Hij is getrouwd met Maria van Avesnes.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Hij was ridder; heer van IJsselstein (1344); heer van Oudshoornen Aarlanderveen; bisschoppelijk
raad (1325); raad van de graaf van Holland (1358); schout van Amersfoort en de Eem. Hij is
overleden na de vermelde datum en < 5 apr 1363.
26.7.1310: Willem, graaf van Holland, geeft zijn nicht Maria, vrouw van Arnold van IJsselstein,
als huwelijksgift in leen de goederen die Hendrik van Harmelen toebehoorden, nl. te Upburen op
het Oudeland 62 morgen land met het halve gerecht van Up buren, de helft van het gerecht en de
tienden van Haanwijk en Bijleveld en de tienden in Brooidijk en Geernaarscop, 32 morgen op
Brooidijksveld, 24 op bijleveld, 36 op Bredeveld en verder alles wat hij in het Sticht en in
Holland bezeten mag hebben.
20.8.1314: Willem, graaf van Holland, beleent Marie, vrouw van Arnold van IJsselstein, met de
verbeurde bezittingen van Jan van Kamerik, gelegen in het land van Woerden, bij kinderloos
overlijden van haar te versterven op haar zuster Alijd, vrouw van Otto van Heukelom.
28.11.1316: Guy, bisschop van Utrecht, beleent zijn dochter Marie, vrouw van Arnold van
IJsselstein, ridder, met de goederen, die wijlen Egbert van den Bosch van de heren van Amstel
hield, als leen van hem, Guy, en de heren van Amstel, bij kinderl oos overlijden te versterven op
haar zuster Alijd, vrouw van Otto Ottensz., van Asperen, met welk goed de beide zusters
gezamenlijk Lijsabeth, zuster van Egbert, belenen.
17.12.1317: Jan, heer van Amstel, knaap, geeft aan heer Arnold van IJsselstein, ridder, samen met
zijn vader, de heer van IJsselstein, het goed, dat deze van hem in leen houdt, nl. het gerecht en
tienden van Benschop en Polsbroek en al wat heer Ar nold van Amstel in leen hield van Jans vader.
30.5.1321: Schepenen van Oudewater oorkonden dat Hendrik Dapper beloofd heeft heer Arnold van
IJsselstein, ridder, en zijn vrouw Marie, elk jaar 6 pond erfpachtte betalen voor de hoeve in
Hedekendorp.
5.2.1323: Hendrik van Harmelen Hendriksz. en zijn broer Wouter verzoenen zich met heer Gijsbert,
heer van IJsselstein, zijn zoon heer Arnold en verdere kinderen, waarbij zij ten behoeve van heer
Arnold afstand doen van alle gerecht, land en visser tussen IJsselstein en de Dam, het gerecht
en tienden op Bijleveld, Brooidijksveld en in Gerverscop in hetkerspel Harmelen en het goed, dat
de leenmannen van hun vader aan heer Arnold verzocht hebben, alles, uitgezonderd hetgeen deze aan
Alfer Hubrechtsz. in leen heeft gegeven. Op 1 augustus van datzelfde jaar doet Hendrik van
Harmelen, knaap, afstand van aanspraken op zijns vaders goed, dat de graaf van Holland aan heer
Arnold van IJsselstein en zijn vrouwMarie heeft geschonken, in ruil waarvoor hij door hen
erfelijk beleend wordt met een hoeve land, groot 24 morgen op Bijleveld, 40 morgen in Bredeveld
en 3 morgen in Willems Gotenland, alle in Harmelen, terwijl hij belooft zijn zuster Margriet,
vrouw van Willem Woenzel, hiervan een kwart te geven als boete voor wanverzoek van goederen, die
hij van zijnvader hield.
2.11.1328: Elias van Woudenberg, knaap, geeft aan heer Arnold van IJsselstein, ridder, mede uit
naam van zijn vrouw Agnes, het goed Emelaar. Op 30 november van datzelfde jaar wordt dit mede
bevestigt door de andere kinderen van heer Jan van Wouden berg, de (half)broers van Elias
voornoemd, nl.: Wouter, Hendrik, Philip en Jan van Woudenberg.
12.11.1328: Jan, bisschop van Utrecht,beleent heer Arnold van IJsselstein, ridder, met een erf
aan de Geijn, afkomstig van Gelis, heer Hendriksz. van den Geijn.
