Alias: Godfried /van Cruiningen/ Alias: Godfried /van Kruiningen/ Heer van Cruijningen; vermeld 1233-1265. Hij komt in 1233 en 1234 voor al s jonker (domicellus) , doch in 1238 is hij reeds ridder. Hij kocht in 12 50, volgens Juten (De groteBrabante genealoog G. C. A. Juten. pastoor t e Willemstad, publiceerde in het tijdschrift Taxandria 2 artikelen, respe ctievelijk in 1921 en 1936, het eerste getiteld: Kruiningen en het tweede : De Heerlijkheid Woensdrecht en hare Heeren. Met dezeartikelen heeft pa stoor Juten ons, uit betrouwbaar archief-materiaal, vele gegevens over d e Heren van Cruijningen verstrekt), voor 100 pond Lovensche de heerlijkhe id Woensdrecht van Hendrik I van Breda. Juten (1) noemt hem in 1253 en 12 55 als scheidsrechter, de eerste keer samen met Willem van Valkenisse. O p 15 October 1256 verscheen heer Godfried met vele edelen te Brussel en b eloofde de vrede tussen Vlaanderen en Holland te helpen onderhouden. O p 4 April 1258 bracht hij de hertog vanBrabant leenhulde voor een leenre nte van 200 pond oude witte penningen, veronderpand op het goed Wissendun g. Juten veronderstelt dat dit op Woensdrecht betrekking had. Op 12 Jul i 1262 moest hij namens gravin-regentes Aleid de rechten der abdij Ter Du inen verdedigen i.v.m. pretenties van enkele anderen. Met de gebroeders v an Borselen nl. Petrus, heer v. Goes en Borselen en heer Hendrik Wisse v . Borselen, ridder, was heer Godfried v. Cruijningen leider van de Zeeuws e opstand tegen deregentes Aleid. Op 16 Mei 1265 beloofde de Vlaamse gra vin dat zij de beledigingen van deze 3 heren jegens haar schoondochter Al eid niet zou straffen. (Oork. de Fremery.) Rond 1240 huwde hij Oda van Ga geldonck en in Mei 1263 erkennen zij met hun2 zoons, geen aanspraak te w illen behouden op de tienden en het patronaatsrecht der parochie Tilbur g (aldus Juten 2).
Hij is getrouwd met Oda Pumbeke van Gageldonck.
Zij zijn getrouwd rond 1235.
Alias: Godfried /van Cruiningen/ Alias: Godfried /van Kruiningen/ Heer van Cruijningen; vermeld 1233-1265. Hij komt in 1233 en 1234 voor al s jonker (domicellus) , doch in 1238 is hij reeds ridder. Hij kocht in 12 50, volgens Juten (De groteBrabante genealoog G. C. A. Juten. pastoor t e Willemstad, publiceerde in het tijdschrift Taxandria 2 artikelen, respe ctievelijk in 1921 en 1936, het eerste getiteld: Kruiningen en het tweede : De Heerlijkheid Woensdrecht en hare Heeren. Met dezeartikelen heeft pa stoor Juten ons, uit betrouwbaar archief-materiaal, vele gegevens over d e Heren van Cruijningen verstrekt), voor 100 pond Lovensche de heerlijkhe id Woensdrecht van Hendrik I van Breda. Juten (1) noemt hem in 1253 en 12 55 als scheidsrechter, de eerste keer samen met Willem van Valkenisse. O p 15 October 1256 verscheen heer Godfried met vele edelen te Brussel en b eloofde de vrede tussen Vlaanderen en Holland te helpen onderhouden. O p 4 April 1258 bracht hij de hertog vanBrabant leenhulde voor een leenre nte van 200 pond oude witte penningen, veronderpand op het goed Wissendun g. Juten veronderstelt dat dit op Woensdrecht betrekking had. Op 12 Jul i 1262 moest hij namens gravin-regentes Aleid de rechten der abdij Ter Du inen verdedigen i.v.m. pretenties van enkele anderen. Met de gebroeders v an Borselen nl. Petrus, heer v. Goes en Borselen en heer Hendrik Wisse v . Borselen, ridder, was heer Godfried v. Cruijningen leider van de Zeeuws e opstand tegen deregentes Aleid. Op 16 Mei 1265 beloofde de Vlaamse gra vin dat zij de beledigingen van deze 3 heren jegens haar schoondochter Al eid niet zou straffen. (Oork. de Fremery.) Rond 1240 huwde hij Oda van Ga geldonck en in Mei 1263 erkennen zij met hun2 zoons, geen aanspraak te w illen behouden op de tienden en het patronaatsrecht der parochie Tilbur g (aldus Juten 2).
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Godfried Heer van Cruijningen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1235 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Oda Pumbeke van Gageldonck | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.