Lidmaat van de (Nederduitsch) Gereformeerde Kerk
Woonachtig in de buurt “Willikhuysen”
(1) Hij is getrouwd met Aaltjen Jans.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Gebeurtenis (Death of Spouse).
(2) Hij is getrouwd met Jantjen Gijsbers (Gisberts).
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
1700-1730: Ergens in de periode dat ds. Boonzaaijer in Otterlo stond werd Otto Gerrits te Wekerom (hij was nr. 64) aangenomen tot lidmaat van de (Nederduitsch) Gereformeerde Kerk in Otterlo. (Bron: Henry Wagensveld, Kampen)
Wekerom, waar Rijck woonachtig was, was een buurt in het scholtambt of schoutambt Ede. In het scholtambt stelde de landheer zelf, of middels tussenkomst van de landdrost of de landrichter, een schout met schepenen aan voor de uitvoer van zijn beleid. Het hertogdomGelre, waarin Ede gelegen is, is hier een voorbeeld van. Gelre was opgedeeld in vier kwartieren: Drie richterambten (Veluwezoom, Oldebroek en Nijbroek) en het landdrostambt (Veluwe). Er werd daarin een landrichter of landdrost aangesteld die verantwoordelijk was voor de gang van zaken. Onder deze macht vielen dan de schoutambten als laagste uitvoerende macht.
Het schoutambt kan vergeleken worden met het huidige gemeentebestuur. Overigens is het goed hierbij aan te tekenen dat de oude adel hier vaak ook nog een spreekwoordelijke “vinger in de pap” had. Het scholtambt Ede is daar een voorbeeld van.Het bestuur werd uitgevoerd door de schout, maar voor een groot deel lag het bestuur in handen van de ambtsjonkers, die zich bezig hielden met het algemene bestuur binnen het ambt.
In de buurtschappen, zoals de buurt van Wekerom, de Valk en Eschoten, die onderdeel uitmaakten van het schoutambt Ede, was nog sprake van een lokaal bestuur en specifieke rechtsgang, de zogenaamde buurtspraak. Deze werd uitgevoerd door de buurtrichter, de buurtmeester en de buurtscheuter. De buurtrichter was de voorzitter van de buurtgvergaderingen (buurtspraak), de buurtmeester hield als secretaris de administratie van de buurt bij en de buurtscheuter zag toe opde naleving van de afspraken die tijdens de buurtspraak werden gemaakt. De regels van de buurt werden hierzien, besproken en vastgelegd tijdens de buurtspraak. De buurt was een onderling samenwerkingsverband van grondeigenaren in de betreffende buurt (Wagensveld, H., 2015).
Verkoop van onroerend goed werd geregistreerd in de zogenaamde protocollen van opdracht. In het archief van de protocolhouders, nu onderdeel van het Oud Rechterlijk Archief van de Veluwe en Veluwezoom, waarin Wekerom als buurt van het scholtambt Ede terug te vinden is, vinden we de volgende aantekeningen terug (Oud Rechterlijk Archief (ORA) Veluwe en Veluwezoom, 1418-1812):
l','sans-serif'; color: #686868; mso-fareast-font-family: 'Times New Roman'; mso-fareast-language: NL;">Op 20 juni 1686 verkochten Evert Gijsberts en zijn vrouw Gerbrichjen Beerts aan Ot Gerritsen en zijn vrouw Jantjen Gisberts, een huis en hof waar Willem Jansen op woont, met de kamp land en het bosje met het kampje, voorts de “Kruijsbree” aan de “Hammerwech” met de beide “Lichtevooren” en het maatje aan de oostzijde, “een hoeve op de Diephorst” en “een hoeve op de Kortehoeve”. De verkoop werd op 5 september 1701 geregistreerd.
Na de voorgaande opsomming wil ik u meenemen in mijn theorie met betrekking tot de ouders en grootouders van Rijck. In veel genealogieën worden Ott Gerritsen en Aaltje Jans genoemd als de ouders van “onze” Rijck Otten.
Mijn hypothese: Het lijkt mij meer aannemelijk dat Ott Gerritsenen Jantjen Gisberts de ouders waren van Rijck. Tot die conclusie kom ik als ik de aankoop van onroerend goed op 22 januari 1699 door Ott Gerritsen en Jantjen Gisberts (voor de helft) en Gerrit, Willem, Gijsbert en Rijck Otten (voor de wederhelft) als uitgangspunt neem voor deze genealogie. Ik ga er vanuit dat Gerrit, Willem, Gijsbert en Rijck Otten zonen waren van de genoemde Ot en Jantjen, al wordt dit niet expliciet zo benoemd.
