Zij is getrouwd met Arent Franc van der Meer.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1556 te Delft, zij was toen 26 jaar oud.
Bijdrage van Everardus Johannes Rollema:
Clara Jansdochter van Spaerwoude is rond 1530 in Delft geboren en zal bij haar overlijden in Delft op 4 augustus 1615 circa 85 jaar oud zijn geweest. Haar ouders waren Jan Heynrickxz., waarschijnlijk geboren in Haarlem of omgeving omstreeks het jaar 1477. Hij was goudsmid in Delft, overleden in Delft en daar begraven in de Nieuwe kerk op 17 augustus 1552. Clara's moeder was Willemtgen Willemsdr., geboren in Schiedam tussen 1490 en 1495 en overleden na 24 oktober 1564. De ouders van Jan Heinricxz. waren: Heynric Jansz., geboren circa 1440, goudsmid in Haarlem en later in Delft, overleden waarschijnlijk in Delft 1512/1513 (na 13 maart 1512) en begraven in de Oude kerk. Hij huwde voor 1477 met Claertgen Gerrytsdr. van Spaerwoude (Sparwoude).
Uit een transportakte van oktober 1487 bezat grootmoeder Claertgen Gerrytsdr. van Spaerwoude een huis en land in de ban van Spaernewoude bij de kerk. Het is duidelijk dat Clara Jansdr. van Spaerwoude haar voor- en achternaam aan haar grootmoeder Claertgen Gerrytsdr. van Spaerwoude dankt. De achtste rentmeestersrekening van Adriaen Groenlant van 19 decembris 1623 fol. 2, uit het archief van de Stichting Clara Jansdr. van Sparwoude, bij de gemeentelijke archiefdienst van Delft, vermeldt de eigendom van de woninge met vijff ende twintich maden lants gelegen tot Spaerwoude bijde kerck enz., alsmede van nog enig land daar ter plaatse nagalaten door Clara Jansdr. van Spaerwoude. Vermoedelijk gaat het hier om hetzelfde huis en land als uit het jaar 1487. Clara Jansdr. van Spaerwoude heeft het huis en land via haar vader geërfd.
Clara trouwde op huwelijksvoorwaarden te Delft op 13 oktober 1556 met Mr. Arent Vranckensz. van der Meer, (weduwenaar van Clementia Cachiopijn(s), overleden tussen 1547 en 1556, dochter van Thomas Cachiopijn en Marie Domasdr.) Mr. Arent van der Meer in 1559 regent van het Meisjeshuis te Delft, 1560 veertig raad, 1570 curator van het Fratershuis, 1574 secretaris. Op 31 oktober van dat jaar ging Mr. Arent over tot de hervormden, 1578 visitator van de grote school, 1581 commissaris van de huwelijkszaken te Delft, hoogheemraad van Delftland. Mr. Arent overleed in Delft op 23 december 1596 en werd begraven in de Oude kerk op 26 december 1596 in het familiegraf van " van der Meer ", hij was de zoon van Vranck Pietersz. van der Meer, schout, baljuw en burgemeester van Delft, overleden op 16 februari 1554 en Clara Jansdr. van Berendrecht, overleden op 27 januari 1558. Beiden zijn begraven in het familiegraf.
1 Clara en haar man Arent gingen na hun huwelijk wonen te Delft in het huis, de voormalige grafelijke herberg, tegenover de Kraen aan de kapel (de tegenwoordige Sint Hyppolytuskapel, eigenlijk de Heilige Geestkapel) aan de Oude Delft. Haar woongedeelte is nog te zien in het rechtse deel van het gebouw, waarin thans de ABN - AMRO bank op nummer 141 gevestigd is. Het echtpaar verwierf zich groot aanzien in de stad en Mr. Arent van der Meer bekleedde, zoals hiervoor is beschreven, de hoogste posten van de stad.
Clara wijdde zich aan vele vormen van liefdadigheid. Zij was in 1578-1579 moeder van de Arme Fraters, in 1578 en van 1581 tot 1590 moeder van het Meisjeshuis. In 1578, vier jaar na haar man Arent, was ook Clara overgegaan naar de hervormden, een stap die wellicht voor Clara niet makkelijk geweest zal zijn. Een schaduw over het gelukkige huwelijk van Clara en haar man zal ongetwijfeld geweest zijn, dat er geen kinderen uit hun huwelijk zijn geboren. Haar veel besproken testament uit 1598 zal wellicht hiermee te maken hebben gehad.
