Anna Upckedr., weduwe van heer Tyerck Jansz. (1552: R.A. Bolsward I, blz. 70). Deze heer Tyerck, een geestelijke, was in 1546 prebendarius vande prebende Jeint¬ne oft Sint Thomasproven". In de Beneficiaal boeken wordt hij genoemd op blz. 278, 1543. In de archieven van het Hof van Friesland is een stuk van 1572 (sic) te vinden, waar¬in Anna als eisende partij genoemd wordt tegenover haar schoonzuster Egbert, de weduwe van Johan Upkes. Anna wordt hierbij door het Hof als erfgename verklaard van de grote sathe te Knossens" en alle goederen die haar vader Upke van zijn vader Johan (Janka) had geërfd (H. v.F. YY.9.9.). Volgens de grafsteen was Egbert toen al dood, wellicht is hier van een datumverschrijving sprake. In 1576 procedeert Anna nog voor hetzelfde Hof tegen Wopcke en Siucke Doytsezoen over land in de gehele sathe van Groot-Knossens" en over het bijbehorende huis en over de moelen daerop geset" (H. v. F. YY10, blz. 197). Anna was, naar het zich laat aanzien, getrouwd met haar 2e man PieterKromwal van Bolsward en kocht in 1576, tezamen met haar schoonzoon, Keympe Krijnsz. en dochter Syouck Pieterdr., Hattingahuis te Lutkewierum. Keympe Krijnszn., overl. 23 augustus 1596 en Syouck Pieterdr., overl. 6 januari 1618, zijn beiden in de kerk van Itens begraven.
http://www.cnossen.nl
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.