Een aanname moet onderbouwd worden en daarom kijken we eerst naar de betreffende akte uit het Oud Rechterlijk Archief van de Veluwe en Veluwezoom, daterende van 5 september 1701. In deze akte wordt het transport (de overdracht) van het hierna volgende onroerend goed door Gisbert Geurtsen en Willemtjen Alberts, mogelijk de ouders van Jantje, op datum 22 januari 1699 vastgelegd:
“Een halff mlr (molder) lant gent ;(genaamd) d’ Turff acker”
“Item een halff mlr (molder) lant gent(genaamd) d’ kruijs bree”
“Item een sch: (schepel) lant oock op d’ kruijs bree”
“Item een halff mlr (molder) op Schaephuijsen in twee stucken”
“En laetstelijck drie hoeckjen hoijlant in d’ Sluntop d’ diefft horst en op d’ corte hoeve”
“en drie plachdelen op d’ gemeente van Weckerum”
Mijn aanname baseer ik vervolgens op het volgende feit: De kleinzoon van Rijck, Willem Otten, kreeg, bijna honderd jaar later, op 19 mei 1794, bij de boedelscheiding van zijn ouders Otto Rijksen en Teuntje Willemsen, percelen grond toegewezen waarvan de naam overeen komt met die van de percelen die in 1699 worden genoemd.
Het gaat hier om: “de Turvakker”, “de Kruijsbree”, “Schaapshuijsen”, “een vierde part van een Hoeff op de korte hoeven” en “een vierde deel Hooijland in het Slunt”.
Deze percelen zijn tussentijds nooit verkocht en dus kennelijk van vader op zoon vererfd.
Hoewel ik deze stelling niet met verdere feiten of sluitende documentatie kan onderbouwen of beargumenteren, kies ik toch Ott Gerritsen en Jantjen Gisberts als de ouders van Rijck Otten.
De genoemde overeenkomsten kunnen haast geen toeval zijn.
Wanneer Ott op Willikhuizen is gaan wonen is niet bekend. In 1680 woonde hij er, zo blijkt uit de voorgaande aantekeningen uit doopregister van Otterlo. Uit een akte van 8 augustus 1677, waar door Willem Kampert een obligatie wordt overgedragen aan Anneken Voncken, blijkt dat het erf en goed Willinckhuijsen destijds eigendom was van Aert Willemsz en werd gebruikt en bewoond door Willem Hendricks Voscul. Het lijkt erop dat de gegevens van de obligatie zijn overgenomen, want uit een akte van 13 september 1678 blijkt dat dezelfde Willem Campert op 8 augustus 1676 zijn erfdeel in Willickhuijsen heeft opgeëist en verkocht aan Lubbert Hendrickse Voscuijll.
Het kan kloppen dat Ot in 1677 nog niet op Willickhuijsen woonde. Uit een akte van 11 september 1675 blijkt dat hij toen nog minderjarig was. In de betreffende akte, waaruit blijkt dat de verkopers hun aandeel in een huis en hofstede in “Weeckerom” verkochten aan Jan Gerritsen en Hendrikje Geurts (zijn vrouw), worden als verkopers genoemd: Heijmen Willemsen en zijn vrouw Marrij Teunis (voor 1/4 part), genoemde Heijmen Willemsen handelende namens Otto Gerrits en Gerrit Otten, zowel voor zichzelf als voor Steven Aertse (zij voor 1/8 part uit 1/4 part). We gaan er dan vanuit dat we het hier hebben over “onze” Ot, maar dat is niet met zekerheid vast te stellen.
none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">Verpondingsregisters00; color: #686868; outline-width: 0px; font-style: normal; text-align: justify; outline-style: none; margin: 0px 0px 24px; orphans: 2; widows: 2; letter-spacing: normal; outline-color: invert; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; font-variant-ligatures: normal; font-variant-caps: normal; -webkit-text-stroke-width: 0px; text-decoration-style: initial; text-decoration-color: initial; border: 0px; padding: 0px;">Hiervoor heb ik al iets geschreven over de verkoopakten die bekend zijn uit de tijd van Ott Gerritsen. Nu is er nog een ander register wat meer duidelijkheid kan geven over het onroerend goed van Ott. Dit zijn de zogenaamde verpondingsregisters. De verponding is de voorganger van de latere grondbelasting.In 1682 komt de naam Ott Gerritsen meerdere malen voor. Hij werd eerst aangeslagen voor een huis dat hij huurde van (of verhuurde aan) Gerrit Ham, waarvoor hij f16-7-12 belasting moest betalen.
