Hij is getrouwd met Alveradis van Heusden.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Ridder; 1e heer van Brederode; drost van Holland; hij komt voor van 1205-1231.
Dat Dirk Drossaard de eerste heer van Brederode was, vond men bevestigd in de kroniek van de
monnik Wilhelmus Procurator, die kapelaan op het kasteel Brederode was geweest en tussen 1322 en
1332 zijn kroniek neerschreef (Uitgave door Mr. C. Pijnac ker Hordijk in de Werken, uitgegeven
door het Historisch Genootschap te Utrecht, 3e serie, no 20, Amsterdam 1904).
Men heeft wel eens verondersteld, dat Dirk Drossaarden Willem van Teijlingen onwettige zonen
waren van de Hollandse graaf Willem I, overl. in 1222, doch hiervoor ontbreken alle bewijzen.
Hij wordt vermeld in Hollandse oorkonden van 1205 tot 1231 als miles en nobilis homo, in 1226
vermeld als dapifer (= drossate = spijsdrager, hem was de lichamelijke zorg van de grafelijke
hofhouding toevertrouwd, benevens het bestuur over alle voo rtbrengselen der grafelijke goederen,
welke tot dit doel moesten dienen).Ned. Leeuw 1926 kol. 234:
Heer Dirc, broeder van heer Willem van Teylingen, wordt door de Procurator als eerste heer van
Brederode vermeld; hoewel geen oorkonde hem die titel geeft, is er geen reden om te twijfelen aan
de verzekering van deze kroniekschrijver, dat reeds he er Dirc het bij Velsen gelegen goed bezat.
Hij komt van 1205 tot 1231 in de oorkonden voor, als miles en nobilis homo, en een stuk van 1226
noemt hem dapifer. Dit laatste woord, dat letterlijk spijsdrager betekent en in het
middel-nederlands drossate luidde, duidt een hofambt aan. Deze dig nitariswas de lichamelijke
zorg van de gehelehofhouding (familia) toevertrouwd, benevens het bestuur over alle
voortbrengselen der grafelijke goederen, welke tot dit doel moesten dienen. Zijn kring van
bevoegdheid was dus zeer uitgebreid, zodat drossate zelfs de naam werd van de plaatsvervanger van
de landsheer. Natuurlijk is het niet meer na te gaan, welke de juiste bevoegdheden van heer Dirc
aanhet grafelijk hof waren, maar wij mogen veilig tot het besluit komen, dat hij zelf een hoogst
aanzienlijk man was. Zijn zegel is niet tot ons gekomen.
De Procurator geeft hem tot echtgenote Alverade, dochter van de heer van Heusden, die hem minstens
drie zoons baarde; het is onzeker of zijn dochter de burggraaf vanKeizersweerd huwde (zie:
Pijnacker Hordijk in zijn uitgave van de Procurator, bl . XXIII).
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.