Hij heeft/had een relatie met Anna Coensdr. Hasselaer.
Kind(eren):
Michiel Janszn. de Wael
Kaptein van de Burgerwacht tijdens het beleg van Haarlem in 1573,
Michiel de Wael was sinds 1568 in ballingschap. Zijn goederen werden toen geconfisqueerd. In 1572 keerde hij terug per schip 'die Lange brugge in'
Uit het Memoriaelbouck. Dagboek van gebeurtenissen te Haarlem van 1572-1581 (ed. J.J. Temmink) auteur: Willem Janszoon Verwer.
In 1572 en na 1577 was hij vele malen burgemeester van Haarlem.
Zie http://www.dbnl.org/tekst/verw006memo01_01/verw006memo01_01_0003.php
Protestant en aanhanger van Willem van Oranje
Op 1 oktober 1566 dienen vier burgers, waaronder Michiel de Wael (koopman in granen en moutmaker, zwager van Pieter Janszoon Kies) en Pieter Janszoon Kies een verzoek in bij de prior van het Augustijnenklooster, dat buiten Haarlem ligt, om een deel van de kloostergebouwen voor hun gereformeerde diensten te mogen gebruiken, waarna met toestemming van Oranje, besloten wordt vlak buiten Haarlem een houten noodkerk te bouwen waarin gedurende de winter gepreekt kan worden. Op 12 oktober roept het stadsbestuur van Haarlem de rijkdom van de stad bijeen om de bouw van deze noodkerk te bespreken.
In januari 1567 bereiken verschillende brieven van de landvoogdes de Haarlemse vroedschap waarin zij protestantse activiteiten die verder gaan dan preken buiten de stad in niet mis te verstane bewoordingen verbiedt. Ook wordt de komst van de koning met een leger aangekondigd.
Na ontvangst van deze brieven tracht het stadsbestuur de sporen van de betrokkenheid van Haarlemse burgers bij de bouw van de noodkerk en de daarin gehouden diensten zoveel mogelijk uit te wissen.
De vier burgers worden begin maart 1567 door het Hof gearresteerd, hoewel hen onofficieel bescherming wordt toegezegd door het stadsbestuur. De bouwers van de noodkerk hebben immers vooraf een geschreven akte van het stadsbestuur verlangd, waarmee zij eventueel later kunnen bewijzen dat zij in opdracht gehandeld hebben. Zij hebben deze akte nooit gekregen, omdat het stadsbestuur het te riskant vond dit soort dingen op papier te zetten. Het stadsbestuur krijgt echter wel gedaan dat zij niet door het Hof berecht worden. De predikant uit Emden zoekt haastig zijn toevlucht in Oost-Friesland.
In april sluiten de burgemeesters de noodkerk. Deze maatregel heeft, gezien de dreigende toestand, de instemming van de leiders van de gereformeerden en hun predikant. Het stadsbestuur tracht de burgers die bij de bouw van de noodkerk betrokken zijn geweest te beschermen met de verklaring dat het zelf de bouw heeft voorgesteld, om te voorkomen dat in Haarlem, zoals elders, kerken opengebroken zouden worden. De bemoeienis van Hans Colterman, voor het verwerven van een vaste predikant, wordt in datzelfde licht gepresenteerd.
Op 24 juli 1568 worden de vier burgers door de Haarlemse schepenen tot openbare boetedoening en betaling van de proces- en gevangenschapskosten veroordeeld. Michiel de Wael wordt een jaar, de anderen zes maanden binnen Haarlem gebannen. Als de Raad van Beroerten in het najaar van 1568 het onderzoek naar de troebelen voortzet, zijn zij ondergedoken of de stad ontvlucht.
Illustratief is ook het incident waarbij Michiel de Wael betrokken is. Hoewel Michiel de Wael, als een van de bouwers van de noodkerk, door de Raad van Beroerten bij verstek is veoordeeld en is gevlucht in de zomer van 1568, verblijft hij in mei 1570 in Haarlem. Foppens arresteert de Wael, die zich tevergeefs met een vuurwapen probeert te verzetten en sluit hem op in de gevangenis.
Zijn kloeke echtgenote, Guerte Engbertsdr., probeert, geholpen door verontwaardigde stadsgenoten, hem met een ladder te bevrijden. Zij is de zus van Brecht Engbrechtsdr., de vrouw van Pieter Janszoon Kies. Als zij probeert het zolderraam te bereiken wordt zij door de schoutsdienaren naar beneden "geschuldt" (HJ 1956, blz 38).