3.2.1331: Het kapittel van St. Jan te Utrecht geeft aan Arnold van IJsselstein, ridder, en zijn
vrouw Maria, voor hun leven een huis met erf, gelegen binnen de immuniteit bij de campus St. Jan,
op voorwaarde, dat bij de dood van eenvan hen de and er jaarlijks 4 pond zwarte tournooizen uit
het huis zal betalen voor het
houden van een memorie, terwijl na de dood van beiden het kapittel de beschikking over het huis
krijgt en de totale opbrengst ervan zal besteden voor een jaarlijkse memorie voor beiden.
21.4.1332: Wouter Gerrit Simonsz. van der Goude, knaap, belooft heer Arnold van IJsselstein,
ridder, schadeloos te houden van zijn borchtocht voor 100 pond zwarte tournooizen, verschuldigd
aan Gijsbert Faliën, burger te Amersfoort.
15.12.1333: Mechteld, vrouwe van Woudenberch, en Maria van IJsselstein, doen uitspraak betreffende
een schuld, groot 30 pond zwarte tournooizen, die Jan van Wijc heeft aan heer Arnold van
IJsselstein, in die zin, dat Jan van Wijc voor 30 pond ee n stuk land zal kopen, dat hij van heer
Arnold in leen zal houden.
11.1.1334: schout en 'gemene malen' van Wede en Emminclaar, oorkonden dat Hendrik van Wede en zijn
vrouw Geertruid aan heer Arnold van IJsselstein hebben gegeven 2 hoeven te Wede, behoudens
verscheidene losrenten daaruit.
12.8.1334: Jan, bisschop van Utrecht, beleent heer Arnold van IJsselstein, ridder, met 5 morgen
land in de Does in het kerspel van Werconde, hem opgedragen door Elias van Werconden de Oude.
23.10.1334: Jan, bisschop van Utrecht, verklaart dat met zijn toestemming, zijn dienstmannen te
Leusden een hoeve wild land tussen Badenvoorde en de Treek aan de beek hebben getransporteerd aan
heer Arnold van IJsselstein, ridder.
16.9.1336: Jan, bisschop van Utrecht, beleent heer Arnold van IJsselstein, ridder, met 3 hoeven
land in het gerecht van Rijsenburch, tussen Wolfsgrave en Oostbroek, hem opgedragen door Jan van
Rijsenburch, knaap . Op zijn beurt, beleent een dag la ter Arnold van IJsselstein, ridder, zijn
neef Jan van Rijsenburch, met hetzelfde goed.
26.5.1337: Hubert van Budel, pastoor van de Buurkerk te Utrecht, verklaart van heer Arnold van
IJsselstein, ridder, 28 pond zwarte tournooisen ontvangen te hebben, in mindering van de 500
pond, door Arnold aan de bisschop verschuldigd.
29.11.1339: Jan, bisschop van Utrecht, oorkondt dat Rijcout Everardsz. van den Bosch en Arnold
Willemsz. van den Bosch aan heer Arnold van IJsselstein, ridder, het goed ten Bossch, gelegen in
de maalschap van Emminclaer, verkocht hebben.
14.1.1340: Gijsbert van Winninglaar en Gijsbert Loedene Gijsensz. schelden heer Arnold van
IJsselstein, ridder, en zijn borgen, 36 ponden zwarte tournooizen kwijt in mindering van 100 pond
en de resterende 64 pond ingeval van panding binnen zekere termijn van 28 pond groten tournoois
op hun borgen, Wilger Zoetensz., Pouwels van den Zande en Gerrit Bierdranker.
6.2.1340: Voor schout en buren van Stoutenburch, beloven Rijcout Gerrit Kelaarsz. en zijn moedere
Wonne heer Arnold van IJsselstein, ridder, binnen het jaar het goed te Middelaar op te dragen
voor het hof, waaraan het cijnsplichtig is. Zulks gebeurt nog diezelfde dag, behoudens het recht
van Jan Scilaart op genoemd goed.
10.3.1340: In opdracht van Zweder, heer van Abcoude, beleent Jan, bisschop van Utrecht, heer
Arnold van IJsselstein, ridder, met het halve gerecht en de halve cijns van Jutphaes, gelegen
tussen de Rijn en de Maarnedijk.
