Kind(eren):
Ambachtsheer in het Sint Maartensrecht, tevens leenman van Teijlingen. Koopt op 23-6-1269 van Wouter van Ruyven, ridder, de korentienden van Pijnakker waarbij zijn oom Arnold wordt genoemd. Houdt omstreeks 1282 van deze een deel van de rooitiende in Schipluyde en 10 morgen land in Pijnakker, die hij reeds voor 55 lb. heeft gekocht en waarvoor hij ander leengoed zal kopen. Houdt omstreeks 1283 van de heer van Teijlingen 30 morgen land genaamd Madewere, gelegen tussen Lichtevoerts en Tanthoeft. Dat hij ambachtsheer is, blijkt uit het feit dat gesproken wordt van een tiende, gelegen in "Didderics gherechte van Hodepijl ende in Jans van Dorpe ende in Maselander Ambachte".
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.