Hij is getrouwd met Wijnanda Catharina Neijzen.
Zij zijn getrouwd op 31 mei 1863 te Monnickendam, hij was toen 25 jaar oud.
Elders op GeneaNet
M Hendrik Hein
(Hendrik Cobelens)
Burgerlijke staat Burgerlijke staat
* Geboren op 3 juni 1837 - Monnickendam
* Overleden op 24 mei 1903 - Monnickendam , leeftijd bij overlijden: 65 jaar oud
Ouders Ouders
* Hendrik Cobelens (Coblens) 1796-1873
* Alida Andries Dijkstra 1798-1867
Huwelijken en kinderen Huwelijken en kinderen
* Gehuwd op 31 mei 1863, Monnickendam, met Wijnanda Catharina Neijzen 1839-1905, en hun kinderen:
o Hendricus Hendrik Cobelens 1864-1937
o Catharina Johanna Cobelens 1865
o Pieter Cobelens 1868-1944/
o Christophorus Stof Cobelens 1871-1955
o Johanna Elisabeth Anne Cobelens 1873-1952
Notities
NOTE: timmerman.
Uit het boek: Van Monnickenwerk tot parochiekerk, de geschiedenis van de Nicolaas- en Antoniusparochie te Monnickendam...
(pag 86) "Pastoor Mols en het zangkoor, het revolutiejaar 1860.
Reeds bij zijn aankomst in Monnickendam ontdekte pastoor Mols bij een groot deel van de parochianen en vooral bij de jongelui een geest van ongodsdienstigheid, minachting voor en verzet tegen de pastoor, een neiging om hem te tergen, ja, een soort verwildering, die hem in zijn pastorale werk belemmerde. Deze houding openbaarde zich vooral bij enkele leden van het zangkoor. Vier raddraaiers stonden centraal hierin: Pieter Neijzen, zijn zonen Arie (Arnoldus) en Willem Neijzen Hein (Hendrik) Cobelens (zijn latere schoonzoon), Jan Dekker en Gerrit van Kleef. Zij vormden samen met nog enkele anderen een club, die steeds erop uit was om allerlei oneerbiedigheden in de kerk te veroorzaken, waardoor verscheidene parochianen niet meer naar de vesper gingen...Nadat de pastoor de koorzangers terecht had gewezen op hun gedrag, grepen enkele onder hen dit aan om het koor geheel en al in de war te brengen; onder de mis zongen zij niet mee met het koor, maar wel met de priester, en tergend genoeg, onmiddellijk nadat de pastoor hen gewaarschuwd had. Vooral onder de vesper ging het er pesterig aan toe; dan gingen ze achter in de kerk staan om door geschreeuw en geblèr het koor en de parochianen te storen, om maar van andere dingen te zwijgen. Hun kwaadaardigheid ging zo ver, dat zij de zangboeken van het koor uit de kerk meenamen, waardoor er niet gezongen kon worden en tijdens die gedwongen stille mis de pastoor voor schandaal werd gezet."
De pastoor kreeg toestemming van de bisschop om alle leden van het zangkoor te ontslaan en het iedereen te verbieden om mee te zingen in de kerk. Een nieuw zangkoor, zonder de raddraaiers, zou worden samengesteld.
"...Stoffel Cobelens (Christoffel, broer van Hein Cobelens, de latere schoonzoon van Piet Neijzen) gaf aan de pastoor te kennen dat Willem Neijzen (zoon van Piet) bij hem aan huis was geweest om hem over te halen het orgel niet meer te bespelen, omdat de pastoor gezegd zou hebben, dat de profundus wel op een straatdeuntje leek. Bovendien vertelde hij dat de toegang tot het zangkoor geforceerd was door Jan Dekker, Piet Neijzen, Hein Cobelens en Gerrit van Kleef, die na de ontbinding van het koor, niet herbenoemd waren (Jan Dekker was zelfs noot lid geweest van het koor). Andere koorzangers verklaarden dat Piet Neijzen de psalm had meegezongen, dat Willem Neijzen en Gerrit van Kleef ook het vorig jaar reeds oproerig en oneerbiedig geweest waren in de kerk, door op het koor tabak te pruimen en de pruimen over de balie de kerk in te gooien, waardoor Jan van Galen geraakt werd. Deze had na de kerk geredetwist met de koorzangers en met Gerrit van Kleef gevochten. Bij deze aangelegenheid was vader (Piet) op het koor tegenwoordig zonder zijn zoons te berispen.
Ook Piet Neijzen gaf gehoor aan de oproep van de pastoor een verklaring af te leggen. Hij zei dat hij zich nooit met de pastoor zou verzoenen, omdat hij bij de pastoor toch geen goed kon doen. Hij had een brief bij zich die in een keurig handschrift was geschreven, waarin hij verklaarde onschuldig te zijn. "God is alwetend en die is van mijn onschuld bekend. Moge de goede God geven dat degenen die mij van het koor hebben uitgesloten, niet hierna de hemel gesloten zien".
Op 9 juli 1860 schreef de bisschop een brief die op 17 juli door de deken van Purmerend, onder doodse stilte, werd voorgelezen in de kerk te Monnickendam en die bedoeld was voor alle parochianen, ook voor Pieter Neijzen, de voornaamste man van deze treurige geschiedenis, die op dat moment achteraan bij de kerkdeur stond.
Piet Neijzen was daarna naar de bisschop geweest en had hem beloofd zich met de pastoor te verzoenen en zijn beide zonen ook daartoe over te halen. Eindelijk na ruim vier maanden kwam er een einde aan het oproer van enkele koorzangers.
Het jaar daarop verplaatste de bisschop van Haarlem de pastoor naar Leimuiden. Hij had door zijn ontactisch gedrag de koorzangers tegen zich in het harnas gejaagd en dat had men hem niet in dank afgenomen.
Elders op GeneaNet
M Hendrik Hein
(Hendrik Cobelens)
Burgerlijke staat Burgerlijke staat
* Geboren op 3 juni 1837 - Monnickendam
* Overleden op 24 mei 1903 - Monnickendam , leeftijd bij overlijden: 65 jaar oud
Ouders Ouders
* Hendrik Cobelens (Coblens) 1796-1873
* Alida Andries Dijkstra 1798-1867
Huwelijken en kinderen Huwelijken en kinderen
* Gehuwd op 31 mei 1863, Monnickendam, met Wijnanda Catharina Neijzen 1839-1905, en hun kinderen:
o Hendricus Hendrik Cobelens 1864-1937
o Catharina Johanna Cobelens 1865
o Pieter Cobelens 1868-1944/
o Christophorus Stof Cobelens 1871-1955
o Johanna Elisabeth Anne Cobelens 1873-1952
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Hendrik Hein Cobelens | ||||||||||||||||||
1863 | ||||||||||||||||||
Wijnanda Catharina Neijzen | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.