24.5.1340: Jan, bisschop van Utrecht, verklaart de rekening van heer Arnold van IJsselstein van
het schoutambt van Amersfoort en Eemland sinds november 1338 afgehoord te hebben en hem, na
aftrek van 600 pond als bote voor de doodslag van Otte van Kattenbroek, 1.265 pond 10 schelling
en 8 penningen zwarte tournooizen schuldig te zijn, behalve de 4.000 pond, die hij hem reeds
schuldig was.
15.6.1340: Deken en kapittel van de kerk te Amersfoort geven heer Arnold van IJsselstein hun grote
en smalle tienden in de Duijst in erfpacht.
13.12.1340: Jan, heer van Arkel, optredende namens de graaf van Holland, als voogd en momber van
het Sticht, verklaart ontvangen te hebben van heer Arnold van IJsselstein de brieven de dato
2.4.1336, 18.11.1338 en 24.5.1340, hierin opgenomen , na aflossing van de pandschap van het huis
Stoutenburg met het
schoutambt van Amersfoort en Eemland.
6.3.1342: Hadewich, dochter van Willem heer Evertsz., vrouw van Hendrik de Wolf, oorkondt dat zijaan heer Arnold van IJsselstein, ridder, en zijn vrouw Marie, verkocht heeft al het goed dat zij
van de laatste in leen hield en dat haar door haar vader vermaakt was. Diezelfde dag nog draagt
Hadewich het goed op aan Marie van IJsselstein. Zulks wordt ook nog, op de zelfde datum, door
schepenen van IJsselstein bevestigt.
25.4.1342: Schout en schepenen van IJsselstein oorkonden dat Gerrit Weigergang de heer van
IJsselstein beloofd heeft, om in geen andere stad ter wereld burger te worden.
4.6.1342: Arnold van IJsselstein en schepenen van IJsselstein, oorkonden dat Arnold Holle en zijn
broer Bruijnis, kinderen van Willem Cochollen, een einde hebben gemaakt aan de oorvede, die zij
de heer van IJsselstein hebben gedaan naar aanleiding van de dood van hun vader.
20.3.1343: Hendrik van Harmelen en Nicolaes de Weldige oorkonden dat Willem heer Everard Jongenzn.
zijn dochter, jonkvrouwe Hadewich, vrouw van Hendrik Wolf, als huwelijksgift 3 viertel land in de
Hoge Biesen heeft gegeven, waarna vrouwe Marie, vrouw van Arnold van IJsselstein, haar daarmee
beleend heeft.
13.10.1343: Enige edelen doen, vanwege de graaf van Holland, uitspraak tussen Arnold van
IJsselstein en Ermgard, weduwe van Jacob Nanningsz., en haar kinderen, in die zin, dat heer
Arnold 71 pond tournoois aan de weduwe en een hengst aan haar zoon Jacob zal geven.
23.1.1344: Schout en schepenen van IJsselstein oorkonden dat heer Arnold, heer van IJsselstein, de
goederen van Hildegond, dochter van Brand van den Vene, bij schepenvonnis aan hem vervallen
verklaard, heeft opgeëist.
12.3.1344: Schout en schepenen van der Eem oorkonden dat Ermgard, weduwe van Jacob Nanningsz. en
haar schoonzoon Lamber Zalme heer Arnold, heer van IJsselstein, 71 pond hebben kwijtgescholden,
die de grafelijke raad in Holland aan Ermgard had toeg ezegd, op voorwaarde dat heer Arnold het
geld aan Jan, zoon van Peter Mouwerkin en Claes, zoon van Jacob Nanningsz., betaalt.
22.4.1344: Willem, graaf van Holland, beleent heer Arnold, heer van IJsselstein, met de burcht van
IJsselstein en het goed dat heer Arnold van Amstel van de grafelijkheid van Holland hield,
uitgezonderd 15 morgen land in Hoenkoop, voorts met het gerecht en de tienden in Benschop en in
Noord-Polsbroek, met het halve gerecht en de visserij in Oudburen, de hoge en lage heerlijkheid
van het land op de ene IJsseloever van Opburen tot Sneudelhoek en op de andere van de Oude Geijn
tot Fellenoord en in de IJssel, zoals heer Gijsbert, heer van IJsselstein, deze goederen hield.