Vervolgens wordt Ott opnieuw genoemd, dan als belastingplichtige over meerdere percelen: Voor Bernt Elberts (f2-14-8), 2 schepel land “op d’ cruijsbree” (f0-10-0), voor ½ molder op “d’ lichtevoor” (f0-7-12), voor 2 schepel grond voor Cornelis Woltersen (f0-10-8), voor ½ Schepel van “d’ kieck” (f0-5-0), voor een “weijmaet” (f0-14-12) en voor Evert Gerritsen ½ molder “op d’Gietham” (f1-2-0). Vermoedelijk verpachtte hij een aantal percelen, maar werd hij daarvoor wel aangeslagen als eigenaar (Ligger van de verponding, 1682).
In het daarop volgende verpondingsregister komt de naam Ott Gerritsen verschillende keren voor. Hij wordt genoemd als belastingplichtige over percelen die in de ontvangststaten, hierover zo meteen meer, ook nog worden genoemd.
Twee percelen waarbij Ott als belastingplichtige worden genoemd vallen op:
one; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">“Gerrit Beertse bevor(en)s:1710 Beert Gerritsen (f0-16-0). Ot Gerritse (voor de) weder &deijlt (f2-13-12)”style="box-sizing: border-box; font-size: 20px; font-family: Ubuntu, sans-serif; vertical-align: baseline; white-space: normal; word-spacing: 0px; text-transform: none; font-weight: 400; color: #686868; outline-width: 0px; font-style: normal; text-align: justify; outline-style: none; margin: 0px 0px 24px; orphans: 2; widows: 2; letter-spacing: normal; outline-color: invert; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; font-variant-ligatures: normal; font-variant-caps: normal; -webkit-text-stroke-width: 0px; text-decoration-style: initial; text-decoration-color: initial; border: 0px; padding: 0px;">Notitie: Misschien was Beert Gerritsen wel een broer van Ot. Ze dragen hetzelfde patroniem (vadersnaam) en zijn beiden voor een deel eigenaar van hetzelfde perceel grond.
one; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">In het register wordt tevens een enkele aantekening gemaakt van Gerrit Otten die van of voor Gerrit Albertsen belasting moet betalen voor een huis, hof en twee schepel grond.ing: 0px; text-transform: none; font-weight: 400; color: #686868; outline-width: 0px; font-style: normal; text-align: justify; outline-style: none; margin: 0px 0px 24px; orphans: 2; widows: 2; letter-spacing: normal; outline-color: invert; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; font-variant-ligatures: normal; font-variant-caps: normal; -webkit-text-stroke-width: 0px; text-decoration-style: initial; text-decoration-color: initial; border: 0px; padding: 0px;">Notitie: De vraag is: Was dit de oude Gerrit Otten, of was het Gerrit, de zoon van Ot? Na deze aantekening wordt Gerrit niet meer genoemd in de registers (Verpondingsregisters: Staat van posten, 1647-1720).
Ott Gerritsen komt, zoals geschreven, door de jaren heen regelmatig voor in de verpondingsregisters van Ede. Hij was belastingplichtig voor wat percelen grond in de omgeving van Wekerom. In de oudste stukken (1682) lijkt het erop dat er twee personen zijn die de naam Ott Gerritsen dragen (wat we op basis van het doopboek van Otterlo al wisten), maar vanaf 1714 is er duidelijk sprake van één Ot. Hij wordt in het register structureel opvolgend genoemd na Gisbert Maessen. Dit kan de schoonvader van zoon Rijck zijn geweest. Misschien is de volgorde van vermelding in het register wel zo logisch dat het buren waren en is zoon Rijck met zijn buurmeisje getrouwd (Verponding: Staten van ontvangst, 1671-1806).
