Kind(eren):
Jan van Coppen(h)olle wordt in 1479 genoemd als vader van Willem van Coppenolle. Hij was leider van de Gentse opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk, (zoon van Frederik de Derde) werd in 1477 in het oproerige Gent aangesteld als ontvanger, belast met de terugvordering van de stadsgelden die de vorige machtshebbers zich hadden toegeëigend. Hij trad ook op als een der leiders van de Gentse milities in hun strijd tegen de invallende Fransen. Als secretaris van de schepenbank was hij nauw betrokken bij de onderhandelingen over de vrede van Atrecht (23 december 1482), die de Staten van Vlaanderen, ondanks Maximiliaan, met Lodewijk XI sloten. De anti-Maximiliaanse gevoelens van Vlaanderen, beheerst door Gent, zelf volledig onder invloed van Coppenhole en zijn medestanders, werden nog verscherpt toen bleek dat Maximiliaan zich bij de vrede niet wilde neerleggen. Brabant was echter weinig meegaand en de beloofde Franse hulp te gering, waardoor Gent weldra haast alleen kwam te staan. In de stad zelf namen de ambachten van de schippers en vleeshouwers in juni 1485 het bewind over en op 11 juni werd Copenholle te Aalst aangehouden. Naar Gent overgebracht, werd hij vijf dagen later door een oproer bevrijd, maar vluchtte over Doornik naar Frankrijk, nadat Vlaanderen zich op 28 juni met zde aartshertog had verzoend. De Franse koning benoemde Coppenhole tot hotelmeester maar gebruik makend van een nieuwe golf van ontevredenheid te Gent, keerde deze er reeds in september terug. Opnieuw meester van de stad, liet hij zelfs munten slaan ( de 'Copenolen') en vernieuwde in naam van de Leden van Vlaanderen de magistraat te Ieper. Op initiatief van Gent werd door de Staten-generaal een beginselverklaring ter ondertekening aan de te Brugge gevangengenomen Maximiliaan voorgelegd (mei 1488). Toen de hierop vrijgelaten hertog de gedane eend met de voeten trad, kon Gent rekenen op de steun van verschillende Vlaamse en Brabantse steden en vooral op medewerking van Filips van Kleef. De aanvankelijke Franse hulp viel echter weldra weg en de meeste gewesten onderwierpen zich in 1490. Gent bleef onder Coppenhole en Filips van Kleef weerstand bieden, maar op 14 juni 1492 werd Coppenhole samen met zijn tweelingsbroer Frans door een rivale fractie gevangengenomen, op de pijnbank gelegd en twee dagen nadien op de Vrijdagmarkt onthoofd, onder beschuldiging de stad te hebben willen overgeven. Met hem stortte het Gentse verzet ineen. (Winklerprins encyclopedie van Vlaanderen) Lit: V. FRIS, J. v. Coppenhole, in Bulletin der Maatschappij v. Geschied- en Oudheidkunde van Gent (1906) Na zijn onthoofding worden zijn goederen verbeurd verklaard, zijn weduwe en kinderen worden naar Ronse verbannen. (zie boek van: J.H.Bekouw, "Bannelingen en vluchtelingen uit Ronse", uitgegeven e Haarlem 1941.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.