14.8.1344: Schout en schepenen in de proosdij van St. Peter te Utrecht oorkonden dar Dirk Fekerdey
3 morgen aldaar aan heer Arnold van IJsselstein heeft overgedragen.
11.9.1344: Akte van bevestiging doorArnold, heer van IJsselstein, van zijn belening door graaf
Willem IV van Holland met zijn leengoed.
15.9.1344: Schout en landgenoten van Benschop oorkonden dat Roelof Spijker Willem Spijkersz. na
vonnis 4 morgen land in Benschop aan heer Arnold, heer van IJsselstein, heeft overgedragen.
16.12.1344: Arnold, heer van IJsselstein, en zijn vrouw Marie, geven hun dochter Catharine 2
hoeven land in Benschop, geheten het Hofland, 11 morgen aan de zuidzijde aldaar en 6 waarden in
de IJssel, waarvan één op de noordzijde van de IJssel naas t de Klinkhoeve, één, geheten de
Ganzekamp en één grenzende aan het
Hofland, alles als erfleen, losbaar binnen 2 jaar.
2.1.1345: Marie, vrouwe van IJsselstein, beleent Aleid, vrouw van Gijsbert Godschalks, met 5
morgen 2 hond land en met 3 ½ morgen, beide op het Oudeland beneden Eiteren, behoudens lijftocht
uit de 3 ½ morgen voor Ave Spijker Lamsz.
5.6.1345: Hendrik van Amstel, kanunnik van Onzer Vrouwen te Maastricht, verklaart van zijn neef
heer Arnold, heer van IJsselstein, ontvangen te hebben 6 brieven, afkomstig van Willem Ottensz, nl:
1) eenrentebrief van 30 pond jaarlijks uit de tol te Huesen
2) de uitspraak, gedaan door de heer van Kuijc, tussen Jan van Amstel en Arnold van Waly en Teunis
van Bininchen
3) een brief betreffende 94 morgen meent te Dreumel
4) een brief betreffende 80 pond uit het land te Dreumel
5) een vidimus van de tweede brief
6) een pandbrief van 50 pond voor de heer van Amstel ten laste van heer Herman van den Velde.
11.5.1346: Margaretha, keizerin van Rome, gravin van Holland, beleent Arnold, heer van
IJsselstein, met deburcht van IJsselstein, de stad en al wat heer Arnold van Amstel, zijn
grootvader, van haar voorvaders in leen hield, uitgezonderd 15 morge n in Hoenkoop, voorts met
het gerecht en de tienden in Benschop en in Noord-Polsbroek, het hoog gerecht van het land, zich
uitstrekkende op de ene IJsseloever van Opburen tot Snoedelhoek en op de andere van de Oude Geijn
tot Fellenoorde en in de IJssel.
26.8.1346: Margaretha, keizerin van Rome, gravin van Holland, bepaalt ten gunste van Maria, vrouwe
van IJsselstein, dat de heerlijkheden en goederen, die de heer van IJsselstein, haar man, en zij,
van de grafelijkheid houden, niet zullen versterven, zolang een wettig kind van haar leeft.
1.9.1346: Jan, bisschop van Utrecht, belooft Arnold, heer van IJsselstein, dat hij hem niet zal
hinderen in het bezit van de goederen, die deze in leen heeft van de grafelijkheid van Holland,
maar hem, wanneer de bisschop die goederen van Holland zou krijgen, belenen zal met slot en stad
van IJsselstein en de rechten op
de IJssel, voorts met wat er aan beide zijden van de IJssel ligt in het kerspel van IJsselstein,
zoals heer Arnolds voorouders dat hielden van de heer van Kuijc en deze van het Sticht, voordat
hij ze aan de grafelijkheid van Holland verkocht , en verder met gerecht, tienden, kerkgift en 32
morgen land in Benschop en gerecht en tienden van Polsbroek op de noordzijde, zoals zijn
voorouders die goederen hielden van het Sticht voordat ze, na de dood van bisschop Guy, aan de
grafelijkheid kwamen.
2.9.1346: Aleid, vrouwe van Asperen ener-, en Gerrit van Asperen, ridder, anderzijds, beloven dat
zij zich houden zullen aan de afspraak tussen hen gedaan betreffende de voogdij over de kinderen
van wijlen Otto, heer van Asperen en Hagestein, doo r heer Arnold, heer van IJsselstein, heer
Gerrit van (Heem?)stede, ridders, en IJsebout Diederiksz., klerk.
