Bijzitter en dijksgedeputeerde van Wymbritseradeel, dorpsrechter, ontvanger
en kerkvoogd van Hommerts
Kind(eren):
JOHAN WPCKES werd geboren omstreeks 1560-1575 op Knossens bij Bolsward, overleed omstreeks 1637/38 te Hommerts als bijzitter en dijksgedeputeerdevan Wymbritseradeel, dorpsrechter, ontvanger en kerkvoogd van Hommerts. Huwde Ie N.N. (mogelijk, gelet op de voornamen Both en Sierck onder zijnkinderen, een dochter van een Sierck en een Both. Als zijn schoonouders komen o.a. in aanmerking: Sierck Eijses van Terwisscha te Hommerts, overleden vóór 21 mei 1625, en Both Idzardsdr. van Solckema, vermeld als zijn weduwe op 21 mei 1625. Het Stamboek van de Friese Adel vermeldt t.a.v. Both van Solckema niet haar huwelijk met Sierck van Terwisscha, maar wel een huwelijk met een Tiete van Hoytema. Ook is het mogelijk dat hij een dochter huwde van Sierck Siercks Meijlama te Oosterend, overleden vóór 3 april 1644, en Both Albertsdr., weduwe 3 april 1644. Huwde 2e JELTJE BAESDR. ALGERA, weduwe 1637 te Hommerts. In 1599 verkoopt hij zijn vierde part in Groote Bergh" te Kubaard aan Johannes Gerlofszn. Rispens en Trijntje Jelledr. Bonnema te Oosterend. Al in 1610 is hij dorpsrechter en ontvanger te Hommerts en procedeert als zodanig tegen Syds van Botnia, grietman van Wymbritseradeel (H. v. F.YY23 25-9-1610, nr. 27). Johannes Waebes te Hommerts leende 31 mei 1614 vijftig goudgulden aan dorpsrechter Cnossens, evenals Ellert Inthes van Hommerts op 10 december 1613 (Wymbritseradeel X). Johan kocht 14 oktober 1623 uit een boelgoed te Hommerts een koperen potvoor 2 gulden en 14 stuivers; een coe-Hoij" voor 12 gulden en 7 stuivers (Wymbr. Q2). Het jaar daarvoor had hij op 27 december uit de nalatenschap van Sjoerd Sibbles twee blakers voor 13 stuivers en twee koeien voorrespectievelijk 24 en 22 gulden gekocht. Johan procedeert in 1627 voor het gerecht van Wymbritseradeel tegen Feijcke Piers (Wym. E.). We worden gewaar dat Cnossens eigenaar is van 2½ pondematen in de fenne van Goytien Breuticks, die door Feijcke wordt gepacht. Behalve dat hij procedeerde voor het nedergerecht, had hij ook zaken voor het Hof van Friesland lopen. Hij was eigenaar van een boerderij te Hommerts die het recht van twee stemmen had. Zijn weduwe, Jeltje Baesdr. Algera wordt in 1640, als JELTJE JOHANS genoemd, eigenaar en gebruiker van boerderij nr. 30 te Hommerts (stemkohier). Vermoedelijk zijn door Cnossens twee stemgerechtigde boerderijen samengevoegd tot één en werd er door hem een nieuwe woning opgezet. Het proces, dat Jeltje met haar kinderen in 1642 met de kerkvoogden van Hommerts voerde, had met nieuwbouw te maken. Beide partijen moeten bij de grietman verschijnen en hem informeren over o.a. wat ende hoeveel huijsinge sedert den 21e April is gebout, wat dien waardich is ende offte de voorscreven bouwinge eerlijcke en redelijcker wijse is geschiet nae ge¬legentheijt der landen van dit dorp, wat huijsinge voor't nieuwgebou daer heeft gestanden ende hoeveel geestelijcke landen bij de Impetranten (eisers) ende haer man gebruijckt sijn geweest; daarop men de lastder questiose huijsinge will leggen ende wat andere landen d' Impetranteende haer man meer hebben gehadt ofte ge¬foocht onder dit questiose huijs altijt gebruijckt." In maart 1647 wordt Pier Eeuwes door het gerecht van Wymbritseradeel geciteerd om betaling van zijn schuld aan de erfgenamen van Johan en Jeltje (Wymbr. C.4) evenals Abbe Heres. In 1648 procederen ze gezamenlijk als eisers voor het Hof tegen Fokel van Botnia. Kinderen uit het eerste huwelijk waren: SIERCK (Xa), WPCKE (Xb), JELTJE (Xc), TIETS (Xd), EITSKE (Xe), BOTKE (Xf), MINTS (Xg), GATSKE (Xh) en GOSLICK (Xi).
http://www.cnossen.nl
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.