Let op: Begraven (23 februari 1759) voor overlijden (12 december 1759).
Zij is getrouwd met Willem Carel Hendrik Friso van ORANJE NASSAU.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
De Duitse prinses Anna groeit op in Engeland waar de familie sedert de troonsbestijging van haar
grootvader als koning George I woont. Door familieruzies en de schaamteloze levenswandel van
zowel haar vader als haar grootvader heeft Anna geen aangename jeugd. George I onttrekt Anna's
vader aan het ouderlijk gezag en houdt haar moeder zoveel mogelijk van haar weg. De prinses
royaal krijgt desondanks een goede educatie. Zij is kunstzinnig en houdt van borduren,
schilderen, ivoorsnijden en muziek. In dit laatste is de componist Handel haar leermeester. Haar
'mariage de raison' met de lager in rang staande Willem IV is een succes voor de Friese Nassaus
en versterkt de positie van de dynastie. Blijkens de omvangrijke, vrijwel dagelijkse
correspondentie tussen Willem en Anna verbindt hen weldra een diepe genegenheid. 'Mijn hoofd en
hart behoren alleen jou toe,' schrijft 'chère Annin' aan haar 'Pépin', ook afgekort tot Pip. Het
leven in het bij Londen vergeleken nederige en provinciale Leeuwarden is voor de prinses in het
begin moeilijk. Bovendien kan zij het met haar zo anders geaarde schoonmoeder Maria Louise niet
goed vinden. Na Willems verheffing in 1747 verandert Anna's leven grondig. De familie verhuist
naar 's-Gravenhage en vestigt zich in het Stadhouderlijk Kwartier. Het met het Binnenhof
verbonden 'Huis van Albemarle' (gebouwd door A.J. van Keppel, graaf van Albemarle, gunsteling van
Willem III) wordt ingericht als verblijfplaats van Anna. Zij heeft politieke ambities en wenst
haar man daadwerkelijk te steunen in zijn zware taak. Daarom is zij aanwezig bij politieke
beraadslagingen, neemt initiatieven, bemiddelt, adviseert in benoemingen. Na de dood van Willem
treedt zij op als gouvernante (1751-1759). De trotse en eigenzinnige prinses toont in deze
functie weliswaar 'flegme en fermeteit', doch komt niet tot enige vernieuwing in het bestuur van
de vermolmde Republiek. Haar legalisme en gebrek aan staatkundig inzicht, haar impulsieve
lichtgeraaktheid maar ook haar zwakke gezondheid doen haar te kort schieten in het bestuur van de
Republiek. Men noemt haar 'een onversettelij mensch... nae wijnig of geen raed luisterende, soo
stijf op haer stuk', Tijdens de toenemende politieke spanningen in haar laatste jaren ert men van
de gouvernante dat 'de nederhanging van het hoofd vermeerderde en de daghslaep nam toe'. De dood
komt min of meer als een verlossing, getuige haar uitspraak 'dat er sedert het verlies van haar
gemaal geen dag was voorbijgegaan dat ze niet verland had de wereld te verlaten'. Zoals
gebruikelijk in die tijd wordt de overledene enige dagen 'op een paradebed tentoon gesteld'.
Zovelen komen haar de laatste eer betuigen, dat er 'grote confusie' ontstaat. Van de kamer en het
paradebed bestaat een nauwkeurige beschrijving: het gebalsemde lijk van Hare Koninklijke Hoogheid
ligt in witsatijnen kleed alsof zij sluimert. Aan weerszijden van het bed zitten rouwende
hofdames, edellieden en adjudanten. De gehele kamer is zwart behangen, van boven en rondom
versierd met festoen en fries van zilvermoiré en met zilveren tranen bezaaid. Aan het voeteinde
twee verzilverde guéridoms met elk zestien waskaarsen; hiertussen de kroon en de koninklijke
mantel op een talboeret. Op 23 februari 1759 wordt zij te Delft begraven
Genealogie van het Vorstenhuis Nassau
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.