3.12.1346: Arnold, heer van IJsselstein, en zijn vrouw Marie, geven de priesters van de kerk te
IJsselstein verscheidene voorschriften betreffende de kerkdienst.
5.12.1346: Willem, hertog van Beieren, verbeider van Henegouwen en Holland, staat heer Arnold,
heer van IJsselstein, toe, dat hij als burgers van IJsselstein mag opnemen diegenen, die uit
Utrecht zijn verdreven, op voorwaarde van de eed van trouw aan de grafelijkheid en de heer van
IJsselstein.
13.1.1347: Gijsbert van den Bosch, knaap, erkent door zijn oom, heer Arnold, heer van IJsselstein,
uit gratie en niet rechtens beleend te zijn met 16 morgen land in den Broek achter Vreeswijk, 8
morgen in de Wierse, 6 morgen aldaar en 22 morgen bi j deNieuwe Dam, behoudens lijftocht,
bestaande uit de gehele opbrengst van dit goed, voor Arnold.
3.2.1347: Willem, hertog van Beieren, verbeider van Henegouwen en Holland, bevestigt de brieven
die heer Arnold, heer van IJsselstein, heeft van de graven van Holland en van zijn moeder, de
keizerin van Rome.
18.4.1347: Arnold, heer van IJsselstein, machtigt Hubert Wolf de Oude, om het land in Velderbroek
tussen de wetering en de Eem, dat Steven van Bouchout in leen placht te hebben, in vrije eigendom
te transporteren.
29.10.1347: Willem, hertog van Beieren, verbeider van Henegouwen en Holland, belooft heer Arnold,
heer van IJsselstein, ter beloning van zijn trouw in de Utrechtse oorlog, te zullen helpen tegen
zijn vijanden.
21.12.1347: Jan Simonsz. van Byzanten belooft heer Arnold, heer van IJsselstein, de hofstede
Byzanten, gelegen in de stad Dordrecht, te zullen geven om haar als onversterfelijk leen terug te
ontvangen en voor het geval dat de stad Dordrecht dit niet goedkeurt, een halve hoeve land in het
land van IJsselstein te zullen
kopen om daarmee beleend te worden, terwijl beide zich verbinden, niets te ondernemen tegen de
graaf van Holland, heer Willem van Duivenvoorden, heer van Oosterhout, en heer Jan van Polanen,
heer van de Lek.
25.1.1348: Kerkmeesters van IJsselstein verkopen met toestemming van heer Arnold, heer van
IJsselstein, aan Willem Molneven van Tule, het stuk land, waar de meidoorn op staat tussen zijn
huis naast het kerkhof en de Cogghensloot.
28.1.1348: Arnold, heer van IJsselstein, geeft een keur aan het land van IJsselstein.
2.3.1348: Arnold, heer van IJsselstein, geeft aan de priesters van de kerk van IJsselstein een
rente, groot 8 pond zwarte tournooizen jaarlijks, gevestigd op 4 morgen land in Benschop, tot het
houden van een wekelijkse gezonden memorie na zijn dood volgens inhoud van het testament van
wijlen zijn vrouw.
5.5.1348: Richter en schepenen van Rhenen oorkonden dat Albert van Rhenen 9 morgen land in
Velderbroek, tussen de Wetering en de Emede, in vrije eigendom heeft opgedragen aan heer Arnold
van IJsselstein, zoals Hubert Wolf die aan Albert van Rhenen had opgedragen met toestemming van
Arnold van IJsselstein.
18.7.1348: Arnold, heer van IJsselstein, beleent, op bevel van hertog Willem van Beieren, Jan,
heer van Culemborg, met de goederen die diens vader hield van de grafelijkheid van Holland.
24.11.1348: Gerard van Asperen, heer van Tull, ridder, vraagt op verzoek van zijn zuster, vrouwe
van Asperen, en haar kinderen, de heer van IJsselstein om teruggave van alle brieven, die deze
van wijlen de heer van Asperen en Hagenstein en zijn vrouw heeft.
