Kind(eren):
August Adolf (Guus) Schutter was een vrolijke jongen, die in zijn vrije tijd het liefst liep te rennen door de velden en bossen rond Groenlo. Guus wist al heel jong, dat hij officier wilde worden in het Nederlandse Leger, net als zijn vader en grootvader. Als Guus in die jaren , de verhalen in de kranten leest, dat het Ned. Leger in het verre Indië betrokken is geraakt in een hevige koloniale oorlog met het Sultanaat Atjeh en men aldaar dringend behoefte heeft aan Officieren, onderofficieren en soldaten, besluit hij op15-jarige leeftijd in Dienst te treden. In de brief van 16 maart 1962 van de K.L./Hoofdkwartier Generale Staf nr. 115/62 wordt het volgende aan mij medegedeeld: In stamboek K.N.I.L., folio nr 10, staat onder Nr 2573 o.a. het volgende vermeld: Schutter, August Adolf, geboren 18 oktober 1851 te Groenlo (Gld).; 18 oktober 1866 vrijwilliger bij het Instructiebat. als sold. voor tien jaren; 1 oktober 1867 kpl. titulair. 19 augustus 1868 over bij het 6de Reg. Inf.;12 feb.1870 over bij het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk, als vrijwilliger voor 6 jaren met een handgeld van fl.125,- bij inscheping; 15 mei 1871 te Nieuwe Diep op de s.s.Willem III.29 mei 1871 terug bij Koloniaal Werfdepot te Harderwijk, wegens verbranding op zee van vermeld stoomschip.1 juli 1871 geëmbarkeerd te Rotterdam aan boord van de s.s. Noach III.; 24 sep.1871 gedebarkeerd te Batavia en geplaatst bij het 5e Bat. Inf.; 25 sep.1872 sergt.;7 jan,1873 als élève naar de Militaire School; 4 aug.1875 tot 2e Luitenant en geplaatst bij het 12e Bat. Inf.; 13 juni 1879 benoemd tot 1e Luitenant;16 okt.1880, bij het Garnizoensbat. te Atjeh; etc. ONDERSCHEIDINGEN, enz Ridder 4e klasse der Militaire Willemsorde, voor krijgsverrichtingen in Atjeh en wel gedurende (het tijdvak van) 26 dec.1875 âÇô 9 maart 1876. Eresabel met opschrift âÇúKoning Willem IIIâÇÑvoor betoonde dapperheid te Atjeh en wel gedurende de maanden sep/okt 1876, K.B.13 sep.1877, nr.24. In zijn DIENSTSTAAT wordt verder de volgende âÇúEervolle VermeldingâÇÑ vermeld: âÇú28 februari 1876. Bestorming eener versterking ten Z.W. van bivak Gighen. Langs een zeer nauwen toegang het eerst in eene door den vijand sterk bezette, ernstig verdedigend wordende en met een stuk geschut bewapende versterking, binnen te dringen en daardoor den vijand te verdrijvenâÇÑ.(Atjeh-kruis met zilveren Kroon) Vervolgens wordt in zijn DIENSTSTAAT de volgende âÇúEervolle vermeldingâÇÑ opgenomen: 26 september 1976 Bestorming eener vijandelijke versterking nabij Blang Pandjang (Tjandé) de eerste zij, die aan de Westzijde daar binnendrong, niettegenstaande die versterking tot het laatste ogenblik sterk bezet was en ernstig verdedigd werdâÇÑ. Als hij in 1878 tijdens één van de gevechten, door een kogel in de buik wordt getroffen, moet hij voor verdere genezing in het bivak te Segli blijven. Daar wordt hij volgens een bericht in het âÇúHet nieuws van den dagâÇÑ van 17 juni1878 door een inlandse bediende onverwachts driemaal met een mes in zijn rug gestoken, die hem zeer ernstig verwondde en waar hij blijvend letsel aan overhield. Na Atjeh heeft Opa Guus Schutter nog enige jaren ondermeer in Borneo(Kalimanten) gediend. Op 5 november 1888 werd Opa Schutter bevordert tot kapitein. Tenslotte ging Opa