Hij is getrouwd met Johanna-Cornelia van OOSTERZEE.
Zij zijn getrouwd
http://www.zandvoortvroeger.nl/swalue.html
=====================================
Ds. Cornelis Swaluë 1811 – 1882
Cornelis werd geboren bij het predikant gezin Bernardus Johannes Swaluëen Elisabeth Jacoba Falck, te Numansdorp. Op 20 april in het jaar 1837huwde hij de twintigjarige Johanna Cornelia van Oosterzee, dochter vanWouter Leonardus Van Oosterzee en Lena Moolenburg uit Zonnemaire. Tevens nam hij het uitgebrachte beroep aan, als Dominee en evangelisch leraar bij de Neder Duitse kerk gemeenschap te Zandvoort.
Op 7 mei 1837 werd Cornelis Swaluë bevestigd door zijn vader, reeds predikant te Schoonhoven, als predikant en leraar van de Neder Duitse Hervormde gemeente te Zandvoort, om als herder over een volk van 352 lidmaten te waken. Samen met zijn vrouw betrok hij de toenmalige pastorie.( waar een gedeelte nog als aanbouw aanwezig is.) Zijn intree-preek deed hij naar aanleiding van een tekst uit Jacobus 1, vers 21b. “Leg dus af alle vuiligheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheidhet in U geplante woord aan dat uw zielen kan behouden”. Na een korte
periode, en nadat ze gewend waren aan de omgeving, werd het gezin in diepe droefheid gehuld. Zijn vrouw werd, tijdens een bezoek aan haar ouders, overvallen door de Spaanse Griep en op 12 maart 1840 kwam zij te overlijden in Zandvoort. De dominee werd hiermede al vroeg weduwnaar en had geen kinderen.
In de eerste jaren van zijn ambtsperiode was er een groot conflict met
de koster-voorlezer- onderwijzer, omdat de man niet aan de wensen van de Dominee voldeed. In de combinatie van werkzaamheden, was de koster, mede ook de voorzanger, maar hij kon niet zingen. Het conflict is door de kerkenraad pas in 1849 opgelost, bij het invoeren van een instructie-formulier voor het functioneren van een koster-voorlezer. Cornelis Swaluë was heel muzikaal en het zingen in de kerk had zijn warme belangstelling. Dat bevorderde hij door kinderen in hun vrije tijd in groepen te
laten zingen. In het begin kwamen er veel kinderen en na selectie waren79 kinderen aan het zingen onder leiding van de Dominee. Tijdens de kerkelijke feestdagen, Kerst, Pasen en Pinksteren was de kerk overvol. In1844 waren wel 116 kinderen bij het zangonderwijs betrokken. De Dominee was sociaal maatschappelijk ingesteld. Als herder van de gemeenschap
probeerde hij te bewerkstelligen dat de diaconie de juiste vorm van hulpverlening ging bieden en hij sprak met de vele rijke gasten, die het kuuroord Zandvoort bezochten om hen te interesseren een donatie te doen
aan de geloofsgemeenschap. Met het geld kon de diaconie de arme vissersbevolking ondersteunen in hun armoedig bestaan.
