Jacobus was bisschop en missionaris van de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria (missionarissen van Scheut). Op 17 december 1853 werd hij te Mechelen tot priester gewijd. Van 1854 tot en met 1863 was hij onderpastoor van Scherpenheuvel. In dit laatste jaar trad hij in bij de pas gestichte Congregatie van Scheut. Van 1865 tot en met 1871 was hij bestuurder van het centrale huis van Scheut, om vervolgens als apostolisch provicaris van het vicariaat Mongolië te vertrekken naar de missie. In 1874 werd hij de eerste apostolisch vicaris van de missionarissen van Scheut in Mongolië, en titulair bisschop van Adras, gewijd te Siwantze (1875). Bij de verdeling van het vicariaat van Mongolië in drieën, behield hij het bestuur over midden-Mongolië (21 december 1883). Jacobus begon de missionering van de Orlos-Mongolen in de provincies Swijioean en Ninhgsia. Hij leidde ook de onderhandelingen die aan de missionarissen van Scheut een nieuw arbeidsveld in de provincie Kansoe gaven (1878). (Bron: De Katholieke Encyclopaedie, 2e druk 1950). Hij werd in 1893 Officier in de Leopoldsorde.
Bij zijn roeping als priester-missionaris speelde ongetwijfeld de ervaring van zijn oudere broer Joannes een rol, en dat van zijn familieleden Joannes Hubertus Timmermans, pastoor van Merksplas, en diens broer en
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacobus (Jaak) Bax | ||||||||||||||||||
Toegevoegd door een Smart Match te bevestigen
Stamboom op MyHeritage.com Familiesite: Site familie Roelands-Boeren en aanverwanten Stamboom: Roelands_boeren2