24.11.1348: Aleid, vrouwe van Asperen, Hagenstein en Harpen, verzoekt heer Arnold, heer van
IJsselstein, de brieven over te geven, die hij van heer Otte, heer van Asperen en Hagenstein,
haar overleden vader, en vanvrouwe Aleid, haar moeder, heeft en die haar en haar zusters
toebehoren. Idem verzoekt Aleid Arnold, heer van IJsselstein, de brieven te overhandigen die
haarzelf, haar overleden man en haar kinderen toebehoren.
31.1.1349: De deken van St. Apostoli te Colonia beveelt alle geestelijken om de brief van pausClemens VI d.d. 5.10.1348, inhoudende een beschikking op een verzoekschrift van Arnold, heer van
IJsselstein, en gericht aan de proost en de deken va n St. Apostoli en de deken van St. Georgius
te Colonia en de commissie d.d. 24.1.1349, hem door de beide andere gedelegeerden gegeven, bekend
te maken en heer Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, voor hem te dagen. Op 25.8.1353 gelast de
deken van St. Apostoli te Colonia, door de paus gedelegeerd als rechter in appèl in de zaak
tussen Jan, bisschop van Utrecht, ener-, en heer Arnold, heer van IJsselstein, anderzijds, de
plebaan van S. upus te Colonia en alle notarissen van de Curia te Colonia om de bisschop tedagvaarden op verzoek van heer Arnold tot het afleggen van de eed op de smaad, hem aangedaan door
heer Arnold, inzage te nemen van de stukken van de vorige instantie en zijn eigen stukken van die
instantie over te leggen.
8.2.1349: Willem, hertog van Beieren, verbeider van Holland, verklaart dat de heer van IJsselstein
uit gunst en zonder daartoe verplicht te zijn heeft bijgedragen tot het dijken van de waden, die
in de Lekdijk gescheurd zijn.
1.3.1349: Willem, hertog van Beieren, verbeider van Holland, beveelt zijn onderzaten om de
geestelijken van de heer van IJsselstein, die de bevelen van de paus, gericht tegen de bisschop
van Utrecht, zullen overleggen, behulpzaam te zijn bij de uitvoering daarvan.
25.9.1350: Margriet, gravin van Holland, draagt de voogdij van de kinderen van heer Amelis van
Mijnden, ridder, haar leenman,op aan de heer van IJsselstein.
18.10.1350: Margriet, gravin van Holland, schenkt heer Arnold, heer van IJsselstein, tolvrijheid
voor zijn burgers van IJsselstein in haar landen.
10.11.1351: Arnold, heer van IJsselstein, beleent Claes Mugghe met 2 ½ morgen land aan de
noordzijde van de IJssel en met 3 morgen aldaar, die Claes hem opgedragen heeft, terwijl Claes
vrouw, Nelle, uit ditgoed haar erftocht krijgt.
30.1.1352: Willem Haeskainz. geeft 7 hond land in Benschop aan het gasthuis te IJsselstein of,
indien dit niet blijft bestaan, aan een stichting, aan te wijzen door de heer van IJsselstein.
7.2.1352: Jacob Loef van Ruwiel, knaap, belooft heer Arnold, heer van IJsselstein, 4 morgen land,
gelegen binnen 2 mijlen van de stad Utrecht te geven om er weer mee beleend te worden of hem 100
pond te betalen.
24.4.1353: Gijsbert, heer van Vianen en Goije, knaap, belooft heer Arnold, heer van IJsselstein,
om, ingeval zijn vrouw Beatrix kinderloos sterft, 10 ½ morgen 1 hond land in Hopenesse bij de
Nieuwendam en 4 ½ morgen in Benschop, geheten de Scoud e Viertel, haar als huwelijksgift gegeven
door heer Arnold, terug te geven.
15.6.1353: De notaris Johannes Wijnt instrumenteert dat Arnold de Slaper, pastoor te IJsselstein,
de ruil goedkeurt, gedaan door zijn voorganger, mr. Mourijs, met heer Arnold, heer van
IJsselstein, waarbij de laatste een hofstede kreeg, gelegen aan de stadsmuur op de oostzijde van
de kerk, waarvan hij het grootste deel
gegeven heeft tot uitbreiding van het kerkhof, een ander deel gehouden heeft voor de muur, waarvan
er nog een deel overbleef, waarop het huis staat, dat Willem Moelneve nu bezit.
