In 867 staat Lothar II de Elzas af aan Lodewijk II 'de Duitser', om zijn gunst met betrekking tot de erfopvolging van zijn zoon Hugo (II) te verwerven. Hugo (II) mag zich dan hertog van Elzas noemen, maar hij is ondergeschikt aan Lodewijk II. Hugo (II) van Elzas is zo de opvolger van overgrootvader hertog Hugo (I) van Elzas In een laatste poging paus Hadrian II gunstig te stemmen reist Lothar II in 869 naar Rome. Het resultaat is dat Lothar II mag scheiden. Tot een huwelijk met Waldrada komt het echter niet, want Lothar II sterft op de terugreis in Piacenza. Uit deze huwelijksperikelen blijkt dat de kerk steeds grotere invloed op het huwelijksrecht krijgt. Alleen door de kerk goedgekeurde huwelijken zijn legaal. Overigens is de afkomst van Lothar II's illegale vrouw Waldrada een groot raadsel. Een Hollands getinte oplossing is dat zij de dochter van Radboud IV van Friesland zou zijn. Als dat zo is dan zou zij van (koninklijke) Friese bloede zijn en tevens oud-tante van Waldger III van Teisterbant, de moordenaar van hertog Eberhard (I). Daarnaast bestaan er theorieën over een afkomst uit het Maas-Moezelland of uit de Etichonen-familie.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.