Haarlem 1852, door A.J. van der Aa:
CORNELISZ (Willem), geboren te Leiden. Aan het schrander beleid van hem en van zijne beide broeders Jan en Ulrich, had men het beleid der duivenpost te danken, gedurende het beleg van Leiden in 1574. Zij werden ook Speelman toegenaamd en bezaten acht duiven, die als vliegende boden door de lucht (het eenige element den belegerden overgelaten) gebruikt werden.
Het schijnt echter, dat deze duiven bepaaldelijk aan Willem Cornelisz behoord hebben, daar hij alleen door de regering der stad eene belooning ten jare 1578 ontvangen heeft. Die belooning bestond daarin, dat men hem en zijne afstammelingen bij open brief met den naam van Duivenbode vereerde, om die bij den hunnen te voegen, en hem verder tot wapen gaf een zilver schild, waarop twee roode, kruisgewijze liggende sleutels, en tusschen elk kwartier der sleutels een blaauwe duif, alles in een krans van eiken bladen. Daarenboven beschonk men hem met eenen zilveren penning, op welke de grootste binnen Leiden geslagene noodmunt afgebeeld stond; terwijl de keerzijde een naar de stad komend voorraadschip vertoonde, op welks roer eene duive met uitgespreide vlerken rust.
De duiven van Willem Cornelisz heeft men opgezet en langen tijd op het Raadhuis te Leiden ter gedachtenis bewaard.
Zijn wapenbord, na zijnen dood in de Pieterskerk te Leiden opgehangen, is het eenige dat men, aan zijne daad gedachtig, aldaar in 1795 zijne plaats heeft doen behouden.
Willem Cornelisz Duijvenbode | ||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.