23.4.1354: Arnold, heer van IJsselstein, geeft aan de priesters van de kerk van IJsselstein 16
hond land, geheten de Wit Akker, gelegen in het Oudeland, tussen de Hofkamp en Eiteren, tot het
houden van twee wekelijkse gezongen missen voor zijn vad er heer Gijsbert, heer van
IJsselstein.24.5.1354: De mannen van heer Arnold, heer van IJsselstein, oorkonden dat Arnold van
Liesveld de heer van IJsselstein uit geldgebrek een stuk land, gelegen op Hopenesse buiten de
Nieuwendam, geheten die Tule en leengoed, verkocht heeft. Hetzelfde wordt op die dag verklaard
door de schepenen van IJsselstein en
voorts dat de rentmeester, Oemkijn, Arnold van Liesveld betaald heeft.
15.8.1354: Hertog Willem van Beijeren, graaf van Holland, beleent heer Arnold, heer van
IJsselstein, met al het goed dat hij van de grafelijkheid van Holland en van zijn moeder,
keizerin van Rome, gravin van Henegouwen (en Holland), in leen hield.
10.5.1355: Burgemeesters, schepenen en raad van de stad Oudewater beloven heer Arnold, heer van
IJsselstein, geen IJsselsteiners poortrecht te geven, tenzij zij zich metterwoon in Oudewater
vestigen, terwijl zij hun burgers, die in zijn land wonen , vrij laten.
29.9.1356: Arnold, heer van IJsselstein, geeft ter ere Gods en van St. Ewald tot het stichten van
een altaar in het gasthuis te IJsselstein of elders, 4 morgen landin Polsbroek, 1 ½ morgen in
Benschop en 7 hond en 10 ½ hond in het Oudeland van IJsselstein.
25.1.1357: Coene van Oosterwijk Cusersz., knaap, belooft heer Arnold, heer van IJsselstein, 8
morgen land te kopen om er door hem mee beleend te worden.
15.3.1358: De proost van Arnhem doet uitspraak tussen de heer van IJsselstein c.s. ener- en heer
Willem Borren van Hemmen en meerdere van den Dorenweerd geboren magen van Otto van Kattenbroek
anderzijds, en beslist dat de heer van IJsselstein te n onrechte beweert voldaan te hebben aan de
zoen wegens de
doodslag op Otto van Kattenbroek gepleegd en veroordeelt hem om heer Willem Borren van Hemmen of
heer Beernt van den Dorenweerd 10 dagen lang 10 gewapende mannen ter beschikking te stellen.
25.3.1358: Albrecht, hertog van Beieren, ruwaard van Henegouwen, belooft heer Arnold, heer van
IJsselstein, evenveel te vergoeden voor elke dag dat hij in s lands belang van huis is, als zijn
broeder, hertog Willem, hem schriftelijk beloofd heeft .
20.8.1358: Albrecht, hertog van Beieren, ruwaard van Henegouwen en Holland, bevestigt alle brieven
die Aelbrechts vader, graaf Willem, zijn oom, graaf Willem, zijn moeder en zijn broer, hertog
Willem van Beieren, graaf van Henmegouwen en Holland , aan heer Arnold, heer van IJsselstein,
gegeven hebben.
14.3.1359: Albrecht, hertog van Beieren, ruwaard van Henegouwen en Holland, verklaart dat heer
Arnold, heer van IJsselstein, zijn raad, op zijn verzoek, maar zonder daartoe verplicht te zijn,
manschappen naar den Haag zal sturen voor de oorlog teg en de stad Delft.
14.9.1359: De pastoor van de parochiekerk in IJsselstein geeft zijn toestemming tot de stichting
van 6 kapellanieën in die kerk door heer Arnold van IJsselstein.
21.9.1359: Arnold, heer van IJsselstein, sticht in de kerk aldaar met toestemming van de rector, 6
kapellanieën voor 6 priesters, die persoonlijk moeten resideren en waarover hij het collatierecht
zal hebben en begiftigt ze met een aantal goederen en inkomsten tot het houden van memories voor
hem, zijn vrouw en zijn
kinderen, voor welke stichting hij de bevestiging vraagt van Jan, bisschop van Utrecht. Op
dezelfde dag bevestigt bisschop Jan deze stichting.
30.3.1360: Buren van Meerlo oorkonden dat Gijsbert de Potter, burger van Utrecht,en zijn vrouw
Aleid, tegen betaling afstand hebben gedaan van alle aanspraken op het land, dat Gijsberts
'sweer' Aernt van den Vene bezat, ten behoeve van heer Arnol d, heer van IJsselstein, opdat deze
zijn vrouw Aleid met 1/8 ervan zal belenen.
