Hij is getrouwd met Maria Cornelia Gielen.
Zij zijn getrouwd op 2 augustus 1918 te Schinveld, hij was toen 28 jaar oud.
edert 1919 was Joseph de eigenaar van de Onderste Molen, na deling door de erfgenamen van Andreas Adamus Diederen en Maria Agnes Dohmen. Hij is lid geweest van het R.K.Kerkbestuur H.Eligius te Schinveld. Hij bezat de eremedaille in zilver van de Orde van Oranje Nassau. Hij was mede-oprichter en later ere-voorzitter van de Schinveldse harmonie St. Caecilia. Als weduwnaar heeft hij de laatste jaren van zijn leven bij zijn oudste dochter, Mia Breij-Diederen, in Sittard gewoond.
De navolgende informatie is hoofdzakelijk afkomstig uit het Familieboek Baggen-Diederen [2008]. Joseph is in militaire dienst geweest. Hij kreeg echter vaak speciaal verlof omdat hij thuis werkzaam was in de "voedselvoorziening". In die tijd werd nog vaak de petroleumlamp als verlichting toegepast en wekelijks kwam een venter met een handkar met petroleum langs de deur. De venter had een uniform aan dat enigszins leek op een officiersuniform. Joseph kwam in zijn militaire diensttijd in Nijmegen zo'n petroleumventer tegen en dacht dat het een officier was. Strak salueerde hij naar de "officier". Hij moest er later nog vaak om lachen. Hij was een gezellige prater en grappenmaker. Bezoekers aan de molen gingen vaak op de grote automatische weegschaal staan. Joseph wist dan heel geraffineerd met een voet het gewicht te verhogen of te verlagen, tot verwarring van de bezoekers. Hij was een verwoed kaartspeler; mitchen en pandoeren waren zijn lievelingsspelen, die hij speelde met zijn kinderen en schoonzonen terwijl ondertussen de molen doormaalde, vaak tot diep in de nacht.
Joseph’s vrouw Marie was graag van alles op de hoogte. De vele bezoekers aan de molen brachten haar nieuwtjes en voor nadere informatie pakte ze de fiets en ging in het dorp Schinveld achter het nieuws aan. Als diepgelovig katholiek stonden bedevaarten regelmatig op haar programma, zoals naar Kevelaar, Boxmeer, Banneux en Lourdes. Met haar man ging ze in 1950 naar Rome. Belangrijke dagelijkse bezigheden van haar waren het onderhouden van contact met de klanten in de molen en het bezemen van de molenvloer en het erf. Na de bevrijding in het najaar van 1944 kwamen de Amerikanen met tanks het erf opgereden. Marie hield met haar bezem de tanks tegen en voorkwam zo beschadiging van de trottoirs. In 1957 stierf ze op 64-jarige leeftijd aan een hartaanval terwijl ze vanuit een personenauto keek naar de optocht van muziekkorpsen die defileerden ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Schinveldse harmoniegezelschap St. Cecilia, waaraan ze zeer verknocht was.
Met de komst van de Staatsmijn Hendrik en de groei van de bevolking in het naburige Brunssum, ging het water van de Rode Beek gebruikt worden in de kolenwasserij van de staatsmijn Hendrik en diende de beek als open riool.
In de loop der jaren ging men in de molen elektromotoren als bijkracht gebruiken en tot in de jaren 1950/60 werd in de molen nog met molenstenen gemalen. In 1964 werden de waterrechten (stuwrechten) door de gemeente Schinveld afgekocht. De Rode Beek werd verlegd en stroomde niet meer langs de molen. In 1973 werd het molenbedrijf helemaal stilgelegd door de laatste molenaars, de zonen Jacques en Nol van Joseph en Marie Diederen-Gielen.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Christiaan Joseph Diederen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1918 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Cornelia Gielen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.