(1) Hij is getrouwd met Aerjaenken Cornelisdr..
Zij zijn getrouwd rond 1630.
(2) Hij is getrouwd met Geertken (Geertgen)Gerritsdr..
Kerkelijk datum: Kerk. huw.
Zij zijn op 26 juli 2004 in ondertrouw gegaan.
Zij zijn getrouwd op 24 februari 1636 te Heinenoord. Zij zijn getrouwd op 24 februari 1636 te Heinenoord.(3) Hij is getrouwd met Maijke Melsdr.(Melchiorsdr.) Croonenburg.
Kerkelijk datum: Kerk. huw.
De derde vrouw van Jan Dircksz. van Driel bracht heel wat "opmerkelijk b
in deze familie van ambachtslieden en boeren.
Op 11 juni 1652 bevonden Jan Dircksz. van Driel en Mayken Melsen zich o
slot Develsteyn in de Lindt, alwaar Cornelis van Beveren, ridder, heer v
Strevelshoek, West-IJsselmonde en Kleine Lindt, zetelde. Van Beveren ga
dag aan van Driel een buitendijks gelegen erf"naest den opslagh van Deve
aen de oostsijde van dien" in erfpacht uit. Tevens aan hem "den windt va
corenmolen aldaer bij den voornoemde van Driell te stellen ende onderhou
zijnen costen ende baeten, sonder dat wij op den voorsegde molen nu noch
naermaels, voor althoos, yetwas boven de voorsegde erfpachten sullen
pretenderen.
Van Driel zou voor dit alles jaarlijks een bedrag van 24 Carolus guldens
betalen. Als zekerheid voor deze jaarlijkse betaling stelde van Driel zi
op het voornoemde erf, "als oock den voorsegde coren-molen binnendijcx a
annex d'oostzijde van de sluys" en zijn tractement als sluiswachter en
gemeenelandstimmerman.
Tevens is nog de volgende passage in deze overeenkomst opgenomen: "end
oock de schutskoy alleenlijck met het hout dat daer nu is versetten te
men hem ordonneren sael buytendijcx". Jan ondertekende de akte als "Ja
van Driell" en zijn vrouw plaatste een handmerkje. Deze overeenkomst zo
het gerecht van Kleine Lindt gepasseerd worden wanneer de heer van Bever
believen zou en niet lang nadien -op 14 juli 1652- had dit metterdaat pl
Kennelijk na zijn huwelijk met Mayke Croonenburch vestigde van Driel zic
vanuit Groote Lindt in Kleine Lindt. Hij kreeg aldaar wellicht belange
zij zijn derde vrouw. Een akte van 16 april 1653 te Kleine Lindt spreek
"het huys ende erff van Jan Dyrkxsen van Driell, sluiswachter ende
gemennnelandt timmerman" als belending. In een akte van 9 juni 1653 kom
Jan Dirckx voor als belender in Kleine Lindt. Waarschijnlijk betrof oo
Driel. Op een openbare verkoping te Kleine Lindt ten behoeve van het wee
van Bastiaen Leendertsen Bleijcker kocht Jan Dircxz. "twee hoofdkussens
gld. en "een kroonmet twee kandelaers met viff lepels" voor 1 gld.10 st.
Het zou kunnen dat van Driel ook een kleine herberg dreef, want op 12 ap
1665 was Jan Dircxz.van Driel als eiser gewikkeld in een zaak voor het g
te Kleine Lindt tegen de weduwe en erfgenamen van Cleys Damise, van wi
betaling van 69 gulden en 8 stuivers eiste "over verteerde costen tot si
huyse is verteert". Lenaert Cleysen Schipper, wonende in het ambacht Kle
Lindt, transporteerde op 5 juli 1665 aan Jan Dirccxen van Driel een buit
gelegen boomgaard en griend aldaar, hetwelk aan de oostzijde o.a. aan va
was belend. Een akte te Kleine Lindt van 15 november 1666 spreekt van "J
Dircksen onsen gerechtsbode".
Kennelijk is hij dan ook identiek met de Jan Dircxken als belender te Kl
Lindt in akten gedateerd 22 april en 12 augustus 1666. De jaarrekening v
Develpolder van Groote - en Kleine Lindt over het jaar 1669 maakt meldin
een betaling van 16 stuivers aan Jan Dircxs timmerman "van arbeytsloon
blijckende bij sijnne declaratie". Hij ondertekende de jaarrekening al
Dircksz.van Driel". In de jaren 1669 - 1670 komt van Driel voor als sche
Kleine Lindt, terwijl hij in 1672 als heemraad van genoemd ambacht verme
gevonden. Meeuwis Jans Jongeruyter, wonende op Heerjansdam. transporteer
akte van 24 februari 1672 aan Jan Dircxs van Driel. "onse mede heemraet"
1/2 hond weiland "met de voet gestooten int noortendt van den Hoogen Nes
sijnde de twaelff roeden van de Swijndreghsen Waert".