1.10.1360: Arnold, heer van IJsselstein, leen man van Utrecht, geeft de beneficianten van de kerk
te IJsselstein 7 morgen land in Opburen, 3 morgen op het Oudeland naast de kapel van Eiteren, 7
hond, 2 1/2, 2 en 4 morgen in Benschop en 8 hon d in Meerlo en bepaalt hoe de inkomsten daaruit
verdeeld zullen worden over de bovengenoemde personen benevens vicecureit en koster, die aanwezig
moeten zijn bij verschillende diensten voor de zielen van zijn vrouw en kinderen, waarbij zij
zich moeten houden aande brief, die de cureit heeft.
15.8.1361: De notaris Johannes Wijnt instrumenteert, dat Arnold, heer van IJsselstein, zijn
testament maakt, waarbij hij legaten vermaakt aan een aantal geestelijke instellingen.
5.12.1361: Kurstiaen van Tule en Roelof van Tricht, broeders, oorkonden dat hun broer heer Willem
van Tule, bij testament al zijn goed aan deze zijde van de Lek aan heer Arnold, heer van
IJsselstein heeft vermaakt en dat zij er afstand van doen evenals van de pachtsom van een tiend
te Oudekerk.
8.3.1362: Arnold, heer van IJsselstein, geeft als executeur van heer Willem van Tule, ridder, aande priesters te IJsselstein 8 hond land op de noordzijde van Benschop, om uit de opbrengst
daarvan elke maand 10 schellingen te besteden voor een memorie voor heer Willem. Van deze brief
wordt op 8.3.1362 door de
kapelaans van de heer van IJsselstein een vidimus gegeven.
23.5.1362: Arnold, heer van IJsselstein, beleent Florens van Dalem met 9 morgen land in Dalem,
geheten des Rovers Kinderland, zoals diens vader deze hield.
16.6.1362: Willem van Tuul en Gijsbert Hacke Willemsz., schepenen van Deijl, oorkonden dat
Corstiaen van der Moelen 7 morgen 1 hond en 2 morgen 5 hond land in Gellinchem verkocht heeft aan
heer Arnold, heer van IJsselstein.
25.6.1362: Priesters en kapelaans van heer Arnold, heer van IJsselstein, fundator van de kerk
aldaar, beloven niet zonder zijn toestemming onroerend goed, in het bijzonder niet in
IJsselstein, Benschop en Polsbroek, te zullen aanvaarden.
19.9.1362: Kapelaans van de abt van Eberach van de orde van Cystiaus verklaren dat zij van heer
Arnold, heer van IJsselstein, alle goed, boeken en ornaten terug ontvangen hebben, die de orde
vroeger naar Eiteren gezonden en aan wijlen heer Gijsbert van IJsselstein verpand had met
belofte, dat de abt zelve hem alle brieven en beloften, aan de orde gedaan, zal kwijtschelden.
1.12.(ca.1362): Schepenen en raad van Elburg beklagen zich bij heer Arnold, heer van IJsselstein,
over het in hechtenis nemen van twee burgers zonder een hun bekende reden, terwijl hertog Eduard
van Gelre hun heeft geantwoord geen andere rede te weten dan dat burgers van IJsselstein in
Brabant schade hadden gelden door lieden, die evenwel geen inwoner zijn van zijn hertogdom.
12.2.1363: Arnold, heer van IJsselstein, vermaakt verschillende voorwerpen aan zijn zes dochters
en andere familieleden.
12.2.1363: Arnold, heer van IJsselstein, maakt testamentaire beschikking voor zijn dienaren.
12.2.1363: Arnold, heer van IJsselstein, geeft aan de kapelaans van de kerk van IJsselstein 5 ½
hond land in Benschop op voorwaarde, dat zij jaarlijks van de inkomsten 10 schellingen zullen
geven aan de abdij Oudwijk, aan Vrouwenklooster, het klooster van St. Servaes endat van
Mariëndaal tot het doen van een memorie, terwijl voor de overblijvende 2 pond memories gehouden
moeten worden voor zijn zuster van Montfoort en voor Oartrijs(?).
Arnoud van Amstel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria van Avesnes | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.