Het kerkgebouw moest nodig vernieuwd en groter gemaakt worden. Met staatssteun en het jaarlijks bedelen voor giften, en het ontvangen van legaten, daarmee kon een nieuw kerkschip tegen de bestaande toren gebouwd worden. In de voormiddag van 29 april 1848 werd de symbolische eerste steen gelegd door Dominee Cornelis Swaluë, midden in de oost-muur, op de
plaats waar nu de kansel staat. Eigenaardig een plaats door de bouwopzichter uitgekozen. Op 1 juli 1849 werd de kerk feestelijk in gebruik genomen, waardoor de kerkdiensten in het Armenhuis konden vervallen. Het bestelde Knip-Scheer orgel werd op 16 december van dat jaar ingewijd. Dekale orgelkast werd in wit porselein geschilderd en het woord GESCHENKin goud belegd. Het dominee traktement was schamel. Wel was hij vrijgesteld van belastingen en hij woonde gratis en voor de maaltijd kreeg hij vis. In 1837 begon hij met een inkomen van 300 gulden per jaar, in 1855 was dat 900 gulden en in 1872 1100 gulden. In 1862 vierde de gemeente het 25 jarige ambtsperiode van de dominee. Het feest was goed voorbereid met zang van het kinderkoor en orgelspel, gehouden in de kerktuin voor zijn woning. Het geschenk van de bevolking bestond uit, nieuwe vloerkleden en wat meubilair. Op 6 mei 1877 vierde Ds. Swaluë “de gedachtenis van zijn veertig-jarige Evangeliebediening”, met de gemeente. Aan defeestviering werd luister gegeven door het zangkoor van wel 100 jongens en meisjes en op waardige wijze werd de dag besloten met een prachtigorgelconcert. Door zijn grote maatschappelijke betrokkenheid, had hij
toegang bij alle groepen van de bevolking, en met zijn Paard en wagen bereikte hij alle delen van de regio. Hij was altijd aanwezig bij alle initiatieven van veel de liefdadigheid instellingen, om ze met raad en daad terzijde te staan. Op een jubileumfeest maakte hij de beroemde uitspraak: “ik leef te midden van mijn volk”.
Er werd ook wel een beroep uitgebracht uit een andere gemeente. b.v.Uit
Elkerzee – Schouwen in 1844, omdat hij wilde blijven preekte hij die zondag: “En het dacht Silas goed, aldaar te blijven “. Een moeilijke tijdvoor een predikant is, als er ziekten heersen, zoals in de jaren 1840
– 1849. Toen bezweken veel lidmaten van de kerk onder de heersende ziekte Cholera. Een nauwe samenwerking ontstond dan tussen de doktoren en de kerkenraad voor hulp en troost waarbij de Dominee niet achter mocht blijven. Tijdens zijn zeventigste levensjaar werd Ds. Swaluë ziek en hijkon zijn predikantschap niet meer uitvoeren. Op 23 januari 1882 tijdens een ingelaste kerkenraadsvergadering in de pastorie, nam de consulentDs. T. Hoog uit Bennebroek,het archief van de kerkenraad over. De voortdurende ziekelijke toestand van de predikant maakte dat noodzakelijk.
Op de vergadering van 27 februari 1882 werd Ds. Swaluë losgemaakt van zijn betrekking en als Emeritus verklaard. Van zijn pensioen heeft hij niet lang mogen genieten want op 22 oktober 1882 kwam hij, na liefderijkverzorgd te zijn door zijn zuster in Haarlem te overlijden. Zijn laatste wens was, niet bij de kerk begraven te worden maar tussen het volk op de Algemene Begraafplaats te Zandvoort. Zijn gedachtenis wordt geëerdtijdens het zingen van het Zandvoorts Volkslied, waarvan hij de tekst
schreef.
Zijn zuster Alberta Ottonia Jacoba Swaluë huwde op 1 juli 1846 met Ds.
Henny, eerder predikant in Zandvoort van 1826 tot 1831, daarna in Bennebroek tot 1850. Op 25 september 1856 na het overlijden van H.Henny te Velp, vertrok de weduwe uit Bennebroek als de Wed. Henny – Swaluë om methaar twee dochters Bernadina Elisabeth Cornelia geboren 28 januari 1847 en Christina Marianne geboren 2 februari 1849 te gaan wonen bij haar
broer in de Pastorie te Zandvoort.
Tekst: Jaap Kerkman azn
Kijk ook eens bij De stranding van de Gaffelschoener “ SCHOUWEN II ”, Klik HIER
Kijk ook eens bij De stranding van de “ ALBA ”, Klik HIER
Kijk ook eens bij de schipbreuk van de “OUDE ZIJPE”, Klik HIER
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Cornelius SWALUE | ||||||||||||||||||
Johanna-Cornelia van OOSTERZEE | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.