Na de reformatie werden er jonge mannen tot predikant opgeleid en reeds tijdens hun leven schonken Clara en Arent aan dit doel 300 gulden per jaar om van dat geld twee jongens - boven het gewone aantal - in staat te stellen theologie te studeren, een geweldig bedrag in die tijd. Ruim een jaar na het overlijden van haar man Mr. Arent van der Meer liet Clara op 28 januari 1598 haar veel besproken testament opmaken. De verzegeling van het testament is op 12 juni 1598 in tegenwoordigheid van Willem Jacobsz. van Voorburch en Borgher Jansz., schepenen van Delft en Mr. Johan de Groot, Raet en Secretaris van de stad Delft. De registratie van het testament was eveneens op 12 juni 1598.
Huwelijksgift
Uit de bepalingen van het testament uit 1598 is wel het meest bekend de huwelijksgift. 'Uit te delen aan vrome en eerlijke jongens en dochters van mijn geslacht, als die het nodig mochten hebben'. Er werden legaten aan diverse familieleden toebedeeld. De bedragen werden herzien met de codicillen uit 1602 en 1610. Bedragen van 36 gulden tot 3000 gulden werden beschikbaar gesteld.
De nazaten van haar halfbroer ontvingen per jaar de hoogste toelage. Uit de huwelijksgiftpot werden in het begin bedragen van 100 gulden tot 300 gulden uitgekeerd. Clara Jansdr. van Spaerwoude stierf in Delft op de hoge leeftijd van omstreeks 85 jaar (haar leeftijd is geschat via een schilderij van haar uit 1565) op 4 augustus 1615. Ze is vier dagen later op 8 augustus 1615 begraven in de Oude kerk. Pieter van Foreest, de voormalige arts van Willem van Oranje, behandelde haar in de periode dat er pest heerste.
Het thans herstelde epitaaf, op initiatief van mevrouw B.A.M. de Ruyter uit Heiloo, dat voor een deel is bekostigd door verwanten, de grafzerk van de familie van der Meer, die zwaar is beschadigd tijdens de Franse revolutie en haar portret uit 1565 in de consistoriekamer allen aanwezig in de Oude kerk van Delft, dragen er toe bij dat wij deze bijzondere vrouw tante Clara nimmer zullen vergeten. Op de epitaaf staat vermeld: VAN HERTEN CLAER.
De weesmeesters van Delft voerden het testament en de codicillen (huwelijksgift - legaten enz.) aanvankelijk uit. Na allerlei verwikkelingen werd het beheer van de Stichting rond 1860 overgedragen aan de minister van financiën. Alles is nu weer samengebracht bij de gemeentelijke archiefdienst van Delft.
Sedert 1813, na de Franse overheersing, ontvingen alle afstammelingen van haar halfbroer, halfzuster, halfoom moederszijde en zuster moederszijde, als zij zich na hun huwelijk hadden aangemeld met een bewijs van hun afstamming, een bedrag van 25 gulden. Tussen 1913 en 1920 werd nog aan ongeveer 500 verwanten een huwelijksgift uitgekeerd van 20 gulden. De aanvragingen namen in die jaren veel tijd in beslag en kostte de Nederlandse Staat handen vol geld. Op 3 april 1922 besloot de minister het Fonds van Clara op te heffen.
Het restkapitaal van 528.000 gulden werd in 1927 uitgekeerd aan ongeveer 4800 nakomelingen: de meest behoeftige verwanten. Na de verdeling werd het Fonds opgeheven. Ruim driehonderd jaar heeft Clara Jansdr. van Spaerwoude met de bijzondere bepaling in haar testament vele bruiden en bruidegommen gelukkig gemaakt met een huwelijksgift. Een andere bepaling uit haar testament was: Een jaarlegaat van 36 gulden, die later werd afgerond tot 50 gulden aan het Oude Mannen- en Vrouwenhuis Sint Christoffel in de Papestraat te Delft, bestemd voor een jaarlijkse blijde maaltijd. Deze blijde maaltijd wordt nog steeds te Delft gehouden en werd vroeger altijd genuttigd op de zondag voor aller heiligen.
Reünie
Sedert 1983 komen ieder jaar verwanten uit alle windstreken bijeen om de herinnering aan Clara Jansdr. van Spaerwoude levend te houden. De reünies zijn de afgelopen jaren op diverse lokaties gehouden, in de Bilt, Delft, Alphen aan den Rijn, Leiden, Rhenen en ook in Spaarnwoude bij Haarlem. Gezamenlijk werd een maaltijd gebruikt en familiegegevens uitgewisseld.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.