Hij is getrouwd met Susanna Louwerina de Boer.
Zij zijn getrouwd op 27 mei 1885 te Dordrecht (zh), hij was toen 25 jaar oud.
Kind(eren):
timmerman. Won. Bleekersdijk 103 en Toulonselaan 64, Bloemstr. 1, Dordrecht (ZH) Uit de memoires
van J. Naaktgeboren: Dichtbij het ouderlijk huis van Johanna aan de Zuidendijk bevond zich een
clublokaal, Bethel genaamd. Jacobus van Dalen, een oom van Sander, was de leider van de
zondagsschool, die daar gehouden werd. Zo'n zondagsschool gaf op een bijeenkomst op zondagmorgen
godsdienstonderwijs aan kinderen van zes tot twaalf jaar. De zondagsscholen ontstonden in
Engeland, waar men op het eind van de achttiende eeuw scholen opende voor de straatjeugd en de in
fabrieken werkende kinderen, die op zondag vrijaf hadden. De opzet van het werk was aanvankelijk
vooral ingegeven door motieven van sociaal-pedagogische aard. Door de veranderende sociale
toestanden kwam in de tweede helft van de negentiende eeuw het accent meer uitsluitend te liggen
op de godsdienstige vorming van het kind. In Nederland ontstonden de eerste zondagsscholen in
1833. In 1865 werd de Nederlandse Zondagsschoolvereniging gesticht. Later ontstonden nog andere
dergelijke verenigingen, verschillend naar kerkelijke achtergrond en methodiek. In 1908 werkte
Johanna in Bethel als een van de drie assistentes van Jacobus van Dalen. Samen met Rika Gerritsen
en Jeannette Rijkhoek, twee meisjes die uit 'de grote stad' Dordrecht kwamen, was Johanna elke
zondag trouw present om mee te helpen met het bewaren van orde en rust in de grote klas. Ze
haalden de centjes voor de collecte op, overhoorden versjes en hielden de absentielijst bij. Het
ging er gedisciplineerd aan toe, de kinderen moesten er echt iets leren en het werd goed
bijgehouden wie er wel en niet aanwezig waren. Het geloof was voor haar toen al heel belangrijk.
Op de zondagsscholen werd natuurlijk ook aandacht aan de zending besteed. Er werd voor
gecollecteerd, kinderen kregen speciale spaarpotjes voor dit doel, voor scholen werden
schoolplaten met taferelen uit de zendingsarbeid in Indie vervaardigd en er waren ook diverse
kinderboeken over dit onderwerp geschreven. Zo gaf de Nederlandse Zondagsschool?vereniging te
Amsterdam 'Die zoekt, die vindt. Een zendingsverhaal door L. Kuperus' uit. Sprekend is ook de
titel 'Sadjem, het sloofje uit de Waroeng', een boek van A. van Dijk dat door het Zendingsbureau
te Oegstgeest werd verspreid. Een exemplaar ervan is te zien in het Volkenkundig Museum Nusantara
te Delft. De kinderen kregen te Bethel natuurlijk ook de bijbelse verhalen te horen en zongen
liedjes. Natuurlijk stond het leven van de Here Jezus in eenvoudige bewoordingen centraal. Hier
leerden de kinderen van de leiders dat Jezus Christus de meest wonderbaarlijke Persoon is geweest
die ooit op Aarde leefde, omdat Hij niet alleen de Zoon van God, maar God Zelf is. 'Daarom leeft
Hij nog steeds, ook al kunnen we Hem niet meer in een mensengedaante zien. Hij wil ook vandaag,
ook morgen, een persoonlijke band met ons aangaan. Hij nodigt ons uit om vriendschap met Hem te
sluiten, en Hem te aanvaarden als onze Redder en Verlosser. Met Hem bereiken wij het eeuwige
leven in de hemel; zonder Hem zijn wij gedoemd tot een troosteloos voortbestaan in de hel. Jezus
Christus is de enige Mens die de Dood - de Satan, de Heer der Duisternis - heeft overwonnen, door
drie dagen na Zijn kruisiging op te staan uit het graf. Door Hem kunnen ook wij opstaan uit een
zinloos, zondig leven, in een persoonlijk Pinksteren de doop met en de uitstorting van de Heilige
Geest ervaren en wedergeboren worden tot nieuwe mensen.' Voor het Kerstfeest dat in 1908 gehouden
werd, had Jacobus van Dalen aan zijn neef, Sander dus, gevraagd, of deze hem behulpzaam wilde
zijn met het vervoeren van de kerstboom vanuit de stad Dordrecht naar Bethel. Daar aangekomen
zetten ze de boom op en maakte Sander kennis met de drie meisjes, die zijn oom 's zondags
assisteerden. Nu hielpen ze mee om de boom gezamenlijk op te tuigen. Het werk was al aardig
opgeschoten, toen Johanna met koffie binnenkwam, die haar moeder gezet en ingeschonken had. In de
koffiepauze deelde Sander gebakjes rond. Johanna scheen nogal indruk op hem gemaakt te hebben,
want hij zocht voor haar het grootste en lekkerste gebakje uit! Sander had te diep in haar blauwe
ogen gekeken; hij kon Johanna na die eerste kennismaking niet meer vergeten. Hij verscheen prompt
op een van de volgende zondagen weer in Bethel. Om zijn aanwezigheid goed te praten, verklaarde
hij dat hij de sfeer zo goed en gezellig had gevonden, dat hij toch ook wel eens op een gewone
zondag wilde komen. Daar was natuurlijk niets op tegen. En Sander bleef terugkomen. Kennelijk was
hij vanaf het eerste moment op haar verliefd.
[
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacobus van DALEN | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1885 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Susanna Louwerina de Boer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.