Schutter op eigen verzoek met eervol ontslag met een pensioen van f. 2000,- âÇÖs jaars. Hij overleed op 1 september 1892 te Soerabaja en werd begraven op de begraafplaats âÇúPenelehâÇÑ. (n.b.: Eervolle Vermelding is na WOII vervangen door de âÇúBronzen LeeuwâÇÑ) Jacques Zéno Brijl Betreft: Mijn overgrootvader August Adolf, SCHUTTER van Jacques.Z. BRIJL (XXXXX@XXXX.XXX) Herinneringen aan mijn overgrootvader Adolf August, SCHUTTER, Ridder Militaire Willemsorde 4e Klasse, Eresabel van Koning Willem III en Atjeh-Kruis. Korte voorhistorie. De ouders van mijn moeder {Oda(i), Elvire Brijl- La Fontaine} waren Antoine La Fontaine, (mijn Opa) en Augusta Adolfa (roepnaam: Gusta/Moesje; mijn Oma) Schutter âÇô La Fontaine Mijn Oma Moesje was naar haar vader genoemd. Haar vader heette namelijk August Adolf, SCHUTTER. Mijn overgrootvader heb ik nooit persoonlijk gekend, omdat hij reeds was overleden, toen ik werd geboren. Persoonlijk weet ik dus heel weinig over mijn overgrootvader. Wel hing thuis aan de muur bij mijn grootouders, een groot portret van mijn overgrootvader gekleed in het oude donkerblauwe uniform , als 2de Luitenant van het K.N.I.L.(Koninklijk Nederlands Indische Leger) en zittend, met een grote sabel in de schede *) - met zijn beide handen vasthoudend - tussen zijn benen. *)Eeresabel met opschrift âÇúKoning Willem IIIâÇÑ voor betoonde dapperheid te Atjeh en wel gedurende de maanden september en oktober 1876, K.B. 13 september 1877, nr.24. Op zijn uniformjas hingen verder verscheidene medailles, o.a. het onderscheidingsteken van Ridder der Militaire Willemsorde 4e Klasse **) en het âÇúAtjehâÇÑKruis. **)R.MWO4 voor krijgsverrichtingen in Atjeh in de periode van 26 dec 1875 tot 9 mrt 1876, bij de operatiën tegen de IV/VI/IX en XXII Moekim bij K.B. 24 maart 1877, nr. 5. Van Oma Moesje herinner ik mij nog een paar verhalen, die zij mij over haar vader vertelde, toen ik nog een knulletje was van omstreeks 8 jaar. Zo vertelde zij mij onder meer, dat haar vader in Groenlo was geboren. Verder, dat hij een bijzonder moedig officier was geweest en dat hij op een dag door een bediende van één van zijn collegaâÇÖs , onverwachts enkele malen met een kris in de rug was gestoken; e.e.a. omdat hij de man een oorvijg had gegeven, omdat hij onbeschoft was geweest tegen één van dames van zijn collegaâÇÖs. Alhoewel hij deze verwondingen toen heeft overleefd, zijn die verwondingen toch nooit helemaal genezen. Om één of andere reden heb ik dit verhaal van mijn Oma nooit vergeten. Ik schrok daarom heel erg, toen ik vorige week, al âÇúgooglelendâÇÑ op mijn computerscherm plotseling in een artikel in een oude krant, âÇúHet Nieuws van van den DagâÇÑ, Indisch Nieuws, Batavia, 17 juni 1878 het volgende las, QUOTE âÇôâÇú Wij vernemen, dat te Atjeh , met name te Segli, een treurige gebeurtenis heeft plaats gehad. De 2e Luitenant Schutter gaf in een driftige bui een inlandschen bediende van één zijner kameraden een oorveeg,waarover de inlander, woedend geworden, zijn mes trok en dit den officier tot driemalen toe in den rug stak. Een dier steken was zoo diep doorgedrongen, dat de rechterlong gekwetst is. De gewonde is onmiddellijk naar Padang geëvacueerd en verkeerde bij vertrek in groot levensgevaar. Deze gebeurtenis heeft in Atjeh een treurigen indruk