Hij is getrouwd met Marrigje Reijers.
Zij zijn getrouwd.
GEERLOF CORNELISZ. KEMP, geb. Land van
Stein ca. 1521,17 boer op Blokland, schepen van Blokland (1571-
1589),
18-20 overl. aldaar tussen maart en juni 1594,21, 22 tr.
MERRIGJE REIJERSDR. overl. Blokland 24-4-1609,24 dochter
van Reijer Bastiaensz. van IJsselstein en Marrigje Stevensdr.
Schinkel.
Hoewel Geerlof schepen is, kan hij kennelijk niet schrijven want hij ondertekent met een
kruisje.18 19 Hij pacht de hofstede met zestien morgen land op Blokland die eerder eigendom van
zijn vader was.22, 25 De pacht gaat na zijn dood over op zijn weduwe22 en voor 1599 op zoon
Cornelis.25 Een klein stukje verderop langs de Blokdijk kopen Geerlof en zijn vrouw in 1588 een
halve hoeve (acht morgen) eigen land.23 Deze halve hoeve vererft later op zoon Bastiaan die de
andere helft pacht.25 De familie, als eigenaar van de ene helft, steggelt nog tot 1675 met de
opeenvolgende eigenaren van die andere helft over de grootte van hun deel: in diverse akten
variëren beide helften van acht tot tien morgen.7, 23, 26, 27, 28, 29
De genoemde hofsteden van zoons Cornelis en Bastiaan liggen bijna naast elkaar, slechts
gescheiden door één andere hofstede, ook van zestien morgen.22, 23, 25 Deze hofstede wordt
gepacht door Willem Geerlofsz. Kemp, in sommige jaren samen met Cornelis Geerlofsz.
Kemp.25, 30 Dat deze drie naast elkaar wonende
31 Geerlofszonen Kemp werkelijk broers zijn
wordt bevestigd als Cornelis en Bastiaen als ooms getuigen bij het huwelijk van Willems
zoon.32 33 Geerlofs weduwe en haar kinderen bezitten in 1596 ook land op Heeswijk.34 Op de
lijst van 1599 vinden we op Heeswijk alleen Merrigje Geerlofs Kemp als eigenaresse van drie
morgen.2S Omdat de opsteller van deze lijst weduwen expliciet als zodanig benoemt, zal deze
Merrigje niet Geerlofs weduwe zijn maar zijn dochter. Dat wordt bij de beschrijving van haar
gezin (zie III-4) verder bevestigd, niet in het minst omdat we de drie morgen bij haar terug
vinden.
Geerlofs vrouw wordt alleen bij haar voornaam genoemd. Haar afkomst blijkt uit een
akte, waarin ze in 1605 als Geerlofs weduwe met haar patroniem (Reijersdr.) wordt vermeld als
mede-eigenaresse van land op Heeswijk, samen met Joris Bastiaensz.35 Deze Joris had een
inmiddels overleden broer Reijer.36, 37 Als die Merrigjes vader was en Joris dus haar oom is,
kunnen zij het land samen geërfd hebben. Dat wordt bevestigd in 1628, na haar dood. In mei
van dat jaar eist Merrigjes bij Geerlof Kemp verwekte zoon Cornelis namelijk voor het gerecht
betaling van een tegoed waarop 'Geerlof Kemp zijn schoonvader' recht had.38, 39 Eén maand
later transporteert Steven Reijersz. van IJsselstein als erfgenaam van zijn broer Bastiaen
Reijersz. van IJsselstein een stuk land aan Cornelis en een rentebrief aan diens schoonzoon
Willem Jansz. van de Poel.40 Vermoedelijk was de nalatenschap van Bastiaen Reijersz. van
IJsselstein dus vererfd op diens broer Steven en zus Merrigje, de weduwe van onze Geerlof
Cornelisz. Kemp, waarna Merrigjes zoon Cornelis haar aandeel opeiste en kreeg. Deze broers
Steven en Bastiaen waren zoons van Reijer Bastiaensz. en Marrigje Stevensdr. Schinkel.
41
Merrigje moet dan hun dochter zijn. Dit alles wordt bevestigd door de vernoeming van haar
kinderen Bastiaen en Merrigje en doordat Joris Bastiaensz. in 1623 borg staat voor Merrigjes
zoon WilIem.
42
Geerlof en Merrigje zullen ook een zoon Reijer hebben genoemd, naar Merrigjes vader. Een
Reijer Geerlofsz. komt echter in de archieven van Montfoort en Blokland niet voor, mogelijk
omdat hij in tegenstelling tot zijn broers geen boer aldaar is geworden of relatief jong is
overleden. Echter, een Jan Reijersz. Kemp treedt in 1647 enkele malen op als schepen van
Blokland, zowel voor het gerecht van Blokland44 als dat van Montfoort.45 Verder komt Jan in de
archieven niet voor. Wél leven in dezelfde tijd in Blokland de jonge volwassenen Jan Reijersz.
RoeIen / Vos en Jan Reijersz. Back die daar later ook schepen worden. Het lijkt niet
waarschijnlijk dat de secretarissen in Blokland én Montfoont hen abusievelijk Kemp zouden
hebben genoemd. De in 1647 genoemde Jan Reijersz. Kemp moet dan wel een zoon zijn van
deze onbekende Reijer Geerlofsz., die kennelijk wel volwassen is geworden. Dat Jan schepen
werd, ligt dan voor de hand: ook Geerlofs zes andere kleinzonen in Blokland werden schepen
(zie IV-2, IV-4, IV-6, IV-7, IV-8 en IV-10)
Uit dit huwelijk:
1. BASTIAEN GEERLOFSZ. KEMP, volgt III-I.
2. WILLEM GEERLOFSZ. KEMP, volgt III-2.
3. CORNELIS GEERLOFSZ. KEMP, volgt III-3.
4. MERRIGJE GEERLOFSDR. KEMP, volgt III-4.
5. REIJER GEERLOFSZ. KEMP, volgt III-5.
Uit: Bob Kemp, Utrechtse parentelen, p. 157
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Geerlof Kemp | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Marrigje Reijers | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.