Hij heeft/had een relatie met N.N.(N.N. Adriaen Michielsdr.?.
Kind(eren):
jonge Heijn Heijnsz.; geboren naar schatting rond 1420, overleden vermoe
na 1475 wellicht bij de Hordijk onder Barendrecht of IJsselmonde. De aan
"jonge" Heijn Heijnsz. zal gebruikt zijn om hem te onderscheiden van ee
Heijn Heijnsz.". In de bronnen is deze "oude Heijn Heijnenzoen" slecht
aangetroffen en wel in een Dordtse akte van 1469 waarin sprake is van ee
brief op zijn naam. In de Riederwaard was in deze periode sprake van "He
Berghoengen", een verwant van het geslacht Cranendonck. Blijkens een ins
ving uit 1488 in het kohier van het hoofdgeld van de stad Dordrecht, ha
hetzelfde patroniem: "Henrick Henricxsz. in Burgoen(gen)". een Heinric H
gevestigd in "Meeusambacht vander Does" in de Zwijndrechtse Waard was la
ter van Dordrecht (1445,1446,1450). Deze landpoorter is vermoedelijk ide
met de Heijn Heijnenz. die werd vermeld als koper van korentienden in d
drechtse Waard (1443-1453). Het is echter onzeker of het hierbij "jonge
Heijnen betreft. Op 11 april 1450 "verborchde" jong Heijn Heinsz. zich v
schepenen van Dordrecht op een jaarlijkse erfrente van 1 pond hollands
op een erf gelegen aan de poortzijde van Dordrecht, aan de havenzijnde (
Wijnstraat en Wijnhaven), waar het huis "mitte(n) kraen" op staat. Jong
Heijnsz. stond in voor de betaling van deze rente vanwege de "quetsingh(
daen aen Aert Willemsz. in Zwijndr(echt)". Blijkbaar was de rente een ve
voor een verwonding die hij Aert Willemsz. had toegebracht. Dat jonge He
zelf slachtoffer is geweest van geweld, blijkt uit een akte van 4 august
Hierin "verborgde" een kuiper genaamd Adriaen Wouterssoen voor schepene
Dordrecht een rente aan een zekere Dirck Bisdommer Dircxsoen van Heerjan
Deze rente werd aan Dirck Bisdommer uitgekeerd vanwege de "quetsinge ged
jong Heyn Heyne(n)soen in Ryerwaerdt". Of Dirck Bisdommer in deze transa
moet worden gezien als vertegenwoordiger van jong Heijn Heijnen is nie
lijk; het is mogelijk dat jonge Heijn hem het recht op schadevergoedin
doorverkocht. Overigens was Adriaen Woutersz. eveneens afkomstig uit he
drechtse: in 1450 speelde een zaak tussen Cleijs Woutersz. uit Rijsoor
broeder Adryaen Woutersz. die cuper, betreffende land in Rijsoord.
In de rekeningen van de polder Nieuw-Reijerwaard werd reeds in 1449 meld
maakt van een vergoeding aan een Heyn Heynensoen, wegens het maken van e
ring", maar omdat de toevoeging ontbreekt is niet duidelijk of het hierb
"jonge" Heijn ging. Een eerste zekere vermelding dateert uit 1451: "Jong
ontving een halve stuiver voor geleverd rijshout en onder de uitgaven va
komt een post voor waaruit blijkt dat hij een bedrag ontving wegens he
van 6 roe en 5 voeten "dijcx". In de daarop volgende jaren komt jonge He
meerdere malen in de rekeningen voor wegens door hem geleverd of aangeno
voor de polder Nieuw-Reijerwaard. Opmerkelijk is daarbij, dat diverse va
werkzaamheden betrekking hadden op de Hordijk, de plek waar de oudste wo
lagen van dit geslacht, maar die tevens kan worden beschouwd als het sta
van twee andere grote familiegroepen Van Driel! Interessant is in dat ve
een post uit de rekening van Smeetsland uit 1467, waaruit blijkt dat Cor
van Driel een watering had aangelegd "an die Hurdijc van die Rierwarts
die daer Leyt by jonghe Heijn". De Hordijk figureerde opnieuw prominet i
rekening over 1468, waarin onder "Oncost ande(n) hordiic" vermeld werd d
"jonghe Hein heeft (aan)ghenome(n) te maken den hordiic met ruijchten t
Andere vermeldingen met betrekking tot de Hordijk zijn te vinden in de r
van 1470, waarin "jonghe Heijn besteedt (werd) den hordiic te maken en(d
bwaren", en van 1475, waarin een uitgave werde geboekt aan "Jonghe Hei
Willem Ariaensz. omdat sij die rijs(hout) ghevoert hebbe(n) van de(n) ho
tot bolnes". Dat "jonge Heijn" gevestigd was aan of bij de Hordijk blijk
maals uit een post in de rekening van 1473, waarin de polder 6 gulden on
van jonghe Hein "van (het) erf dat hij bruict van dat ghemeen lant, (gel
anden hordiick". Dit erf zal identiek zijn met het perceel aan de Hordij
(gesplitst) door zijn zoons Aert Heijnen en Adriaen Heijnen vanaf 1483 w
huurd voor resp. 3 en 2 gulden per jaar. In de rekening over 1475 komt e
vangst voor "van jonghe Hein van (een) ouwen tuin die hij ghecoft heef
dat ghemeen lant XX roen". Uit dezelfde pagina in de rekning blijkt da
Driel en Dirck van Driel soortgelijke "tuinen" huurden, van resp. 35 roe
13 roeden. Vader en zoon Neel en Dirck van Driel woonden eveneens aan o
Hordijk en behoorden tot een geslacht Van Driel uit de Zwijndrechtse Waa
"Jonghe Heijn Heijnsz" huwde N.N. (mogelijk N.N. Adriaen Michielsdr.). O
september 1441 diende voor het gerecht van Dordrecht de zaak tussen Hey
aan de ene zijde, en Adryaen Mychielsdochter, zijn vrouw, aan de ander
Zij hadden een geschil "mits dat Heyn Heynez t(ot) (D)ordr(echt) mit hai
woonstede niet en hielt", zoals hij haar belofd had "voirden vrienden"
het "hylic" overeenkwamen. Blijkbaar had de bruid bij het huwelijk bedon
het echtpaar in Dordrecht zou blijven wonen, maar had de bruidegom zic
bedacht en doorgezet dat zij zich elders (bij de Hordijk?) zouden vestig
[Zie: Drie verwante geslachten Van Driel (Zuid-Hollandse eilanden, ca.13
door C. Sifmond en K.J.Slijkrman].
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.