Oranjedelict
De patriottenbeweging bereikte zijn hoogtepunt in 1786-1787. De Staten van Holland hadden in september 1785 aan stadhouder Willem V het commando over het Haagse garnizoen ontnomen. Willem V voelde zich daardoor beledigd en in zijn gezag aangetast; diezelfde maand nog verliet hij Den Haag en zocht zijn toevlucht in Apeldoorn en later in Nijmegen. Een jaar later werd hem ook nog het bevel over leger en vloot ontnomen.
Hoewel Utrecht het centrum van de patriottenbeweging was, vierde ook in het gewest Holland het patriottisme hoogtij. De Staten van Holland beijverden zich weliswaar in de eerste plaats de rust en veiligheid onder de bevolking te handhaven: vanaf 1784 hadden zij allerlei openlijke uitingen van partijdigheid verboden, zoals het "doen van smadelijke bejegeningen" of het "uitzetten van vlaggen". Deze verboden waren gericht op "Parthyschap van wat Couleur die ook zouden mogen wezen". Toch waren het vooral uitingen van oranjegezindheid die expliciet als verboden werden aangemerkt: het verkopen of dragen van "Orange Cocardes/ Strikken/ Linten/ Papieren …. en alle andere Vercierselen van Orange Couleur / hoe ook genaamd / ….". En ook was verboden het roepen van "Hoezee, Orange boven", en "het singen van alle oproerige en zogenaamde Orange-Liedjes".
Dat deze verboden serieus genomen moest worden, ervoeren twee Wassenaarse vrouwen. Op 23 mei 1787 reisden Geertruy de Vlaming en Catharina van Beveren met de trekschuit van Leiden naar Wassenaar. Ze moeten in een goede, maar roekeloze bui zijn geweest. Ze hadden zich uitgedost met (oranje) sinaasappelschillen, hadden voortdurend Oranjeliedjes gezongen, 'Oranje boven' geschreeuwd, en patriotten uitgescholden. Zo verhaalden althans meer dan tien getuigen, die over deze kwestie werden verhoord door de Wassenaarse vierschaar (baljuw en welgeboren mannen). Deze oordeelde dat het hier ging om een "Oranjedelict". De vrouwen, die tijdens het tegen hen aangespannen proces voortvluchtig waren, werden bij verstek veroordeeld tot verbanning uit Holland voor 6 jaar. De motivering voor deze straf was onder meer dat het "anderen ten exempel" moest dienen.
Het vonnis werd vastgesteld op 6 september 1787. Vanwege die datum kan men zich afvragen hoe strak er de hand gehouden is aan de volvoering van de verbanning. Immers, op 13 september daaraanvolgend marcheerden de troepen van de koning van Pruisen de Nederlanden binnen om de prins van Oranje in zijn rechten te herstellen. Op 20 september trok Willem V Den Haag weer binnen; de stad was opnieuw van hem. De patriotse vrijkorpsen werden ontbonden en oranjegezindheid kon weer worden gezien als een burgerlijke deugd.
Marry Niphuis-Nell
Publicatie van de Staten van Holland, Den Haag, d.d. 28 februari 1787. In: GAW, OA, inv.nr. 37.
27 oct heeft Jb Buurman aangegeven 't lijk van zijn vrouw genaamd Geertrui de Vlaming
gehoorende onder de Classse der onvermogende dus Pro Deo
Zij is getrouwd met Jacob Buurman.
Zij zijn getrouwd op 12 maart 1790 te Woubrugge.Bron 4
Kind(eren):
DTB Leiden Dopen NH Marekerk
Dopeling Gerret
Vader Hendrik Nieuwenhuisen
Moeder Crijna Schouten
Getuige Jacob Buurman
Geertruij de Vlaming
Plaats Leiden
Datum doop 29-01-1792