Annetge Jans van den Brande, vrouw van Thomas Jacobsz de Vos, maakt haar testament op. In de eerste plaats vermaakt ze aan haar man een bedrag van 1.200 of zelfs 1.400 gulden, om zich een plaats te kopen in een gods- of proveniershuis, voor de rest van zijn leven. Mocht haar man al overleden zijn, dan komt het genoemde bedrag ten goede aan de kinderen van haar man. Haar erfgenamen zijn, elk voor de helft:** Jan Abrahamsz van den Brande, de zoon van haar overleden broer, en** de kinderen van haar zuster Rebecca Jans van den Brande. Verder verklaart ze dat alle goederen die vrijkomen bij het overlijden van haar stiefzoon Jacobus Thomassen de Vos, stuurman, tegenwoordig verblijvende in Oostindië, als haar man overleden is, toekomen aan haar erfgenamen. Voorts legateert ze aan Annetge en Cornelis Jans, tweeling, en kinderen van Jan Leeuwenk, waarvan ze meter is, elk een bedrag van 25 gulden, maar pas als haar man overleden is. Ze benoemt tot executeurs-testementair:** Cornelis Jacobsz den Abt, boekverkoper, en** Dirck Jansz Ravesteyn, kousenverver. De akte is opgemaakt in haar huis aan de westzijde van de Hooftsteegh.
Zij is getrouwd met Thomas Jacobsz de Vos.
Toestemming voor het huwelijk is 4 juni 1666 verkregen te Rotterdam.Bron 2
Zij zijn getrouwd op 20 juni 1666 te Rotterdam.Bron 2