gevolgde tering. Lijkrede door ds. C. Krabbe van 's-Heerenbergh n.a.v. Hebreeen 13:7.
Memorie van successie d.d. 27-10-1835 (kantoor Terborg 0035, inv.nr. 25, p.261 (Gelders Archief)
Zie B1, 2, 8, 15, 19, 63, 67, 146, 301, 303, M2, 3, 8, 31, 121.
31-8-1814: Mem.v.successie: aangifte door Dirk de Ridder, burgemeester Amerongen als gemachtigde van de erfgenamen (proc. 23-8-1814). Erfgenamen zijn de kinderen en kleinkinderen van zijn broers en zusters die reeds allen dood zijn. Dit zijn: Pieter, Celia van der Wis en Jacobus van der Hoeven, zoon van Grietje v.d.Wis, kinderen en kleinkind van Jan van der Wis; Helena Clementia, Godart Adriaan, Margrietha Willemina, Catharina Maria Anthonia, Panthaleon, Petrus Jacobus en Willemina Henrica Hajenius, kinderen van Willemina de Ridder en ds. W.H. Hajenius, Willemina was een dochter van Margaretha van der Wis; Jannigje, Maaygje, Pieter, Rijk, Jan, Clara, Hendrijntje en Jacoba van Ek, kinderen van Hendrina van der Wis en Gerrit van Ek. (B301)29-4-1822 ingeschreven als student theologie te Utrecht. Mei 1829 proponent, 18-6-1829 beroepen te Zeddam, 3-7-1829 beroepen te Serooskerke. 20-9-1829 bevestigd te Zeddam door zijn vader. Intreepreek over Galaten 6:14.
In Zeddam woonde hij in huis nr. 12 met twee meiden: Margreta Kersjes en Johanna Nekkers.
Volkstelling Utrecht 1824: Jacobus Hajenius, student, wijk H 552 (Voorstraat). Vertrokken naar Kooten.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen