Kloosterkerk: (Bron: Wikipedia)
In 1393 schonk Graaf Aalbrecht de grond waarop de Kloosterkerk later gebouwd zou worden aan het Amsterdamse St. Andriesklooster. De monniken verkochten op hun beurt de grond een jaar later aan de Heer Van Arkel, die er een kasteel bouwde. Graaf Aalbrecht en de Heer Van Arkel kregen echter kort na de bouw van het kasteel een conflict, waarna Graaf Aalbrecht het land in beslag nam en de bebouwing liet afbreken.
Graaf Aalbrecht schonk de grond nu aan de Dominicaner Paters uit Utrecht. Zij begonnen met de bouw van een klooster. Bij dit klooster, dat het St. Vincentius of Predikheerenklooster zou gaan heten, werden tuinen en een kerk gebouwd.
In 1574, na het verdrijven van de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog, moesten de Dominicanen het klooster verlaten. De Staten van Holland wilden het klooster en kerk laten afbreken, maar de inwoners van Den Haag protesteerden hier tegen. Het protest was zo hevig dat de Staten van Holland in 1576 besloten dat de kerk en het klooster mochten blijven staan.
Niet veel later begon de Haagse bevolking echter zelf met de sloop van het klooster en de kerk, omdat er door de oorlog een groot tekort was aan hout en stenen. De Staten van Holland grepen echter in en namen de kerk in beslag. In 1588 werd de kerk een grote paardenstal, en in 1589 een gieterij voor de productie van bronzen kanonnen.
Vanaf 1617 ging de Kloosterkerk weer gedeeltelijk dienst doen als kerk. Op het moment dat de Nederlanden verdeeld raakten tussen de remonstranten en de contra-remonstranten, schonk Prins Maurits de kerk aan de contra-remonstranten en kwam hij op 23 juli persoonlijk luisteren naar de preek van dominee Rosaeus. Iedereen wist vanaf dat moment dat Prins Maurits in het conflict partij had gekozen voor de contra-remonstranten.
In 1625 was de Kloosterkerk de locatie van het huwelijk van Frederik Hendrik met Amalia van Solms.
Na het vertrek van de gieterij in rond 1660 deed de Kloosterkerk weer volledig dienst als (ditmaal protestantse) kerk. Het klooster bleef dienst doen als opslagplaats voor kruit en munitie. Op 3 november 1690 ontplofte het kruithuis, waardoor het klooster werd vernietigd. Er bleef slechts een muur staan, die tot op de dag van vandaag overeind staat. De Kloosterkerk zelf bleef, dankzij dikke muren, gespaard.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Katarina de Moet | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.