gemaakt. De Luitenant Schutter is sedert drie jaar officier en heeft zich in dien tijd zeer verdienstelijk gemaakt, terwijl men algemeen gelooft, dat hij eene prachtige carrière zou maken. De gewonde, reeds versiert met de Militaire Willemsorde, verkreeg een Eeresabel en twee Eervolle Vermeldingen, terwijl hij zich laatst bij de affaire te Segli weder naam Blad 1 heeft gemaakt door zijne dapperheid. Bij die gelegenheid kreeg SCHUTTER een schampschot in den buik,waarvan hij pas was hersteld,toen hem het bovenvermelde ongeluk trof. âÇô âÇúUNQUTE. De Atjeh - oorlog Nadat Keizer Napoleon Bonaparte de oorlog in Europa had verloren, verkreeg Nederland haar onafhankelijkheid weer terug en werd ons land een Koninkrijk onder Koning Willem I. Vervolgens kreeg Nederland ook haar koloniën in Oost Indië weer terug. Doordat o.a. de Engelsen en Fransen veel hinder ondervonden van Atjehse Zeerovers in de Straat Malakka kwam Nederland met Engeland overeen, dat Nederland Atjeh zou gaan bestrijden (Londens Traktaat van 1824).Tot op dat moment was Atjeh een onafhankelijk Sultanaat. De oorlog met Atjeh was de langste en kostbaarste koloniale oorlog waar ons land ooit bij betrokken is geraakt. Het was een oorlog die aan beide zijden heel veel slachtoffers heeft geëist en veroorzaakte in ons land grote financiële problemen. De oorlog begon in 1873 toen Nederland een 1ste expeditieleger naar Atjeh zond. Omstreeks 1904 was de oorlog afgelopen en werd Atjeh een deel van Nederlands Indië. De militaire carrière van mijn overgrootvader (globaal). Mijn overgrootvader August Adolf werd geboren op 18 oktober 1851 te Groenlo. Zijn vader was Johan Willem, Schutter en zijn moeder Jacoba Geertruidt, Beins August Adolf trad op 18 okt. 1866 in militaire dienst als vrijwilliger bij het Instructiebataljon en tekende als soldaat voor 10 jaren. Op 1 oktober 1867 werd hij korporaal titulair. In 1870 werd hij als vrijwilliger overgeplaatste naar het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk. voor een periode van 6 jaar voor dienst in Indië, met een handgeld van fl. 125,- bij inscheping. Op 15 mei 1871 ging hij te Nieuwe Diep aan boord van het s.s. Willem III, maar kort na zijn vertrek ontstond er op zee, brand aan boord van het schip en moest hij weer naar het Koloniaal Werfdepot terugkeren ( zie: toelichting). Uiteindelijk kon hij op 1 juli 1871 vanuit Rotterdam met het s.s. Noach naar Indië vertrekken, alwaar hij na een reis van ongeveer 3 maanden, op 24 sep. 1871 te Batavia aankwam. Op 25 september 1872 werd hij tot sergeant bevorderd. In begin jan 1873 mocht hij, na daarvoor te zijn voorgedragen, als âÇúélèveâÇÑ naar de Militaire School en werd op 4 aug 1875 benoemd tot 2e Luitenant bij het wapen der Infanterie. Kort daarop werd hij overgeplaatst naar Atjeh, voor de dienst âÇúte veldeâÇÑ. Na het ernstig lichamelijke letsel dat hem in juni 1878 werd toegebracht ( zie korte voorhistorie), heeft hij daarna nog op verschillende plaatsen in Indië gediend, o.a. in Atjeh, Soerabaja (Java) en op Borneo Op 5 nov 1888 werd hij tot kapitein bevorderd. Gedurende zijn gehele verdere militaire loopbaan heeft hij veel hinder gehad en pijnen geleden, als gevolg van de hem indertijd toegebrachte verwondingen. Tenslotte werd hij op eigen verzoek op 2 oktober 1891 eervol