In de periode 1714-1730 is Ott belastingplichtig voor de volgende percelen:
one; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">Van Bernt Egberts (f2-14-8)erit; vertical-align: baseline; outline-width: 0px; outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">2 schepel op “d’ cruijsbree” (f0-10-0)margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">½ morgen op “d’ ligtevoor” (f0-7-12)="box-sizing: border-box; font-size: 20px; font-family: inherit; vertical-align: baseline; outline-width: 0px; outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">2 schepel van Cornelis Woutersen (f0-10-8)e-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">½ schepel van “d’ kieck” (f0-5-0): 0px;">Van een “weijmaat” (f0-14-12)ign: baseline; outline-width: 0px; outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">½ molder op “d’ Gietham” (f1-2-0)tline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">Van Geurt Hendricksen (f1-16-10)align: baseline; outline-width: 0px; outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">Van Albert Bouwhuijs (f0-5-0)e="box-sizing: border-box; font-size: 20px; font-family: Ubuntu, sans-serif; vertical-align: baseline; white-space: normal; word-spacing: 0px; text-transform: none; font-weight: 400; color: #686868; outline-width: 0px; font-style: normal; text-align: justify; outline-style: none; margin: 0px 0px 24px; orphans: 2; widows: 2; letter-spacing: normal; outline-color: invert; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; font-variant-ligatures: normal; font-variant-caps: normal; -webkit-text-stroke-width: 0px; text-decoration-style: initial; text-decoration-color: initial; border: 0px; padding: 0px;">Na een hiaat in dit register zien we in 1741 Ott niet meer terug. In zijn plaats (de volgorde van personen in het register is niet gewijzigd) zien we de volgende belastingbetalers: Gijsbert, Willem en Rijk Otten.
Gijsbert was belastingplichtig voor:
line-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">½ “huys en hoff” (f1-7-9)ze: 20px; font-family: inherit; vertical-align: baseline; outline-width: 0px; outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">2 schepel grond op “d’Cruijsbree” (f0-10-0)dth: 0px; outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">½ molder op “d’ ligtevoor” (f0-7-12)order: 0px; padding: 0px;">½ “weijmaet” (f0-7-2)e; outline-width: 0px; outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">1 schepel op “de camp” (f0-11-0)r: 0px; padding: 0px;">“bouw en hoijl(and)” (f1-0-0)Ubuntu, sans-serif; vertical-align: baseline; white-space: normal; word-spacing: 0px; text-transform: none; font-weight: 400; color: #686868; outline-width: 0px; font-style: normal; outline-style: none; margin: 0px 0px 24px; orphans: 2; widows: 2; letter-spacing: normal; outline-color: invert; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; font-variant-ligatures: normal; font-variant-caps: normal; -webkit-text-stroke-width: 0px; text-decoration-style: initial; text-decoration-color: initial; border: 0px; padding: 0px;">Willem was belastingplichtig voor:
line-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">½ “huijs en hoff &c” (f1-7-9)font-size: 20px; font-family: inherit; vertical-align: baseline; outline-width: 0px; outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">Een gedeelte van “1 weijmaet” (f0-3-9): 0px; outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">1 schepel in “de camp” (f0-11-0)lor: #686868; outline-width: 0px; font-style: normal; outline-style: none; margin: 0px 0px 24px; orphans: 2; widows: 2; letter-spacing: normal; outline-color: invert; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; font-variant-ligatures: normal; font-variant-caps: normal; -webkit-text-stroke-width: 0px; text-decoration-style: initial; text-decoration-color: initial; border: 0px; padding: 0px;">Rijk was belastingplichtig voor:
line-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">½ molder op “de Cruijs bree” (f0-10-8)-box; font-size: 20px; font-family: inherit; vertical-align: baseline; outline-width: 0px; outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">Van een “weijmaet” (f0-9-6)outline-style: none; margin: 0px; outline-color: invert; border: 0px; padding: 0px;">½ schepel “op Schaephuijsen” (f0-6-10)adding: 0px;">Van Aelbert Bouwhuijs (f0-5-0)e-space: normal; word-spacing: 0px; text-transform: none; font-weight: 400; color: #686868; outline-width: 0px; font-style: normal; text-align: justify; outline-style: none; margin: 0px 0px 24px; orphans: 2; widows: 2; letter-spacing: normal; outline-color: invert; background-color: #ffffff; text-indent: 0px; font-variant-ligatures: normal; font-variant-caps: normal; -webkit-text-stroke-width: 0px; text-decoration-style: initial; text-decoration-color: initial; border: 0px; padding: 0px;">Wanneer ik deze staten met elkaar vergelijk zijn er wel de nodige overeenkomsten te noemen. Het lijkt eropdat er percelen zijn gescheiden en ook dat eerder verpachtte percelen nu worden gebruikt door de erven van Ott Gerritsen. Wanneer we daarbij optellen dat het er in de volgorde van het register op lijkt dat Gijsbert, Willem en Rijk in de plaats van Ott Gerritsen worden genoemd, dan lijkt ook dit bewijs dat Gijsbert Willem en Rijk erfopvolgers en dus zeer waarschijnlijk ook zoons waren van dezelfde Ott Gerritsen.
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.