Op 3 april 1672 trad Jan Dircksz.van Driel te Heerjansdam nog op als get
bij de doop van zijn kleinzoon Jan Willemsz.(de) Gelder,maar op 4 august
bleek hij niet meer in leven te zijn, daar Maycke Melsen, weduwe van Ja
van Driel, wonende op Heerjansdam zich toen borg stelde voor de gebroede
Pieter en Willem Ariens te Kleine Lindt. De rekening over het jaar 167
Develpolder spreekt reeds van de weduwe van Jan Dircxs van Driel, die ge
vorderen had vanwege door wijlen haar man verrichte werkzaamheden en
leverantie. Het is duidelijk dat de afrekening over het jaar 1670 na het
overlijden van van Driel moet hebben plaatsgevonden. Op 12 november 1673
spreekt een akte van de weduwe van Jan Dircxsz.van Driel als belender i
Volgerland van Kijfhoek en op 11 oktober 1674 compareerde de op Develslu
wonende Mayken Melsen Croonenburg, weduwe van Jan Dircxs van Driel, te
Dordrecht. Joffrouw Pieternella de Jongh, weduwe van Hugo van Westcappel
wonende te Dordrecht, transporteerde op 12 februari 1675 aan de op Devel
in het ambacht Kleine Lindt wonende Maeyken Mels Croonenburgh, weduwe va
Dircxe van Driel, 1 merge 450 roeden land te Kleine Lindt. De koopceel w
12 oktober 1674 voor de Dordtse notaris van Neeten opgemaakt en de koops
bedroeg 700 Car.gld. met nog een "vereeringh" van 25 gld. voor de dochte
de verkoopster.
Mayken Mels, weduwe en boedelhoudster van Jan Dircxs van Driel,wonende o
Develsluis onder Kleine Lindt, verklaarde bij akte gedateerd 27 januar
400 Car.gld.schuldig te zijn aan de Dordtse predikant de heer Henricus
Francken. Voor deze geldlening stelde zij als zekerheid een huis met 35
weiland onder het Volgerland van Kijfhoek aan de Develzijde. Deze schuld
werd op 26 maart 1712 geroyeerd.
Op laatstgnoemde datum compareerden te Kijfhoek de kinderen en erfgename
Jan Dirckse van Driel en Maeycke Melse Kroonenburg zaliger, in hun leven
gewoond hebbende te Kleine Lindt, te weten: Leendert van Nes, getrouwd m
Trijntie Jans van Driel. Jan Janse van Driel, Geertruy Jans van Driel, w
van Willem Franks Benschop, Pieter Kornelesse van de Fijnijert, getrouw
Fijgie Jans van Driel.
Zij werden geassisteerd met de Heerjansdamse schout Rookes Leenheer, di
hen een stuk weiland van 1 mergen 150 roeden land in het Volgerland van
Kijfhoek aan de Develzijde, dat gemeen lag met 150 roeden van de armen v
Heerjansdam en aan de oostzijde belend was aan schout Leenheer, voor 130
aan de onder de Kleine Lindt wonende Pieter Wouterse op Sluys transporte
Op 27 januari 1706 was hun moeder evenwel nog in leven, want toen werd e
Bastiaen A.Gelder, weduwnaar van Lijsbet Jans, ten huize van Maeycke Mel
Develsluis een akte door de schout van Kleine Lindt opgemaakt. Deze Bast
was wellichteen broer van Mayke's overleden schoonzoon Willem Gelder. He
dat er door de schout een akte ten hare huize werd opgemaakt lijkt er oo
op te wijzen dat van Driel en zijn vrouw een soort herberg hebben gedrev
elk geval een enigszins openbare gelegenheid. Maeycken Mels, weduwe va
Dircxe van Driel, werd nog in tal van akten vermeld gevonden als belende
Kleine Lindt.
Zij zijn getrouwd op 8 oktober 1651 te Heerjansdam.
Zij zijn getrouwd op 8 oktober 1651 te Heerjansdam.Kind(eren):
Overlijden datum: BET 03 APR 1672 AND 04 AUG 1673
weduwnaar wonende in de Linde (Groote Lindt) 1636. Hij testeerde met zij
vrouw Dordrecht 26 febr.1651.