ontslagen met een pensioen van Fl. 2000,- âÇÖs jaars. Mijn overgrootmoeder Mijn overgrootvader August Adolf was officieel getrouwd met Katidja(roepnaam: Kathie), die van een Indonesisch adellijk geslacht was (vermoedelijk Atjehees). Zij hadden 2 kinderen, waarvan de oudste mijn Oma Moesje was. Haar zusje Koosje trouwde later met Willem( roepnaam; Willie) Sibbald. Ik heb mijn overgrootmoeder nog gekend, als heel klein kind. Zij woonde toen bij mijn Oma en Opa op de Suikerfabriek Toelangan (Oost-Java), waar mijn Opa, Hoofd was van de Financiële Administratie. Mijn herinnering aan Oma Kathie beperkt zich tot één gebeurtenis, toen Oma Kathie in de achtergallerij van haar woning, een tamme groene papagaai eten gaf. Blad 2 Aanvullende informatie over de familie SCHUTTER Mijn overgrootvader August Adolf, Schutter was de zoon van Johan Willem, SCHUTTER, die op 12 aug 1807 te Asten werd geboren. Johan Willem was van beroep, officier (gepensioneerd) en koopman geweest. Hij was getrouwd met Jakoba Geertruidt, Beins. Zijn vader was Adolph(e), Schutter en zijn moeder was Wilhelmina Maria, Wildeman. Op 22 jan 1824 trad Johan Willem Schutter in militaire dienst als Kadet bij het Algemeen Depot van de Landmacht. In 1924 werd hij achtereenvolgens korporaal en sergeant. In aug 1829 werd hij tot 2de luitenant benoemd bij de 6deAfd. Infanterie en vervolgens op 5 juni 1632 tot 1ste Luitenant bevorderd en geplaatst bij de 9de Afd. Infanterie. In 1830 werd hij bij het âÇúMobiele LegerâÇÑ ingedeeld en tijdens de Belgische Opstand, nam hij deel aan de historische en bekende 10-daagse veldtocht, waarbij de Belgen bij Hasselt en Leuven door het Nederlandse Leger, onder Commando van Kroonprins Willem (II) werden verslagen. In de daarop volgende periode van 1832 tot 1834 verbleef hij met zijn eenheid in Vlaanderen. Aan hem werd op 26 maart 1832 het âÇúMetalen KruisâÇÑ toegekend. Op 9 juni 1844 werd hij tenslotte op pensioen gesteld, bij besluit van zijne Majesteit de Koning. Na zijn pensioennering schijnt hij âÇúkoopmanâÇÑte zijn geweest en had hij zich intussen te Groenlo gevestigd. Hij overleed op 74 jarige leeftijd en wel op 7 april 1881 te Groenlo.(zie bijlage 1). Over de ouders van Johan Willem Schutter is vooralsnog weinig bekend. Zijn vader Adolph(e), Schutter zou (luitenant)-Kolonel geweest zijn in het Ned. Leger. De ouders van zijn moeder, Wihelmina Maria Wildeman, waren Hendrik(us), Elbertsen, Wildeman en Wihelmina, Ramaer; vervolgens waren hun ouders (vermoedelijk) Elbartus Hendrikus, Wildeman en Grietje van der Heyden. (zie voorts bijlage 1). âÇÖs-Gravenhage, 11 oktober 2010 J.Z.Brijl Toelichting ( persbericht dd. 19 mei 1871) âÇúOp het gloednieuwe mailschip âÇúWillem IIIâÇÑ van de Stoomvaartmij. âÇúNederlandâÇÑ (SMN), daags daarvoor vertrokken uit Nieuwe Diep, breekt tijdens de eerste reis naar Batavia in het Kanaal bij het eiland Wight, brand uit (waarschijnlijk als gevolg van een omgevallen brandende kaars, in één van de hutten). De Kapitein weet direct hierna het schip nabij Porthmouth aan de grond te zetten. Passagiers en bemanning weten hierbij ongedeerd het schip te verlaten. De âÇúWillem IIIâÇÑmoet echter volledig als verloren worden beschouwdâÇÑ. Bron Jacques.Z. BRIJL (XXXXX@XXXX.XXX)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen