Hij is getrouwd met Maria Louise van Hemert tot Dingshof.
Zij zijn getrouwd op 14 februari 1907 te 's-Gravenhage, Zuid-Holland, Nederland, hij was toen 33 jaar oud.Bron 4
Kind(eren):
Aanwezig verschillende advertenties: overlijden (met levensloop) en uitreiking Militaire Willemsorde 4e klasse op 19-6-1906. De orde werd hem uitgereikt wegens heldhaftig gedrag bij de "vermeestering" der bentings aan de Soengei Poesaka in het landschap Korintji, den 13den Juli 1903. Eerst had hij daarvoor een eervolle vermelding gekregen, maar bij nader inzien verdiende hij toch de MWO. Zie ook B344: register MWO IVe klasse, nr. 5225 (19-6-1906, nr.77). "Ter zake van zijn gedrag bij de vermeestering van de bentengs aan de Soengei Poesaka in het landschap Korintji op 13 juli 1903, en zulks met intrekking van de eervolle vermelding, die hem bij Koninklijk Besluit van 14 juli 1904, no. 42, terzelfder zake werd toegekend. "Bij de bestorming van de versterking die het voetpad van Serampas Tenang naar L. Korintji afsloot, zijn zwakke afdeeling moedig en voortvarend voor te gaan, het eerst de nog bezette versterking binnen te dringen en door zijn beleidvol optreden oorzaak te zijn dat slechts zeer geringe verliezen werden geleden. Bij de versterking aan de Soengei Poesaka en ook bij de daarachterliggende de eerste te zijn die de wallen beklom en daarna gevolgd door slechts weinig manschappen de vluchtende vijand te vervolgen waarmee hem de gelegenheid werd benomen zich ... het bieden van ernstiger tegenstand weer te verzamelen." Zie ook B549, of betreft dat Pantaleon Hajenius?
(M358) Bev.reg. Den Haag 1913-1939: Pantaleon Emil Hajenius, geb. Rotterdam 25-1-1874, remonstrants, kapitein jagers. 23-1-1920 van Teteringen, 10-2-1925 naar Assen. Adres 27-1-1920: Emmastraat 1c (29). Gehuwd met Maria Louise van Hemert tot Dingshof, baronesse, geb. 's Hage 26-7-1887, NH, vestiging idem, vertrekt Assen 19-8-1925.
Kinderen: Lodewijk Jacobus Emil, geb. Leiden 24-3-1908. Maria Louise Henriette Jacqueline, geb. 's hage 22-5-1911. Cornelia Anna Wilhelmina Carolina, geb. Teteringen 8-11-1915.
Pantaleon verhuist 14-6-1932 naar Charlotte de Bourbonstraat 7 (inschrijving 6-6-1932), vanuit Gorssel. Hij vertrekt 30-8-1933 naar Wageningen, Lawikse Allee 4, met vrouw en jongste dochter.(M358)
Bev.reg. Leiden 1890-1923, blad 4272: hij woont Hoogewoerd, wijk 3, nr. 28. Ingeschreven 22-10-1904. Hij is dan 1e luitenant infanterie en komt uit Ned. Indie. Hij verhuist, vermoedelijk in oktober 1906, naar Breestraat 49.
NA 2.13.04 (stamboeken officieren), inv.nr. 680, p.173. (M514)
stamboeknr. 1272.
29-8-1891: KMA kadet inf.
16-9-1895: korporaal
16-12-1895: sergeant
3-8-1897: 2e luit. 6e reg. inf.
3-8-1901: voor 5 jaar gedetacheerd in Ned. Ind.
26-10-1901: met SS Amalia naar Oost-Indie, vanuit Amsterdam.
id., inv.nr. 484.
14-11-1901: 11e bataillon, Palembang
4-2-1903: 1e luit.
12-5-1904: met SS Wilhelmina terug wegens ziekte. 6-6-1904 ontscheept te Genua.
29-6-1904: 4e reg. inf.
1-4-1909: naar reg. Grenadiers en Jagers
24-12-1909: 1e luit. voor speciale diensten bij het 1e bat. van het Korps.
23-1-1913: eervol ontslag uit dit bataillon
1-9-1913: kapitein 6e reg. inf.
21-5-1919: naar reg. Jagers.
Krijgsverrichtingen:
1903 Djambi, Korintji.
Eervolle vermelding, MWO 4e kl.
6-12-1912: onderscheiding voor langdurige Ned. dienst als officier.
De Sumatra Post 28-8-1918: Een kranig stukje.
De bewoners van een afgelegen kampong van de Cult. Mij. "Pengadjaran" kwamen hunnen opziener rapporteeren, dat zij des
avonds bij het naar huis gaan, steeds
achtervolgd worden door een of meer toe-
joels. De betrokken opzichter, de heer Ha-
jenius, daaraan geen geloof hechtende, be-
sloot er toch eens met zijn geweer naar
toe te gaan. Op de bewuste plaats aange-
komen, kwam er inderdaad een toetoel voor
den dag, waarop de heer Hajenius onmid-
dellijk een schot loste. De toetoel, gewond
zijnde, klom in een boom, waarop een tweede
schot volgde en de toetoel dood uit den
boom viel.
De heer Hajenius, die direct zijn geweer,
een enkelloop, herladen had, zag plotseling
een tweeden tijger op zich aankomen, waar-
op hij wederom zijn geweer aanlegde. De
patroon weigerde echter. De heer Hajenius,
die blijkbaar stalen zenuwen heeft, trachtte
eerst een niewe patroon in het geweer te
brengen, doch toen dat niet ging, - de pa- troon was blijkbaar vochtig - pakte hij 't
geweer bij den loop,'ora met den koft den
tijger te lijf te gaan. Het ongure beest moest
blijkbaar van een gevecht op leven en dood
niets hebben en na een heftig gebrom koos
het ten slotte het hazenpad.
De Heer Hajenius, die geheel alleen was
ging daarop hulp halen en na die gevonden
te hebben, werd de doode tijger opgezocht,
het bleek een wijfje te zijn. Van het andere
beest, vermoedelijk het mannetje, was geen
spoor meer te bekennen. Het gedoode beest
had een lengte van om en bij de twee meter.
't Is te hopen, zegt het S. H., dat eerstdaags
de andere tijger ook door het zekere schot van
den heer Hajenius zal vallen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Pantaleon Emil Hajenius | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1907 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Louise van Hemert tot Dingshof | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||