In 1636 werd Jan door mij voor het eerst in de bronnen aangetroffen en w
zijn tweede huwelijk in het trouwboek van Heinenoord werd opgetekend. Va
Groote Lindt, de paats waar ondertrouw en trouw geschiedde, is uit die t
geen trouwregister bewaard gebleven. Jan stond aanvankelijk in de Lindts
gemeenschap bekend met de toenaam "timmerman", welke dus aan zijn beroep
ontleend was. In de zeventiende eeuw treft men in Groote-en Kleine Lindt
meerdere ambachtslieden aan, met name timmerlieden en metselaars. Op he
gezicht lijkt dit wal vreemd in dergelijke kleine boerengemeenschappen.
Waarschijnlijk echter waren deze ambachtslieden werkzaam bij de wederopb
het in 1572 door de spanjaarden verwoeste kasteeltje Develsteyn in Groot
Lindt. De toenmalige sloteigenaar Willem van Diemen had zijn behuizing i
om veiligheidsredenen verlaten en na zijn dood verkochten zijn kindere
ruine in 1594 aan Willem van Beveren. Nog datzelfde jaar werd begonnen m
opbouw van het kasteeltje en aangenomen mag worden dat toen allerlei
ambachtslui werden aangeworven, waarvan sommige wel met hun gezinnen i
Lindt zullen zijn neergestreken.
Zou Jan Dircksz. van Driel tot een dergelijke familie hebben behoord ? D
lijkt wel voor de hand te liggen. Aan de opbouw en verfraaiing van het
kasteeltje werd jarenlang -mogelijk met tussenpozen- gewerkt. Zeker no
dertiger jaren van de zeventiende eeuw werd in opdracht van Mr.Corneli
Beveren, zoon van de voornoemde Willem, aan het slot gewerkt. Het is mog
dat de meeste van de gerecruteerde werklieden uit Dordrecht kwamen, wan
anders zouden de van Beverens- een der voornaamste families in die stad
eerste plaats naar geschikte werklieden hebben uitgezien ?.
Is het niet opmerkelijk dat juist in die stad de naam van Driel al zee
en dat juist daar de bakermat lijk te liggen van al die latere boerenges
op IJsselmonde en in de Hoekse Waard ?.
Op 22 maart 1641 kwam Jan Dircxsz. timmerman, wonende in het dorp Groot
als vader van zijn omtrent 9 jaar oude kind Aerjaenken Jansdr., nagelate
zijn huisvrouw Aerjaenken Cornelis., aan de ene zijde, met Arien Heyndri
getrouwd met Janneken Cornelisdr., wonende in Heeroudelandsambacht, al
voogd, en zich sterk makende voor de in Ridderkerk wonende Jacob Corneli
aan de andere zijde, tot uitkoop van het moederlijk erfdeel van het kind
zou in d boedel blijven zitten en zijn dochter moeten opvoeden enz. to
leeftijd van 15 jaar en vervolgens dan als moederlijk bewijs 50 gulden a
haar, of bij haar vooroverlijden aan haar erfgenamen, moeten uitkeren.
Het is enigszins opmerkelijk dat deze akte pas vijf jaar na het tweede h
van Jan werd opgemaakt. Doorgaans werd een dergelijke overeenkomst kor
het hertrouwen vastgelegd.
Huych Gijsbrechtsz., heemraad van Groote Lindt, transporteerde op 20 feb
1643 omtrent 50 roeden boomgaard en beplanting "aen den kerck wech" alda
het dorp Groote Lindt wonende Jan Dirckxssen timmerman. Aan de noordzijd
dit perceel belend aan het schoolhuis en aan de oostkant van de kerk va
Lindt. Aan de zuidzijde is 'den bogaert van Jan Cornelissen timmerman al
belending genoemd. Deze persoon zou een aangetrouwde oom van Jan kunne
geweest.
Op 26 februari 1651 maakten Jan Diricxs van Driel, huystimmerman, en Gee
Geerits, echtelieden wonende in de Lint, zij ziek zijnde, te Dordrecht
een'mutueel testament. De langstlevende zou voogd zijn over hun gezamenl
kinderen en deze moeten opvoeden etc. Indien Jan de eerststervende zou z
moest zijn weduwe aan zijn voordochter een "cleet" "naer de staet en
gelegentheyt van sijnen boedel" geven. Indien zij zonder gezamenlijke ki
zouden komen te overlijden zou de langstlevende van hen beide 3 Car.gl
erfgenamen ab intestato van de eerstgestorvene uitreiken.
Binnen enige maanden zal Geertgen zijn gestorven en nog in datzelfde jaa
vond Jan een nieuwe levensgezellin in het naburige Kleine Lindt.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan Dirksz. van Driel | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) ± 1630 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1636 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) 1651 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maijke Melsdr.(Melchiorsdr.) Croonenburg | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.