Michiel de Wael wordt bevrijd en hij ontvlucht.
De schout arresteert Guerte Engbrechtsdr. Foppens confisceert haar goederen en legt beslag op de inventaris van het kantoor van het echtpaar de Wael. Dit alles nog vóór een vonnis gesteld is en ondanks dat een neef van Guerte zich borg heeft gesteld. Familie en vrienden komen haar te hulp en zorgen voor rechtskundige bijstand. Als Foppens eist dat Guerte op de pijnbank verhoord wordt, wijst de schepenbank dit van de hand (HNR, blz 38).
Het duurt meerdere maanden voordat het de "naeste vrunden en magen" van Guerte lukt haar tegen borgstelling vrij te krijgen. Deze borgstelling wordt betaald door twee familieleden. Dat niet Geertruyt's broer of zwager voor haar in de bres springen heeft te maken met het feit dat haar broer in Leiden woont terwijl Pieter Kies is ondergedoken. Kort na haar gevangenschap overlijdt Guerte.
De schout zoekt steun bij Alva en bij de door hem in plaats van Oranje benoemde stadhouder Bossu. Foppens klaagt tot in Brussel toe dat het stadsbestuur hem niet helpt bij de vordering van de geconfisceerde goederen. Hij gaat in appel tegen de uitspraak van de Haarlemse schepenbank. Het Haarlemse stadsbestuur besluit een proces tegen Foppens aan te spannen. Zij zijn vastbesloten hem kwijt te raken.
Inderdaad lukt het de stad zich te ontdoen van haar schout. Hij wordt in het voorjaar van 1571 door het Hof van Holland van zijn functie ontheven. Hij wordt vervangen door de eveneens katholieke schout Adriaan van Dordrecht (HNR, blz 39).
Op 24 juni 1572 op Sint Jansdag, in de morgens om vijf uur komen Pieter Janszoon Kies en Michiel de Wael vanuit Leiden (BLH, blz 166 en LBN 1e deel, blz 146: verhaal van der Werff en de mede uit Leyden komende Pieter Kies) met een schuit, onder de Langbrug door, Haarlem binnen. Omdat zij lange tijd in het buitenland zijn geweest, roepen de burgers die bij de brug de wacht hebben naar de schipper dat hij aan moet leggen, maar al moedig doorvarende zeggen ze "wij zijn Pieter Kies en Michiel de Wael". Als de wet en de raad van de stad dit te horen krijgen, worden Pieter en Michiel op het stadhuis ontboden. Daar wordt hun, zeer vriendelijk doch dringend, verzocht nog ongeveer 14 dagen weg te blijven. Daarop antwoorden zij "wij zijn nu lang genoeg uit de stad geweest, een ander die graag weg wil mag gaan. Wij willen nu graag blijven, want wij als commissie van de Prins weten genoeg om koren en proviand en andere noodzakelijkheden te krijgen" (MB,blz 4).
Op 27 juni komen meester Gerrit van Berkenrode, Hans Colterman en Jacob Gerritszn de Jonge de stad binnen alwaar zij Pieter Janszoon Kies en Michiel de Wael ontmoeten (MB, blz 4-6). Zij komen met geloofsbrieven van de Prins als diens "commissarissen", en met brieven van Diederik Sonoy, de gouveneur van het Noorderkwartier, die kennelijk een soort ultimatum inhouden (BH, blz 17).
"so hebben sy haer commissie die sy van den Prince van Oranjen hadden, in date den lesten april 1572 te werk gesteld, ende haere brieven van de gouverneur Sonoy overgeleverd aende Magistraeten, versoekende daer op antwoorde, dan en kregen voor eerst geen antwoorde na haeren sin, niettemin sy bleven aldaer in der stad" (BLH, blz 166).
Van Berkenrode, Colterman en Kies verwerven als gemachtigden van de Prins in de stad veel aanhang "Tot Haarlem, pooghden Geeraart van Berkeroode, Hans Kolterman, en Pieter Kies, uit krachte van gelyken last van den Prince, de zaaken met orde, te doen swaayen, zich richtende, te dien eynde, aan de Ooverheit. Deeze, afkeerigh in 't eerst, en meenende hun een voordeel af te zien (NH, blz 238).
zie http://www.molair.nl/am-cd/cd700.html
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Michiel Jacobszn. de Wael | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Anna Coensdr. Hasselaer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.