Johannes van Brederode stond ingeschreven als student filosofie aan de universiteit van Groningen op 15 februari 1635. Hij is als lidmaat in Griningen aangenomen in maart 1637 samen met zijn vrouw. Hij was vanaf 1646 schoolmeester te Beerta.
Hij is getrouwd met Trijntien Jansen.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
nazaten devries over johannes :
https://www.nazatendevries.nl/Genealogie/Van%20Brederode/Johannes%20à%20Brederode,%20schoolmeester%20te%20Beerta.html
----------------------------------------------------
internet bron : schelvis schilderij https://groninganus.wordpress.com/2018/03/23/een-schoolmeester-filosoof-die-dagelijks-de-schelvisvangst-voor-ogen-had/#comments
------------------------
Volgens enige internet-genealogieën was Johannes à Brederode in 1608 geboren in Dokkum. Waarschijnlijk kwam hij uit een redelijk welgestelde familie, want begin 1635 schreef hij zich in als student filosofie aan de Groninger academie. Twee jaar later liet hij zich aannemen als gereformeerd lidmaat, een standaard-voorwaarde om ergens als schoolmeester of predikant benoemd te kunnen worden. Mogelijk was hij, voordat hij naar Beerta kwam, nog schoolmeester in een andere plaats geweest.
-----------------------------------------------------------
Otto S. Knottnerus
24 maart 2018 om 18:10
Ja, dat Johannes uit een bastaardtak van de Brederode’s stamde, is welbekend. Want wie van de Brederodes afstamt, hoort bij de club van nazaten van Karel de Grote. Zijn vader was in 1613 rector van de Latijnse school in Kollum. Zijn benoeming tot schoolmeester dateert van 1646, uit de hoogtijdagen van de Oldambtster opstand. Wat hij voor die tijd gedaan
heeft, is natuurlijk de vraag. De kans is groot dat hij eerst ergens privé-onderwijzer was.
Zijn benoeming had hij vooral te danken aan dorpsheer Sebo Huninga. De Oldambtster elite had in die tijd veel belang bij goed onderwijs; Sebo’s rechterhand was landrechter Focco Menninga uit Midwolda, die aan drie
universiteiten had gestudeerd. Sebo’s kinderen zaten echter niet op de
dorpsschool, ook hij had een privé-onderwijzer die omstreeks 1645 zijn
werkgever begeleidde bij een bewapende tocht naar Winschoten, met – zoals het een geleerde student betaamt – de degen aan zijn zij. Het bleek
een hinderlaag die ontaarde in een knokpartij waarbij doden vielen. Maar Huninga – en vermoedelijk ook diens schoolmeester – hielden zich wijselijk op de achtergrond. Misschien was deze huisonderwijzer zelfs wel onze Johan.
Johan van Brederode deed de schilderijen met andere meubels over aan Huninga’s schoonzoon, jonker Philipp Daniel Finck, die eveneens in Groningen had gestudeerd. Finck was de zoon van de amtsverwalter van Simmern in de Hunsrück (Keurpalts) en was als gereformeerd vluchteling met zijn
broer uit het oorlogsgebied gevlucht, eerst naar het gymnasium in Duisburg, daarna naar de Illustere School te Bremen en tenslotte in 1643 de
Groningse universiteit, waar Philipp als vluchteling gratis werd toegelaten. Na afloop van de oorlog kreeg hij zijn familiebezit terug, zodat
hij als huwelijkspartner voor de jonge Etje Huninga in aanmerking kwam.Het echtpaar bouwde een landgoed in Beerta-West dat naar Etjes grootvader Doedestein werd genoemd. Ten tijde van de Munsterse bezetting in 1665 leden ze 5500 gulden schade, voor die tijd een enorm bedrag. Begin achttiende eeuw waren de centen op en werd het landgoed weer bij de landerijen van de erfgenamen Huninga gevoegd. De langstlevende dochter was
Tjae, die overleed in 1713. En dan was er nog een zekere Jan Hinricks Venterman, die bij jonker Finck woonde. Diens vermoedelijke zoon Hindrick Jansen Finck huwde later een halfadellijk meisje, maar erg voornaam waren ze niet.
Mar dat terzijde. Johan van Brederode had veel nakomelingen, onder andere de boerenfamilies Derksema en Mellema.
------------------------
Beantwoorden
Murk Hoekstra
27 maart 2018 om 20:08
Johan van Brederode, ofwel Joannes à Brederode, is ook één van mijn verre voorouders, en ik speur al jaren naar bijzonderheden over hem, zijn nageslacht, en zijn voorzaten. Met zijn vader Reinoud belichaamt hij de
overgang van adel naar burgerij. Zijn grootvader Arnout ondertekende nog het verbond der edelen in 1566, en kwam in Groningen terecht als kapitein in het leger van prins Maurits. Hij zal zo zijn aandeel hebben geleverd in de reductie van Groningen.
Bovenstaand verhaal kende ik niet. Het maakt iets uit dat vroegere leven mooi zichtbaar. Wel vond ik dat Johan begin 1746 korte tijd gevangen was genomen door de heer van Nansum. Een verzoek van zijn vrouw om vrijlating werd door Gedeputeerde Staten afgewezen. Stond de heer van Nansum aan de kant van de stad, en nam hij Johan gevangen omdat die in dienst was van Sebo Huninga, of omdat hij inderdaad had meegevochten bij de knokpartij na de hinderlaag onderweg naar Winschoten?
Via Johans dochter Reinolda ben ik voortgekomen uit vooral kleermakers,
onder andere Van der Scheer, waarvan een deel eind negentiende eeuw naar Michigan verhuisde.
Beantwoorden
John Schuurman
1 september 2018 om 01:36
Reinalda Brederode is ook een van mijn voorouders.
De Boerderijboeken van Beerta / Nieuw-Beerta zijn interessante bronnen
mbt de wederwaardigheden van Reinalda en haar nazaten.
Beantwoorden
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johannes (Bastaardtak)(Dokkum) Brederode | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Trijntien Jansen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||