Kind(eren):
23. Jan van de Leck, won. Gastel, secretaris (1561), schepen van Rozendaal (1534), schepen van Gastel, later van Heer Jansland, collecteur van het schot 1563, overl. tussen 18 mei 1564 en 11 mei 1565, tr. N.N., overl. 15 september 1557 (grafzerk). Kinderen: 1. Joost Jansz. van de Leck, vermeld 1565. 2. [Beatrix] Jansdr. van de Leck (zie generatie 24), tr. 1e Jan Cools, tr. 2e Gerit [Adriaensz.] Quant, tr. 3e Jan Jansz. van Beverloo. Opmerkingen Het is onduidelijk waarom G.J.J. van Wimersma Greidanus spreekt over twee huwelijken van Jan van der Leck. De eerste vrouw zou overleden zijn voor 1516, maar hij geeft geen bron op. Bronnen GA Breda, Archief I-1b (schepenbank), inv.nr. 429, fol. 148r, d.d. 13-2-1523 Cornelis Cornelis Michielssen, getr. met Josijne Matheeus Anssemsdr., Lijsbeth Woutersdr van Chaem, (wedu van) Matheeus Anssemsz., geven een quitantie aan Jan van de Leck van Grymhuysen, i.v.m. een erfchijns van 3 rijnsgulden, in voirleden tijden vercoft hadde Wouter van Kaem, op omtrent 1 bunder beemden in den Grooten Beemdt t' Ulvenhout onder de vyerscaren van Ghinneken, volgens brief van Ghinneken van 12 september 1497. De erfchijns is afgelost, en scelt dair af quijt de wedue en erfgenamen van wijlen Joost Vlaminc, casteleijn was te Breda, die de erfchijns uutreijckende was, en oic Jouffrou Lucye van den Kyeboom die dezelve gelaet heeft.